Iedere hardloper kent de aandoening, of kent een loopmaatje met de kwaal: de achillespeesblessure. Niet alleen de hardloper trouwens, ook mensen die voor hun werk langdurig op de been zijn, zoals militairen, politieagenten en verpleegkundigen. In tegenstelling tot spierblessures herstelt een achillespeesblessure vaak tergend langzaam, sommige lopers blijven er zelfs jaren last van houden.
Hoe die achillespees geblesseerd raakt en waarom dit de éne loper wel overkomt en de andere niet, daar is de wetenschap nog niet over uit. Wel treft het meestal mensen van middelbare leeftijd, vertelt sportarts Robert-Jan de Vos. Samen met promovendus Kristel van Abswoude voert hij het ASPIRE-onderzoek uit, een studie naar het effect van ontstekingsremmende corticosteroïden en opbouwende krachttraining op de hardnekkige achillespeesblessure.
Meer dan overbelasting
Overbelasting speelt vaak een rol bij achillespeesblessures, maar de aandoening komt ook voor bij niet-sporters, zegt de Vos. ‘Ons recente onderzoek laat zien dat ook de stofwisseling van invloed kan zijn. Zo zien we bij mensen met een sterk verhoogd cholesterol vaker vetophoping in de achillespees, met als gevolg daarvan klachten. Waarschijnlijk verschillen de oorzaken dus per persoon. Dat pleit voor een meer gepersonaliseerde behandeling in de toekomst.’
De tekst gaat verder onder het kader
Meedoen?
Robert-Jan de Vos en Kristel van Abswoude zoeken voor het ASPIRE-onderzoek in totaal 276 mensen met een achillespeesblessure die met 12 weken oefentherapie niet is overgegaan. Deze mensen kunnen terecht in het Erasmus MC of in een van de zes andere deelnemende klinieken, verspreid over het land.
De deelnemers worden via loting ingedeeld in twee groepen. Een groep krijgt een corticosteroïdenprik en een opbouwend krachttrainingsprogramma. De andere groep krijgt een placeboprik en het krachttrainingsprogramma. Uit eerder onderzoek blijkt overigens dat ook deelnemers die de placeboprik krijgen gemiddeld verbeteren, waarschijnlijk mede door het persoonlijke krachttrainingsprogramma. Lees hier meer over de studie en meld je aan.
Vast staat dat een geblesseerde achillespees van structuur verandert, blijkt uit eerder echo-onderzoek. ‘Vroeger dachten zorgverleners dat bij een achillespeesblessure vooral sprake was van een ontsteking. Inmiddels weten we dat er veel meer verandert. Ontsteking is maar een deel van het probleem. Op echo zien we duidelijke veranderingen in de structuur van de pees en zenuwweefsel kan ook ingroeien. Er spelen dus meerdere processen tegelijk. Een geblesseerde achillespees ziet er echt anders uit dan een gezonde pees.’
Oefentherapie
Vast staat ook dat een achillespeesblessure lang kan duren. Dat heeft te maken met de grote hoeveelheid collageenvezels waaruit de achillespees bestaat, en de manier waarop die de pees opbouwen. Dit collageen herstelt veel langzamer dan bijvoorbeeld spierweefsel. De richtlijn bij een achillespeesblessure is nu: 12 weken oefentherapie. Voor ongeveer 50 procent van de mensen is dat afdoende, de andere helft blijft tobben.
De vervolgbehandeling wisselt per arts. ‘Veel behandelaren zijn huiverig voor een spuit corticosteroïden’, weet De Vos. ‘Het effect lijkt bij de meeste mensen maar kort te duren. De pijn keert dus snel weer terug. Plus: hoe klein de kans ook is, het risico bestaat dat de pees scheurt.’
Peesschede
Wel is er inmiddels een kleine studie gedaan die uitwijst dat er een gunstiger effect optreedt als de corticosteroïden in de peesschede wordt gespoten, en niet in de pees zelf. Maar dan wel in combinatie met krachttraining. ‘Die studie kent wat beperkingen. Daarom onderzoeken we het effect nu in een grotere studie.’
Om goed te meten wat er precies in de achillespees gebeurt nadat de spuit is gezet, en wat de krachttraining precies doet, wordt een geavanceerd type echografie ingezet. ‘Het is een 3D-beeld, waarmee we de structuur van de pees in maat en getal kunnen uitdrukken.’
Deelnemers die in het Erasmus MC meedoen aan de studie, geven ook bloed af. Daarin wordt gekeken of er bepaalde eiwitpatronen zichtbaar zijn bij mensen die herstellen van hun peesblessure en bij mensen die dat juist niet doen. Zo hoopt De Vos beter te kunnen voorspellen wie wel en niet goed herstelt, zodat de behandeling in de toekomst beter op de individuele patiënt kan worden afgestemd.
De deelnemers aan de ASPIRE-studie worden in totaal tien jaar gevolgd, maar de onderzoekers hopen in 2029 al de belangrijkste resultaten te kunnen laten zien. De Vos hoopt dat de resultaten helpen om de bestaande richtlijn verder aan te scherpen, zodat artsen beter kunnen bepalen wanneer een corticosteroïdeninjectie wel of niet zinvol is bij aanhoudende klachten. Hij heeft van ZonMw 992.000 euro subsidie gekregen voor de studie.
Passende zorg
Het Erasmus MC biedt de zorg die aansluit bij de behoefte van de patiënt: zorg die de patiënt samen met de behandelaar kiest. En zorg die plaatsvindt op de juiste plek: in ons universitair medisch centrum, een ander ziekenhuis, thuis of waar dan ook. Zoals beschreven in Koers28, de strategie van het Erasmus MC.