Aangeboren hartafwijking

In de gereedschapskist van de kinderinterventie-cardioloog: tools van mini-formaat

Een bouwfout in een kinderhart herstellen zonder de borstkas open te maken? Dat is het terrein van de kinderinterventiecardioloog. Een superspecialist met een gereedschapskist vol pluggen, ballonnen, paraplu’s en stents in mini-formaat.

Deel
1 likes
Leestijd 3 min
Kinderinterventiecardiologen aan het werk
Kinderinterventiecardiologen aan het werk

Om een kinderinterventiecardioloog te vinden moet je goed zoeken. Er zijn er maar veertien in Nederland, waarvan een team van vier in het Kinderthoraxcentrum van het Erasmus MC Sophia. Het zijn kindercardiologen gespecialiseerd in het herstellen van aangeboren hartafwijkingen zonder de borstkas te openen.

Maar hoe kom je dan aan de binnenkant van een hart? Daarvoor prikken kinderinterventiecardiologen een bloedvat in de lies, de hals of de arm aan. Via het bloedvat schuiven ze een heel dun buisje, ofwel katheter, richting het hart. Door metingen te doen en contrast in te spuiten wordt bevestigd welke ingreep nodig is.

Ballon of stent

Welk gereedschap de kinderinterventiecardioloog gebruikt, hangt af van de aandoening van het kind. Om een gaatje in het hart te dichten kan dat een plugje of parapluutje zijn, maar het kan ook een ballon of een stent zijn om een bloedvat te verstevigen of een complete nieuwe hartklep. En uiteraard zijn die materialen allemaal van mini-formaat, om door een katheter heen te kunnen passen.

Voor kinderharten zijn de materialen vaak extra klein. ‘Wij gebruiken materialen die interventiecardiologen bij volwassenen gebruiken voor de kransslagaders, de kleine vaatjes aan de buitenkant van het hart’, vertelt Thomas Krasemann. Hij leidt het Rotterdamse team van kinderinterventiecardiologen.

Boven de patiënt hangt een röntgenapparaat dat constant opnames maakt. Op een scherm ziet de interventiecardioloog zo live wat hij aan het doen is. De hele ingreep gebeurt onder narcose, want de patiënt moet al die tijd doodstil liggen.

(lees door onder de foto)

Kinderinterventiecardiologen Thomas Krasemann (l) en Ingrid van Beynum aan het werk.

Kinderinterventiecardiologen Thomas Krasemann (l) en Ingrid van Beynum aan het werk.

Geen hartlongmachine nodig

Het vakgebied van de interventiecardiologie groeit: er kan steeds meer zonder de borstkas te openen. En dat heeft ook vaak de voorkeur, vertelt Krasemann. ‘We hoeven patiënten niet aan te sluiten op een hartlongmachine, want het hart kan gewoon blijven kloppen tijdens de katheterinterventie. Dat maakt de ingreep minder zwaar, waardoor kinderen achteraf niet naar de intensive care hoeven. Dat betekent een sneller herstel.’

Per patiënt en per aandoening maakt een gespecialiseerd team in het Kinderthoraxcentrum een afweging: wordt het een openhartoperatie of een interventie-ingreep? Krasemann: ‘Heel belangrijk om dit samen te bespreken, want soms zien andere ogen weer dingen die wij hebben gemist. Het is niet altijd een uitgemaakte zaak, soms is het een grijs gebied.’

Hybride

Af en toe is de uitkomst van zo’n overleg een bijzondere gebeurtenis: het wordt een hybride ingreep. Daarbij werken de kinderhartchirurg en de kinderinterventiecardioloog nauw samen. ‘Dit hebben we laatst gedaan bij een baby wiens longslagaderklep dicht zat. Een openhartoperatie was geen optie, want we konden geen hartlongmachine aansluiten. De klep openmaken via een katheter was ook een te groot risico. Maar niks doen was ook geen optie, want dan zou het kindje overlijden’, legt kinderinterventiecardioloog Ingrid van Beynum uit.

Het werd een hybride ingreep: de hartchirurg maakte de borstkas open, en de katheter werd direct door de hartspier ingebracht. Met ballonnen en stenten kon de klep worden geopend worden en de verbinding van de kamer naar de longslagader gemaakt.

Het zijn deze bijzondere momenten die het vak zo mooi maken, vinden Krasemann en Van Beynum. Van Beynum: ‘Je moet als interventiecardioloog houden van wat adrenaline. Doelgericht moet je zijn en niet te angstig. Het is een technisch vak, maar uiteindelijk gaat het erom dat we patiënten kunnen helpen.’

Lees ook