Coverstory

De visie van Mariëlle Beenackers

In het Erasmus MC zijn honderden researchers elke dag bezig met onderzoek dat uiteindelijk moet leiden tot betere behandelingen. Wie zijn die onderzoekers? Wat beweegt hen?

21 likes
Leestijd 7 min

Hero alt/video title

Mariëlle Beenackers

We gaan steeds dichter op elkaar wonen. Wat betekent het voor de mentale gezondheid van mensen in de steden wanneer er meer mensen bijkomen? Erasmus MC-er Mariëlle Beenackers onderzoekt de gevolgen met haar prestigieuze VENI beurs.

 

De lucht in

Nederland bouwt een miljoen nieuwe woningen in de komende tien jaar. Het merendeel daarvan verrijst in de steden die daarmee meer verdichten. Amsterdam kiest bijvoorbeeld voor hoogbouw. In het centrum van Den Haag komen drie hele hoge torens. Zelfs Utrecht, de snelst groeiende stad van Nederland, gaat de lucht in. In Rotterdam zijn ze al gewend aan hoogbouw in het centrum. Mariëlle Beenackers, 36 jaar, onderzoeker bij Erasmus MC-afdeling Maatschappelijke Gezondheidszorg doet onderzoek naar de gezondheidsgevolgen van stedelijke verdichting: meer mensen in de stad op hetzelfde oppervlak.

 

Foto: Joke Schut

 

 

Wat doet dat met de mensen die er wonen? Met hun hoofd? Hun gezondheid?

“Dat weten we eigenlijk nog niet precies, maar met mijn VENI beurs kan ik onderzoeken wat de gezondheidsgevolgen zijn van meer mensen in de stad en wat de invloed van de omgeving is op hun mentale gezondheid.”

 

Hoe blijft de groeiende stad mentaal gezond?

Wat ga je onderzoeken?

“Ik heb 250.000 euro ontvangen en daarmee kan ik drie jaar onderzoek doen. Daar ben ik superblij mee! Ik kijk vooral naar de gevolgen van meer mensen in de stad voor de mentale gezondheid van de bewoners ervan. De nieuwe inzichten zijn hard nodig en kunnen belangrijk zijn in het maken van keuzes voor de inrichting van de woonomgeving en het belang daarvan voor de mentale gezondheid.”

 

Hoe heeft de omgeving invloed op onze gezondheid?

“Dat gaat via veel verschillende wegen. Vooral stressfactoren lijken belangrijk. Denk aan licht- of geluidsoverlast. Meer geluid en nachtelijke verlichting in de woonomgeving kan op den duur leiden tot slaapproblemen en depressieve klachten. Het groen in een stad is ook een factor. Als stedelijke verdichting ten koste gaat van publiek groen, kan dat van invloed zijn op de herstelmogelijkheden van mensen en dus op de mentale gezondheid van bewoners. Het is van belang hoe de mensen de stad waarin ze wonen ervaren. Hoe zijn de verschillen in woonomstandigheden tussen hen? Ervaren mensen die minder te besteden hebben meer negatieve gevolgen van stedelijke verdichting dan rijkere mensen? Heeft bijvoorbeeld het ontbreken van voldoende publiek groen meer gevolgen voor mensen in een klein appartement dan voor mensen met een eigen tuin? En ervaren bewoners van slecht geïsoleerde woningen meer overlast van licht en geluid in de omgeving? Is de stedelijke stress schadelijker voor mensen die ook al veel financiële stress ervaren? Uit het rapport ‘De staat van de stad’ van de gemeente Rotterdam, gepubliceerd in 2018 met cijfers afkomstig uit 2014, is bekend dat in Rotterdam één op de vijf huishoudens onder de armoedegrens leeft. Ook is het interessant om te kijken wie er verhuist als een buurt verdicht wordt: wie gaan er weg, wie blijven er, wie komen er bij en heeft iedereen evenveel keus in deze beslissing?”

 

Foto: Phil Nijhuis

 

Hoe onderzoek je dat?

