Het is 1981, Monique van Dijk heeft net haar opleiding verpleegkunde A afgerond. En ze wordt ontslagen. Ze grinnikt er nu om. ‘Er was geen werk meer voor me! Stel je voor. Dat is inmiddels ondenkbaar geworden.’
Met 71.000 open vacatures in de zorg is er in heel Nederland een schreeuwend tekort aan verpleegkundigen en verzorgenden, in alle sectoren van de zorg: ziekenhuizen, verpleeghuizen, de thuiszorg. Een verpleegkundige kan met de juiste papieren overal aan het werk. Daarover later meer.
Ontslag
Na haar ontslag start Van Dijk met de B-opleiding, de psychiatrie specialisatie. Daarna meandert haar carrièrepad langs uiteenlopende pleisterplaatsen. Ze is verpleegkundige in de wijk tijdens haar studie psychologie, ze promoveert op pijnmeting bij pasgeborenen en jonge kinderen, en ze gaat een samenwerkingsverband aan met een kinderziekenhuis in Kaapstad. De laatste decennia legt ze zich in het Erasmus MC toe op evidence based nursing: wetenschappelijk bewezen efficiënte verpleegkunde.
Ijsklontje en föhnen
Bijna 50 jaar ervaring in de verpleging draagt ze mee. ‘Ik begon in 1978 in het Dijkzigt ziekenhuis met de inservice-opleiding A, die niet meer bestaat. Decubitus, ook wel doorligplekken genoemd, was toen al een groot probleem. De methode die wij toen aanleerden was: de wond koelen met een ijsklontje en daarna goed droogföhnen. Dat was een ritueel. Iedereen deed het zo. Ik was 19, ik nam aan dat het goed was.’
Maar dat was het niet. ‘Met dat ijsklontje en föhnen beschadigde je de huid alleen maar meer, bleek later. Decubitus is dus een mooi voorbeeld van evidence based nursing. We zijn wetenschappelijk onderzoek gaan doen in de tijd dat duidelijk werd dat het draaien van de patiënt, wisselligging, belangrijk was. Ook een speciaal matras en een andere hulpmiddelen verminderen het risico op decubitus.’
‘Met dat ijsklontje en föhnen beschadigde je de huid alleen maar meer.’
Samen met haar team en collega’s van Health Data Science en de afdeling Kwaliteit & Patiëntenzorg deed Van Dijk onder meer onderzoek naar risicoprofielen: welke patiënten lopen meer risico op doorligplekken? ‘We hebben een predictiemodel ontwikkeld op basis van gegevens in het elektronisch patiëntendossier. Dat model actualiseert dagelijks het risico op decubitus.’ Mensen die een grote operatie hebben ondergaan, die ondervoed en/of bedlegerig zijn, lopen meer risico. Dit predictiemodel ondersteunt de klinische blik van verpleegkundigen.
Bevinding
Nog zo’n bevinding dankzij wetenschappelijk onderzoek naar het fenomeen decubitus: ‘Meten hoe vaak decubitus voorkomt op een afdeling, blijkt al een interventie op zich. Een afdeling wordt zich door zo’n meting weer even bewust van het probleem en gaat er meteen mee aan de slag. En weet je wat ook goed blijkt te werken? Voorlichting geven aan patiënten! Patiënten weten vaak helemaal niet wat decubitus is. Maar als je hen uitlegt wat het is en wat ze zelf kunnen doen om het te voorkomen, neemt het risico af.’
Eenzaam
Onderzoek deed ze ook naar de ‘healing environment’ in de nieuwbouw van het Erasmus MC, die in mei 2018 openging. Het nieuwe Erasmus MC heeft alleen maar eenpersoonskamers. Dat is zeker een verworvenheid voor de privacy, maar er kleven ook nadelen aan, ontdekte ze.
‘Een kwart van de patiënten voelt zich wel eens eenzaam. Dat geldt zeker voor mensen die niet zo vaak bezoek krijgen. Je hebt alles op je kamer: TV, douche, toilet. En dan zit er ook nog een zware deur dicht. Het motiveert allemaal niet om jezelf in beweging te brengen. Wat ook niet helpt: het dragen van een pyjama. Vijftig procent van de patiënten draagt een pyjama, terwijl slechts tien procent echt bedlegerig is. Verpleegkundigen moedigen mensen nu aan om zich aan te kleden en in beweging te komen. Beweging is sowieso heel belangrijk.’
