Coverstory

‘Eet niet te veel tegelijk’

We doen er allemaal aan mee: veel en lekker eten tijdens de feestdagen. Maar wat als je je een keer zo volpropt dat je bijna ploft? Kan dat kwaad? Maag-, Darm- en Leverarts prof. dr. Marco Bruno geeft uitleg.

20 likes
Leestijd 6 min

Hero alt/video title

eten1

Wanneer eet je te veel?

“Natuurlijk vooral als je te dik wordt. Je kunt ook eenmalig te veel eten, bijvoorbeeld tijdens een kerstdiner. Je zit dan zó vol dat het ongemakkelijk voelt, dat het bijna je neus uitkomt.”

 

Hoeveel past er eigenlijk in je maag?

“De maag is uitrekbaar. Er past als je blijft proppen ongelofelijk veel in,  vooral als je dat gewend bent. De maximale inhoud is ongeveer vier liter. Maar in de praktijk ben je na ongeveer een tot anderhalve liter al zo verzadigd, dat je meestal wel stopt met eten.”

 

Stel dat je er meer in propt dan die vier liter, kan je maag dan scheuren?

“Dat kan, in de literatuur is dit zeker beschreven. Gelukkig gebeurt het niet vaak dat mensen zo veel eten dat het fout gaat. We zien het weleens bij bepaalde erfelijke, psychiatrische afwijkingen, zoals het Prader Willi Syndroom . Deze mensen hebben geen gevoel van verzadiging. Wat ook kan gebeuren is dat iemand die enorm vol zit, op een heel heftige manier opboert of braakt. Als dat met veel druk gepaard gaat, dan kan zo’n drukverhoging er voor zorgen dat de slokdarm scheurt – we noemen dat ‘het syndroom van Boerhaave’. Deze beroemde Leidse dokter en hoogleraar werd bij admiraal Jan Gerrit baron van Wassenaer geroepen. De man was zich te buiten gegaan aan gebraden eend.  Hij zat zo propvol dat hij een braakmiddel innam. Helaas veroorzaakte dat braken zoveel druk, dat er een scheur in de slokdarm ontstond waaraan hij binnen 24 uur overleed (Lees het verhaal De gulzige admiraal onderaan dit artikel). Gelukkig zijn dit soort complicaties zeldzaam en gaat het meestal allemaal goed. Ook als je veel te veel eet.”

 

Gaat het verteringsproces sneller dan normaal als je veel eet?

“Nee, juist niet. De maag kneedt en verdeelt het voedsel in kleine hapklare brokjes en die gaan vervolgens mondjesmaat richting de darmen. De capaciteit van de darm is echter beperkt. Als de darm te veel aanbod krijgt van de maag, geeft de darm een signaal af aan de hersenen dat het even genoeg is en gaat de maagportier op slot tot er weer wel capaciteit is. Het eten blijft tot die tijd in de maag, daardoor houd je dat volle gevoel.  Natuurlijk verschilt het van mens tot mens wanneer dit signaal wordt afgegeven. En tijdens een kerstdiner is het door alle gezelligheid en het lekkers dat wordt aangeboden extra lastig om hier naar te luisteren, zeker als je ook nog eens alcohol gebruikt.”

 

 

 

 

Hebben ook andere organen er last van wanneer je je overeet?

“Bij te veel eten, zéker als de maaltijd uit veel vet bestaat, kan voedsel en maagsap terugvloeien naar de slokdarm. Dat kan zuurbranden veroorzaken, een nare en pijnlijke sensatie. Verder wordt de darmpassage traag, met een verstopping als gevolg. Op die manier zit je dagen later nog steeds – letterlijk – vol van je feestmaal. Of het hart er ook last van kan hebben? Het lichaam maakt wel overuren, het hart moet dus ook extra pompen om de spijsvertering van energie te voorzien. Maar als je verder gezond bent, is dat over het algemeen geen probleem. Hooguit bij mensen die al een slecht hart hebben.”

 

Wat kun je zelf doen als je overvol zit?

“Alle aandacht van je lichaam gaat naar het verteren van het eten, je lijf maakt overuren. Doe dus vooral even rustig aan. En nee, een stuk lopen is dan geen goed idee. Er zal zoveel mogelijk bloed in je lichaam naar je darmen gaan om het eten te verwerken. Daardoor voel je je vaak heel moe na veel en lekker eten. Wat je het beste kunt doen: trek je even terug. Doe eventueel even een tukje. Maar pas wel op met platliggen. Daardoor kan maagzuur omhoog komen en kun je last krijgen van brandende pijn achter het borstbeen. Dat wil je ook weer niet.”