“In Eindhoven vergeleken we binnen de GLOBE-studie wijken met een hoge dichtheid met wijken met een lagere dichtheid, en bekeken we of er verschillen zijn in sterfte. We hielden rekening met de sociaaleconomische verschillen van de bewoners. We vonden in de dichtstbevolkte wijken meer sterfgevallen. Om te onderzoeken of dit écht komt omdat het ongezond is om dichter op elkaar te wonen, bijvoorbeeld door een ongezondere inrichting van de wijk of meer ongezonde prikkels, wil ik in mijn VENI onderzoek gaan kijken naar buurten die recentelijk verdicht zijn. Ik kan dan dezelfde mensen volgen in de tijd en zien of ze gezonder of ongezonder zijn geworden in die periode en of dit samenhangt met de veranderingen in de omgeving die de verdichting heeft veroorzaakt. Ik gebruik hiervoor gegevens die al bestaan. Er komt steeds meer en steeds betere data beschikbaar over omgevingskenmerken. De technische mogelijkheden om deze data te koppelen met andere gegevensbronnen nemen ook toe. Zo heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gegevens over de samenstelling van het huishouden, opleidingsniveau en woningkenmerken. Er zijn ook gegevens beschikbaar over medicatiegebruik en data uit gezondheidsenquêtes. Door deze data met elkaar te koppelen, uiteraard op een verantwoorde manier, kan ik vragen beantwoorden die eerder niet mogelijk waren.
In aanvulling op deze bestaande ‘big data’ wil ik ook nog met de bewoners zelf in gesprek gaan. Hoe hebben zij de verdichting van hun wijk ervaren? Welke plekken in de wijk zijn positief veranderd, welke negatief? Dit geeft meer verdiepende informatie over de mogelijke invloeden van stedelijke verdichting vanuit het perspectief van de bewoners zelf.”

 

Leidt verdichting altijd tot meer problemen?

“Nee, dat maakt het ook zo complex en interessant. Er zijn ook veel positieve kanten en soms is er een uitruil. Meer mensen bij elkaar biedt meer mogelijkheden tot sociale interactie al kan het ook eenzaamheid in de hand werken omdat een mensenmassa ook meer anonimiteit biedt. Een dichtbebouwde omgeving kan ook uitnodigen tot fietsen en lopen. Dit is weer gezond. Ook zijn er vaak meer faciliteiten aanwezig en zijn bepaalde diensten zoals openbaar vervoer beter beschikbaar. Meer faciliteiten kunnen echter ook weer ten koste gaan van publiek groen. Ontwerpkeuzes en hoe je de omgeving inricht kunnen ervoor zorgen dat de positieve aspecten versterkt worden en de negatieve effecten beperkt. Ik hoop vanuit mijn onderzoek aanbevelingen te kunnen doen hoe je op een gezonde manier verstedelijking kunt opzetten om tot een optimaal gezondheidsresultaat te komen.

In Rotterdam ben ik sinds kort naast onderzoeker ook coördinator van de academische werkplaats CEPHIR. Dit is een samenwerking tussen het Erasmus MC en de stad om gezondheidsachterstanden in stad en regio terug te dringen. Wij leveren wetenschappelijk bewijs waarop beleidskeuzes op bijvoorbeeld het gebied van de volksgezondheid kunnen worden gemaakt. De focus ligt op hoe je de omgeving inricht en hoe je alle Rotterdammers bereikt, ook de mensen met een achterstand. Dit sluit dus ook goed aan bij mijn onderzoek. Vanuit CEPHIR denk ik momenteel mee over de wetenschappelijke onderbouwing van het nieuwe preventieakkoord. Eerder onderzoek over luchtverontreiniging en adviezen daarover vanuit CEPHIR hebben bijvoorbeeld invloed gehad op de besluitvoering rond de invoering van de milieuzone.”

 

Wat zou er moeten gebeuren om de stad gezonder te maken voor haar bewoners?

“Een goede balans is belangrijk. De stad biedt veel mogelijkheden, maar kan ook voor stress zorgen door de vele mensen en activiteiten. Mensen hebben dan een omgeving nodig waar ze weer kunnen herstellen. Groen kan hierbij helpen. Ook denk ik dat de gezonde keuze de gemakkelijke keuze moet worden. Wandelen en fietsen moet aantrekkelijk en veilig zijn. Denk ook aan gezond eten. Als ik vanuit het werk naar huis ga, kom ik onderweg heel veel verkooppunten tegen met ongezond eten. Het vraagt veel wilskracht om niet aan die verleidingen toe te geven, zeker als ik trek heb.”

 

Wat is jouw eigen beleving van de stad?

“Ik geniet enorm van de voorzieningen die een stad biedt. Ik woon zelf in Rijswijk en vind het bijzonder prettig dat alles op loop- of fietsafstand is en dat ik bijvoorbeeld binnen een kwartier naar het centrum van Delft of Den Haag fiets. Tegelijkertijd heb ik bijvoorbeeld wel weer zorg over de vervuiling die de dichtbij gelegen snelweg geeft. Ik ben natuurlijk ook beroepsgedeformeerd. Vanuit mijn werkkamer in het Erasmus MC heb ik goed uitzicht over de stad. Als ik dan weer ergens een nieuwe hijskraan of bouwplaats zie, dan denk ik aan de mensen die er komen wonen, hoe zij dat gaan ervaren, en welke bijdrage ik met mijn onderzoek kan leveren aan het verbeteren van de stedelijke omgeving.”