Onderzoek

Kan je biologische leeftijd meten?

Je kunt tegenwoordig overal je biologische leeftijd meten: met een bloedtest, bij sportscholen en bij schoonheidssalons of anti-aging klinieken. De belofte is aantrekkelijk: één test die vertelt hoe oud je lichaam écht is. Maar welke test werkt nou echt? Onderzoeker Lieke Kuiper zocht het uit: ‘als wij na vijf jaar onderzoek de heilige graal nog niet gevonden hebben, heeft de schoonheidsspecialist of influencer dat ook niet.’

Eline Bakker
Leestijd 4 min
Lieke_Kuiper_DSF4436
Dr. Lieke Kuiper | Fotografie door Esther Morren

Niet alleen consumenten, maar ook wetenschappers hebben te maken met een wildgroei aan methodes om biologische leeftijd te meten. Want welke tests kunnen we serieus nemen? Welke zeggen echt wat over gezond ouder worden? En welke zouden misschien een plek kunnen krijgen in de zorg? ‘Met mijn proefschrift heb ik geprobeerd om orde te scheppen in de chaos. Wat werkt, wat werkt niet en hoe kunnen we dat toepassen?’ legt Kuiper uit.

Biomarkers

Om te onderzoeken welke metingen écht iets zeggen over biologische leeftijd, legde Kuiper verschillende soorten biomarkers naast elkaar. Een biomarker is een biologisch kenmerk in het lichaam dat iets kan vertellen over gezondheid en ziekte. Ze onderzocht de meest bekende biomarkers voor biologische leeftijd: eiwitten in het bloed, metabolieten in het bloed (kleine moleculen die iets zeggen over hoe goed je lichaam stoffen kan afbreken), chemische aanpassingen in het DNA en huidmetingen. ‘Ik gebruikte biomarkers als samengestelde maten’, legt Kuiper uit. ‘Dus ik keek niet naar één stofje, maar naar meerdere stofjes tegelijk. Computermodellen zochten daarin een patroon en vatten dat samen in één score.’

Om te kunnen achterhalen welke biomarkers echt iets zeiden over biologische leeftijd, vergeleek Kuiper ze met verschillende kenmerken van veroudering. Denk aan knijpkracht (een maat voor fysieke achteruitgang), kwetsbaarheid, zelf ervaren gezondheid, het ontstaan van ziekten en uiteindelijk wanneer iemand overlijdt. ‘Voor ons is biologische leeftijd niet alleen hoe snel je doodgaat, maar ook hoe gezond je bent vóórdat je doodgaat’, legt Kuiper uit. ‘Ik vergelijk veroudering ook wel eens met een Jenga-toren. Je haalt er steeds een steentje uit en de toren wordt steeds een beetje wankeler. Op een gegeven moment valt hij om, maar die voorzichtige aftakeling hoort ook bij veroudering.’

Eén simpele meting

Na het vergelijken van alle bekendste biomarkers kwam één simpele meting het beste uit de bus: een set van 27 eiwitten in het bloed. Deze eiwitten hangen samen met processen zoals ontsteking, stofwisseling, lichamelijke stress en herstelvermogen. Mensen die volgens deze eiwitmeting sneller verouderden, werden sneller kwetsbaar, kregen vaker gezondheidsproblemen en hadden grotere kans om eerder te overlijden. Deze simpele bloedtest blijkt dus een veelbelovende manier om biologische leeftijd te meten: hij laat zien hoe snel iemand veroudert, gezondheidsproblemen ontwikkelt en een verhoogd risico heeft om eerder te overlijden.

‘We hebben er bewust voor gekozen om een test te maken met een relatief beperkt aantal eiwitten’, vertelt Kuiper. ‘Want we hadden ook veel tests met veel meer metingen, maar die bleken niet beter te werken.’ Dat lijkt misschien gek. Want meer metingen, betekent toch een betrouwbaarder resultaat? Maar hier bleek dat dus niet zo te zijn. Een slimme selectie van 27 eiwitten gaf een betrouwbaarder beeld dan complexere modellen. ‘Meer meten is niet altijd beter. Hoe meer je toevoegt, hoe meer meetfouten en ruis je ook kunt meenemen.’