 

‘Niets leuker dan af en toe zondigen’

 

Heb je nog tips om de feestdagen door te komen?

“De feestdagen zijn vooral gezellig. Logisch dat je dan veel meer eet dan normaal, dat doe ik zelf ook. Eet alleen niet te veel tegelijk. Wanneer je het verspreidt over meerdere uren, dan valt het veel minder zwaar. Ook belangrijk: drink niet te veel koolzuurhoudende dranken. In dit soort dranken zit koolzuurgas en dat neemt ruimte in waardoor je je meer opgeblazen kunt voelen. Het allerverstandigst is uiteraard om niet te veel te eten. Maar er is natuurlijk ook niets leukers dan af en toe zondigen.”

 

 

De gulzige admiraal

Door Erwin Kompanje

 

Dr. Erwin Kompanje

Zijn middagmaal bestond uit kalfssoep met aromatische kruiden, witte kool gekookt met schapenvlees, spinazie, licht geroosterde kalfszwezerik, gebraden eendenborst en eendendijen, twee leeuweriken en wat appelcompote met brood. Een rijke lunch. Als nagerecht had hij peren, druiven en bonbons genomen. Om alles goed weg te kunnen spoelen, dronk hij tijdens het eten bier en Moezelwijn.

’s Avonds had hij last van een geïrriteerde maag. Hij dronk enige kommen thee gezet van distel. Doorgaans moest hij hiervan braken en ging de misselijkheid daarmee over. Maar deze keer lukte dat niet. Later die avond schrokken zijn bedienden van een ijzingwekkende schreeuw. De man leed plotseling ondraaglijk pijn.

Het leek alsof zijn maag was losgescheurd van zijn slokdarm. De bedienden brachten de plots zeer zieke man naar bed en een andere bediende ging een arts halen. De man dronk 150 milliliter olijfolie in de hoop het braken op te wekken. Zonder succes. Vervolgens nog eens 150 milliliter bier. Op dat moment arriveerde de eerste arts, dokter Jan de Bye uit ’s-Gravenhage. Deze gaf hem gerstewater te drinken en liet de borst van de ‘ellendige patiënt’ inwrijven met melk en maïspap.

Bourgondiër

De patiënt was de 51-jarige admiraal Jan Gerrit baron van Wassenaer. Een ware Bourgondiër. Al jaren werd de admiraal behandeld voor jicht door de Leidse arts Hermann Boerhaave. Ook nu werd Boerhaave erbij gehaald, net voor middernacht van de 29e oktober 1723. De arts trof zijn patiënt in doodsangst aan. Met elk woord dat de admiraal sprak, stokte zijn ademhaling van de intense pijn. Bij het lichamelijk onderzoek kon Boerhaave niets afwijkends vinden, maar duidelijk was dat zijn patiënt doodziek was. Hij begreep er niets van. In overleg met dokter De Bye bereidde de arts een drank van wilde papaver, verbascum, schorseneer, suikerwortel, gerstzaden, water en siroop van Fernel, en liet de admiraal deze opdrinken. Het hielp niets. Aderlaten kon het ziekteproces niet keren en ook een klysma met zout en stroop gaf geen verlichting.

Geurige soep

De volgende dag begon de admiraal tekenen van sterven te vertonen: hij urineerde niet meer, haalde moeizaam adem en de kracht week uit zijn spieren. Om vijf uur in de middag verloor de patiënt het bewustzijn, kleurde asgrauw en stierf. De volgende ochtend verrichtten de twee artsen sectie op het lichaam van de vlootvoogd. De buikorganen waren geheel normaal. Toen zij de borstkas van de krachtig ogende man openden, roken zij plots de sterke geur van gebraden eendenvlees. De artsen waren verbijsterd. De longen dreven in een geurige soep waarin zij het eten en drinken van de laatste 24 uur van de admiraal herkenden. Het werd duidelijk hoe dit in de borstholte was gekomen toen zij een acht centimeter lange scheur in de onderkant van slokdarm zagen.

Zwakste deel

Hermann Boerhaave schreef de ziektegeschiedenis van de admiraal op in het boekje Atrocis, nec descriptiprius, Morbi historia. Het verscheen in 1724. Sinds de uitgave is de naam Boerhaave met het syndroom verbonden. De gulzige admiraal had alle klassieke verschijnselen. Het onderste deel van de slokdarm is het zwakste deel, dat bij drukverhoging (bijvoorbeeld door braken) kan inscheuren. Nog steeds is het een ernstige, maar gelukkig zeldzame aandoening met hoge kans op sterfte. Pas in 1947 wist de beroemde Engelse chirurg Norman Barrett voor het eerst het leven van een patiënt te redden door de scheur in de slokdarm te opereren en hechten.