Watchful waiting

Operatie zelfs na 12 jaar niet altijd nodig bij liesbreuk met weinig of geen klachten

Mannen met een liesbreuk waarvan ze weinig of geen klachten hebben, hoeven niet altijd meteen geopereerd te worden. Van de patiënten die afwachten, is ruim een derde na 12 jaar nog steeds niet geopereerd. Dat blijkt uit onderzoek van het Erasmus MC. ‘Scheelt complicaties, kosten en ruimte in het operatieprogramma.’

Deel
3 likes
Leestijd 3 min
liesbreuk

Hoe vergaat het patiënten met een liesbreuk die geopereerd zijn? En hoe vergaat het patiënten bij wie er gekozen is om af te wachten? In het wetenschappelijk tijdschrift The Lancet’s eClinicalMedicine geeft de R.E.P.A.I.R.-onderzoeksgroep team van het Erasmus MC antwoord op die vraag.

Wat is een liesbreuk?

Een liesbreuk, ook wel hernia inguinalis genoemd, is een zwakke plek in de buikwand waardoor weefsel naar buiten puilt. Een liesbreuk kan pijn doen, maar dat hoeft niet. Ongeveer een derde van de mensen heeft geen of milde klachten van hun liesbreuk. Een liesbreuk komt vooral voor bij mannen, vrouwen krijgen minder vaak een liesbreuk.

Van de patiënten met een liesbreuk die na de diagnose niet onder het mes gingen, was 36 procent 12 jaar later nog steeds niet geopereerd. Volgens de onderzoekers laat dit zien dat een operatie niet altijd nodig is bij een liesbreuk die weinig tot geen klachten geeft. Van de patiënten zonder klachten van de liesbreuk is de helft 6 jaar na de diagnose nog niet geopereerd. Van de patiënten met milde klachten, is de helft na 2 jaar nog niet geopereerd.

Vaak wordt gekozen voor een operatie vanwege de angst voor een beklemming. Er zit dan een stukje darm of vet vast in de opening van de buikwand. ‘Dit doet veel pijn en de patiënt moet zich direct melden op de spoedeisende hulp. Maar wij zien dat dit vrij weinig voorkomt: in 3,9 procent van de gevallen na 15 jaar’, aldus arts-onderzoeker Matthijs van den Dop. Hij voerde de studie uit, onder leiding van prof. Hans Jeekel en prof. Johan Lange.

Prof. dr. Hans Jeekel (l) en arts-onderzoeker Matthijs van den Dop.

Met de nieuwe getallen uit deze studie wordt het voor artsen en patiënten makkelijker om de juiste keuze te maken, denkt Van den Dop. ‘We kunnen nu een duidelijker beeld schetsen van de kans dat iemand binnen een aantal jaar alsnog geopereerd zal worden en van het risico op beklemming op de lange termijn.’

Vanwege de lage kans op beklemming kan afwachten zinvol zijn als patiënten daar een voorkeur voor hebben en goed zijn ingelicht over de voor- en nadelen, zegt Van den Dop. ‘Anderzijds zal dit fitte en gezonde mannen met milde klachten die twijfelen, kunnen helpen om voor een operatie te kiezen voordat zij meer belemmerende klachten ontwikkelen.’

De onderzoekers baseren hun conclusies op de gegevens uit de zogeheten INCA-studie, waarin 496 mannen meededen van 50 jaar en ouder met een liesbreuk met milde of geen klachten. De mannen waren onder behandeling in 33 Nederlandse en 2 Belgische ziekenhuizen. In de studie werden de mannen willekeurig verdeeld in een operatiegroep en een zogeheten watchful waiting-groep. Nu kijken de onderzoekers dus hoe het minimaal 12 jaar later met de mannen gaat.

Een liesbreuk komt heel veel voor. Een op de vier mannen krijgt ermee te maken. Een liesbreukoperatie is wereldwijd dan ook een van de meest uitgevoerde chirurgische ingrepen. In Nederland gaat het om ongeveer 27.000 operaties per jaar.

‘Uit ons onderzoek blijkt dat het niet juist is om mensen zonder klachten klakkeloos te opereren’

Een liesbreukoperatie is niet zonder problemen, stelt Jeekel. ‘Uit ons onderzoek blijkt dat het niet juist is om mensen zonder klachten klakkeloos te opereren.’ De liesbreuk kan terugkeren na de ingreep en sommige patiënten hebben na de operatie te maken met chronische pijn, die na verloop van tijd in de meeste gevallen vanzelf uitdooft. Bovendien gaat tot 10 procent van de operaties gepaard met complicaties als een nabloeding, wondinfectie en veelal met stress, angst en pijn.

Jeekel: ‘Vaker kiezen voor afwachten kan een deel van de patiënten een operatie en mogelijke complicaties besparen, tot wel 15 jaar lang. Minder opereren scheelt ook miljoenen euro’s en maakt capaciteit vrij op de operatiekamers, waar de druk momenteel hoog is.’

Lees ook