Heilige graal

Toch wil Kuiper niet zeggen dat deze test dé heilige graal is voor het meten van biologische leeftijd. ‘Ik ben veel te veel wetenschapper om dat soort claims te maken’, zegt ze. Kuiper laat met haar onderzoek zien dat de methode met 27 eiwitten van alle meest bekende methoden het beste werkt. Maar dat is iets anders dan zeggen dat biologische leeftijd exact meetbaar is. ‘Daarvoor is veroudering een te breed concept’, legt Kuiper uit. ‘Verschillende biomarkers kunnen namelijk verschillende kanten van dat proces in beeld brengen.’ Zo zou één biomaker bijvoorbeeld beter kunnen zijn in het voorspellen van fysieke achteruitgang, terwijl een andere beter zou zijn in het voorspellen van mentale achteruitgang.

Dat betekent ook dat consumenten voorzichtig moeten zijn met de commerciële testen die tegenwoordig op veel plekken worden aangeboden. Volgens Kuiper loopt de markt verder vooruit dan de wetenschap. ‘Ze menen vaak biologische leeftijd exact te kunnen meten, terwijl we in de wetenschap weten dat het vaak niet zo exact is’, zegt ze. ‘Wij kunnen in een groep hooguit aanwijzen wie meer risico loopt op een hogere leeftijd. Voor één persoon blijft het onzeker, en dezelfde persoon kan bij verschillende testen een heel andere uitslag krijgen. Tegelijkertijd maken commerciële testen mensen wel geld afhandig en kunnen ze hen onnodig bang maken voor de toekomst.’

Daarbij komt nog: zelfs als een test zoals deze biologische leeftijd goed kan meten, moet er natuurlijk nog iets met die informatie gebeuren. Juist daarom onderzocht Kuiper niet alleen welke biomarkers het beste werken, maar ook waar ze nuttig voor kunnen zijn in de toekomst.

Waardevol

Kuiper vond dat een meting voor biologische leeftijd in het onderzoek al waardevol kan zijn. Bijvoorbeeld wanneer onderzoekers willen weten of leefstijlveranderingen, medicijnen of behandelingen effect hebben. ‘Als je wilt weten of iets werkt, wil je het liefst niet twintig jaar hoeven wachten op harde uitkomsten.’ Met deze biomarker kun je misschien al eerder zien of iemands biologische leeftijd daalt, nog voordat duidelijk wordt of iemand op lange termijn gezonder blijft of minder snel ziek wordt.

Daarnaast zou de biomarker gebruikt kunnen worden om grote groepen mensen te ‘screenen’. ‘Als je ziet dat bepaalde groepen mensen gemiddeld sneller verouderen, kun je gaan onderzoeken waardoor dat komt en of je daar iets aan kunt doen.’ Die kennis kan uiteindelijk bijdragen aan betere preventieprogramma’s.

Om erachter te komen wat ervoor nodig is om de biomarker in de zorg te gaan gebruiken, sprak Kuiper met geriaters (artsen gespecialiseerd in ouderenzorg). Uit die gesprekken bleek dat de biomarker nog niet helemaal klaar is voor de spreekkamer. Er zijn bijvoorbeeld nog geen duidelijke grenswaarden: wanneer is een uitslag zorgelijk en wanneer niet? Daarnaast weten artsen nog niet goed wat ze met een uitslag moeten doen, of hoe ze die op een begrijpelijke en verantwoorde manier aan een patiënt moeten uitleggen. ‘Eerst moeten we beter weten wat zo’n uitslag betekent en wat we als behandeling kunnen adviseren, voordat we dat aan patiënten kunnen teruggeven’, vat Kuiper samen.

Lees ook

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van nieuws en verhalen uit het Erasmus MC en schrijf u in voor onze nieuwsbrief.