Nog nooit verrichtten de orgaanperfusionisten zó veel orgaanperfusies als vorig jaar. Daarom wordt het nu tijd voor een volgende stap: samenwerking met andere transplantatiecentra voor wie het Erasmus MC Transplantatie Instituut de orgaanperfusie voor donorlongen en -levers gaat verzorgen.
Bij orgaanperfusie wordt het te transplanteren orgaan na uitname aangesloten op een apparaat dat vloeistof door het orgaan pompt. Orgaanperfusie is met name bedoeld om de schade te beperken die ontstaat door zuurstofgebrek, nadat het orgaan is uitgenomen.
95 Levers, 23 harten, 5 nieren en 4 longen werden in 2025 ‘geprept’, 127 organen in totaal. ‘Het is standaard zorg geworden’, schetsen transplantatiechirurg prof. Robert Porte en Efrayim Küçükerbil, een van de 12 orgaanperfusionisten in het Erasmus MC Transplantatie Instituut.
De tekst gaat verder onder het kader
Küçükerbil vertelt zijn verhaal op een druilerige namiddag op de tweede etage van het Rg-gebouw, het domein van de chirurgen van het Erasmus MC. Hij moet nog even door, want die avond en nacht moeten er twee levers en één paar longen tegelijkertijd worden geperfundeerd.
‘Perfusie is geen nieuwe techniek’, legt hij uit. ‘Al in de jaren dertig van de vorige eeuw ontstond het idee om organen te perfunderen. Maar verder dan een paar prototypes in het laboratorium kwam het niet. Plus: de noodzaak was er toen nog niet echt.’
In de jaren vijftig werd de eerste niertransplantatie verricht. De lever, longen en het hart volgden een decennium later. In de decennia die volgden werd nog niet zo vaak getransplanteerd en áls er werd getransplanteerd, dan waren de donororganen spic en span. Meestal afkomstig van jonge overledenen, vaak slachtoffers van ongevallen.
Dat is nu anders. Donoren zijn vaker op leeftijd, hebben overgewicht of andere chronische aandoeningen. Hun organen vertonen ‘krasjes’, zoals transplantatiechirurg Porte dat noemt.
Krasjes
Porte maakte het tot zijn levenswerk om organen met zulke ‘krasjes’ zo gezond mogelijk te maken, zodat ze toch veilig kunnen worden getransplanteerd in het ontvangende lichaam. Hij stofte het idee van orgaanperfusie af en ontwikkelde die tot wat die nu is, eerst in UMC Groningen, de laatste drie jaar in het Erasmus MC Transplantatie Instituut.
‘Met machineperfusie kan een groter aantal levers en nieren van overleden donoren geschikt worden gemaakt voor transplantatie’, vertelt Porte. ‘En dat is nodig, want nog altijd komt voor een deel van de wachtenden op bijvoorbeeld een levertransplantatie een donorlever te laat.’
Inmiddels is orgaanperfusie ook een methode om nog vóór de transplantatie te testen of het orgaan goed zal functioneren in het lichaam van de ontvanger. Porte ontwikkelde een nieuwe perfusietechniek waarmee ook een warm lichaam kan worden nagebootst. Vooral bij levertransplantatie heeft dat grote voordelen.
Opgewarmd
Die procedure werkt in grote lijnen als volgt. Na uitname wordt de lever afgekoeld naar 8 graden Celsius en op ijs bewaard. De lever wordt vervolgens vervoerd naar het universitaire ziekenhuis waar de ontvangende patiënt wacht op de transplantatie. Daar wordt de lever op de pomp aangesloten. Bij een temperatuur van 8 tot 10 graden wordt een zuurstofrijke vloeistof toegediend.
Vervolgens wordt het orgaan op dezelfde pomp geleidelijk opgewarmd tot 37 graden. Porte: ‘Wat dan volgt is een soort ‘testrit’. We gaan kijken hoe de lever het doet. We meten allerlei stoffen in de vloeistof waarmee de lever wordt doorspoeld en we analyseren de kwaliteit van de gal die de lever maakt. Aan de hand daarvan bepalen we de kwaliteit van de lever en de galwegen. Aangedane galwegen geven namelijk het vaakst complicaties na een transplantatie.’
Deze gecombineerde perfusietechniek heeft ervoor gezorgd dat 70 procent van de levers die voorheen ongeschikt werden bevonden voor transplantatie, toch konden worden gebruikt. En sinds ook donorharten kunnen worden geperfundeerd, worden harten getransplanteerd van donoren die door een circulatiestilstand zijn overleden. Voorheen kon dat alleen na hersendood. Daardoor stabiliseerde de wachtlijst voor een harttransplantatie.
Orgaanperfusie verbetert dus de kwaliteit van het transplantaat én zorgt dat meer organen geschikt worden voor transplantatie. Daarnaast zorgt het voor buitengewoon grote logistieke voordelen.
Küçükerbil: ‘Voorheen ging het orgaan na uitname op ijs, en dan ging de klok tikken. Iedereen moest zich razendsnel klaar maken: de mensen van het transport, de operatieteams en natuurlijk de patiënt. Een hart blijft maximaal vier uur goed, daar staat dus een enorme tijdsdruk op. Nu we het orgaan een paar uur aan de perfusiemachine kunnen leggen, is er meer tijd en hoeven deze operaties bijvoorbeeld niet altijd meer midden in de nacht plaats te vinden.’
Voorspellen
Hoewel de machineperfusie de laatste jaren een grote ontwikkeling heeft doorgemaakt, kan het altijd nóg beter. ‘We willen per orgaan steeds beter kunnen voorspellen hoe het zich gaat gedragen na transplantatie. We zoeken daarom naar biomarkers – bepaalde stofjes die vrijkomen uit het orgaan – die daar iets over zeggen.’
Ook werken Küçükerbil en Porte mee aan een gerandomiseerde studie waarbij wordt gekeken of al kan worden begonnen met perfunderen als de organen nog in het lichaam van de overleden donor zitten. Dan wordt direct na het overlijden met een hart-longmachine de bloedcirculatie weer op gang gebracht zodat de organen vrijwel meteen weer zuurstof krijgen.
‘We zullen onderzoeken of wij met deze techniek onze huidige uitkomsten nog verder kunnen verbeteren’, stelt Küçükerbil. ‘Ervaring uit het buitenland laat uitstekende resultaten zien bij levertransplantatie, met name om problemen met de galwegen te voorkomen. Wij zullen hopelijk met de uitkomsten van de gerandomiseerde studie over een aantal jaar weten wat de beste techniek is.’
Het Erasmus MC Transplantatie Instituut wil de uitgebreide expertise en ervaring met alle vormen van orgaanperfusie nu ook gaan inzetten voor andere transplantatiecentra. Dat gebeurt al met kennisoverdracht en scholing, maar er is nu ook de ambitie om als expertisecentrum de perfusietechnieken te gaan inzetten voor andere centra die deze ervaring en complexe infrastructuur niet hebben of niet zelf willen opzetten.

Het team Orgaanperfusie van het Erasmus MC Transplantatie Instituut