Leven lang
Het vak verpleegkundige heeft zich de afgelopen decennia enorm ontwikkeld. De HBO-V-verpleegkundige van nu beoordeelt het klinisch beeld van een patiënt zelfstandig en monitort het beloop van de opname zorgvuldig. Hij of zij is daarmee de volwaardige gesprekspartner van de eindverantwoordelijke arts.
Verpleegkundigen kunnen hun leven lang blijven door specialiseren, bijvoorbeeld tot oncologieverpleegkundige, IC-verpleegkundige, of tot verpleegkundig specialist, die zelf ook medicatie kan voorschrijven. Menig verpleegkundige promoveert tegenwoordig tot doctor in de verplegingswetenschappen.
Tien dagen plat
Die ontwikkeling is nodig. Want ziekenhuispatiënten zijn complexer geworden. Voor veel verpleegkundigen maakt dat het werk juist aantrekkelijk. ‘Vroeger lag je na een keizersnede tien dagen in het ziekenhuis, waarvan vijf dagen plat in bed’, herinnert Van Dijk zich. ‘Nu ga je na een dag naar huis. De ligduur is over de hele linie enorm afgenomen. Dus de mensen die nu langdurig in het ziekenhuis moeten worden opgenomen, hebben vaak complexe aandoeningen.’
‘Een kwart van de patiënten voelt zich wel eens eenzaam.’
Een van de andere onderwerpen waar Van Dijk zich de afgelopen jaren mee bezig heeft gehouden, is onderzoek naar het behoud van verpleegkundigen. En hoe nieuwkomers in het vak een zo zacht mogelijke landing kunnen maken.
‘Wij zouden wat meer kunnen kijken naar de best practises. Op welke afdelingen is het minste verloop van verpleegkundigen? En waar ligt dat dan aan? Aan degene die er de leiding heeft? Hebben verpleegkundigen er veel zeggenschap over hun werk? Worden ze aangemoedigd leiderschap te tonen?’
Nieuwkomers
Ook vindt ze dat nieuwkomers uit andere landen goed begeleid moeten worden op de Nederlandse werkvloer. Onderschat het arbeidspotentieel van migranten niet, zeker ook niet voor de zorgsector, wil ze maar zeggen. Onder de vluchtelingen die de afgelopen jaren naar Nederland zijn gekomen, bevinden zich immers veel zorgprofessionals. ‘Maar nieuwkomers hebben wel goede begeleiding nodig om hen vertrouwd te maken met een andere cultuur en taal.’
Wassen
Zo’n goede begeleiding geldt ook voor heel jonge mensen die het vak nog aan het leren zijn. ‘Ik laat tijdens mijn afscheidscollege een fragment zien uit ‘Zorgen’, een geweldige documentaireserie over een groep Mbo’ers die aan de opleiding tot verzorgende begint.’
‘Je ziet hem een paar weken later al met veel meer vertrouwen op die afdeling rondlopen.’
‘Je ziet dan een jongen van 16, – let op, 16 hè – die voor het eerst een oudere vrouw moet wassen. Je ziet dat ongemak, die shock in de ogen van die jongen. Maar je ziet hem een paar weken later al met veel meer vertrouwen op die afdeling rondlopen. Omdat hij goed wordt begeleid bij die transitie van onderwijs naar de praktijk. Die begeleiding is zó belangrijk.’
Geraniums
Van Dijk houdt deze week dan wel haar afscheidsrede, ze gaat niet achter de geraniums zitten. Ze heeft haar eigen coachingbureau opgericht, waarmee ze zorgprofessionals begeleidt op het gebied van onder andere carrièremogelijkheden, feedback geven en krijgen en werk-privébalans. Ook zit ze in de medisch-ethische toetsingscommissie van het Erasmus MC. ‘Ik heb onlangs ook opnieuw mijn BIG-registratie gehaald. Daar zou ik graag nog iets mee gaan doen. Misschien als vrijwilliger in een hospice.’
Het afscheidscollege van Monique van Dijk getiteld ‘goed doen 2.0’ is vanaf 28 oktober terug te kijken via de livestream.