Pleidooi

‘Transplanteer een nierpatiënt vóór het starten met dialyse’

Een niertransplantatie wordt nog te vaak beschouwd als laatste redmiddel. Een transplantatie door bijvoorbeeld een levende donatie moet eerder in beeld komen. Dat stelt Dennis Hesselink in zijn oratie. ‘Er valt nog veel winst te behalen.’

Joyce de Bruijn
Leestijd 3 min
Dennis_Hesselink_ oratie 22-5 DSF3005

Een niertransplantatie is by far de beste behandeling voor mensen met eindstadium nierfalen. Daarom moeten meer nierpatiënten worden doorverwezen en voorbereid op een transplantatie. Liefst vóórdat ze moeten gaan dialyseren. Óók de patiënten die op het eerste gezicht moeilijk te transplanteren lijken. Daarvoor pleit nefroloog prof. dr. Dennis Hesselink in zijn oratie. Op 22 mei wordt hij officieel beëdigd als hoogleraar Gepersonaliseerde Therapie na Niertransplantatie.

Hesselink maakt zich er regelmatig boos over. Wordt er een patiënt naar het Erasmus MC doorverwezen voor een transplantatie. Dat gebeurt dan pas nadat hij of zij járen lang heeft gedialyseerd, en nu op de laatste adem loopt. ‘Dat zijn mensen van wie ik denk: was de voorbereiding op transplantatie nu maar eerder gestart.’

Ellende

Transplantatie wordt nog vaak beschouwd als een laatste redmiddel, een eindstation. Maar omdat een naaste bij leven een nier kan doneren, kan een transplantatie al in een vroeg stadium worden uitgevoerd. ‘Volgens het oude model behandelt de dokter de nieraandoening, totdat de nierfunctie te slecht wordt. Dan wordt de patiënt voorbereid op dialyse en na verloop van tijd volgt dan misschien een gesprek over transplantatie. Terwijl er zoveel winst te behalen is.’

Hij somt op: dialyseren is fysiek zwaar, niet alleen voor de patiënt zelf, ook voor diens naasten. ‘Om een patiënt te citeren: ‘dialyse is geen leven maar overleven’. De kwaliteit van leven gaat er na een transplantatie met sprongen op vooruit. Ontvangt de patiënt een nier van een levende donor, dan kan die er veel relatief gezonde levensjaren mee winnen. Plus: niertransplantatie is, vergeleken met jarenlang dialyseren, een stuk goedkoper.’

Overgewicht

Een nierziekte is al lang geen zeldzame obscure aandoening meer. Door vergrijzing en  overgewicht en de daarbij behorende complicaties, neemt het aantal patiënten met chronische nierschade en nierfalen toe. Naar verwachting zijn nierziekten over 20 jaar doodsoorzaak nummer 3 in de Westerse wereld, waarschuwt Hesselink. Hoog tijd dus, dat nierpatiënten en hun dokters in een vroeg stadium in gesprek gaan over transplantatie.

Is niertransplantatie zaligmakend? Natuurlijk niet. Met name op het gebied van nazorg is nog veel winst te behalen, weet Hesselink. Hij kreeg een jaar geleden ruim 2,5 miljoen euro subsidie voor een groot onderzoek dat ertoe moet leiden dat patiënten een leven lang met hun donornier doen.

‘De immunosuppressieve behandeling – die wordt gebruikt ter voorkoming van afstoting – is de afgelopen decennia veel beter geworden. Maar het is nog steeds een noodzakelijk kwaad. Mensen die deze medicatie gebruiken, worden kwetsbaar voor infecties en metabole ziekten als hoge bloeddruk, diabetes en hoog cholesterol. Ook kanker komt vaker voor door de immunosuppressieve therapie.’

Een handvol

Mensen slikken een handvol met pillen per dag om afstoting te voorkomen. Dat zijn geneesmiddelen met bijwerkingen, en daarom gebruiken patiënten ook geneesmiddelen om die bijwerkingen te bestrijden. Trouw elke dag al die pillen nemen, is een uitdaging voor hen, weet Hesselink.

‘Het is ironisch, maar één van de immunosuppressieve geneesmiddelen, tacrolimus, is ‘nefrotoxisch’, oftewel giftig voor het transplantaat. Maar het vormt wel de hoeksteen van de immunosuppressieve therapie. We moeten de huidige behandelingen dus gaan finetunen, op maat van de patiënt. Want nieuwe en betere geneesmiddelen zijn er nog niet, en lijken nog wel even toekomstmuziek te blijven.’

Hesselink onderzoekt, in samenwerking met transplantatie-experts uit binnen- en buitenland, waaróm sommige patiënten nierschade ontwikkelen door tacrolimus. Hij probeert daarnaast het individuele risico op afstoting beter te kunnen inschatten. Wanneer deze risico’s beter kunnen worden ingeschat, kan de immunosuppressieve therapie nauwkeuriger worden afgestemd op de behoeften van de individuele patiënt.

Regie

Ook onderzoekt hij of patiënten straks meer regie kunnen krijgen om zelf hun medicatie in en bij te stellen, zodat ze minder vaak naar de polikliniek hoeven te komen. ‘Patiënten kunnen vaak prima zelf een prikje in hun vinger zetten en een druppel bloed opvangen. Daarin kan de concentratie van de immunosuppressieve geneesmiddelen worden gemeten.’

Met behulp van een doseringsalgoritme zouden ze in de toekomst een doseringsadvies kunnen krijgen en zo hun eigen behandeling bijstellen. ‘Diabetespatiënten die insuline gebruiken of patiënten met een stollingsstoornis die anticoagulantia gebruiken, doen dat toch ook zo?’

‘In het Erasmus MC werken nefrologen, chirurgen en verpleegkundigen al decennia nauw met elkaar samen. We kijken altijd naar de mogelijkheden om een patiënt tóch te transplanteren. Ook al is er bijvoorbeeld sprake van hoge leeftijd, overgewicht of een complexe vaatanatomie. Maar dan is het wel zaak dat mensen met nierfalen tijdig naar een transplantatiecentrum worden verwezen.’

Passende zorg  

Het Erasmus MC biedt de zorg die aansluit bij de behoefte van de patiënt: zorg die de patiënt samen met de behandelaar kiest. En zorg die plaatsvindt op de juiste plek: in ons universitair medisch centrum, een ander ziekenhuis, thuis of waar dan ook. Zoals beschreven in Koers28, de strategie van het Erasmus MC.  

Lees ook

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van nieuws en verhalen uit het Erasmus MC en schrijf u in voor onze nieuwsbrief.