Eind oktober vieren ruim 500 transplantatieprofessionals dat er 5 jaar nauw wordt samengewerkt in het Erasmus MC Transplantatie Instituut. De transplantatiezorg en het wetenschappelijk onderzoek waren tot vijf jaar geleden verdeeld over verschillende afdelingen, zoals cardiologie, nefrologie, longgeneeskunde en maag-, darm- en leverziekten.
‘Het doel het Transplantatie Instituut was om alle expertise rond transplantatiezorg en -onderzoek beter te verbinden’, vertelt cardioloog Olivier Manintveld, voorzitter van het Transplantatie Instituut. ‘De organen en hun systemen verschillen, maar patiënten krijgen na hun transplantatie bijvoorbeeld dezelfde soort medicijnen die dezelfde soort bijwerkingen geven. Het belang van gezamenlijk onderwijs, onderzoek en innovatie was duidelijk.’
Algemeen directeur Marleen van Buren vult aan: ‘De kracht van het Transplantatie Instituut is dat zorginnovaties heel snel bij de patiënt terecht komen. Neem de ontwikkelingen binnen de machineperfusie. Dat was een paar jaar geleden een experimentele behandeling, maar is nu standaard vergoede zorg.’
De tekst gaat door onder het kader
Het Erasmus MC Transplantatie Instituut is het grootste transplantatiecentrum van Nederland. Er werken ruim 500 zorgprofessionals en wetenschappers met elkaar samen.
In 2025 werden 394 transplantaties uitgevoerd.
- 217 nieren, het grootste deel van levende donoren
- 105 levers, steeds meer van levende donoren
- 41 longen
- 31 harten
Vervolg tekst
Bij machineperfusie worden donororganen aangesloten op een machine die zorgt voor doorbloeding en zuurstofvoorziening. Artsen kunnen zo beter beoordelen of een orgaan geschikt is voor transplantatie en de schade door zuurstofgebrek blijft beperkt. In sommige gevallen kan perfusie de conditie van de organen zelfs verbeteren.
Vooral binnen het hart- en levertransplantatieprogramma heeft de techniek ertoe geleid dat aanzienlijk meer donororganen geschikt werden voor transplantatie. ‘In 2032 gaan we een complete, nieuwe onderzoeksafdeling openen waar orgaanperfusionisten en wetenschappelijk onderzoekers zich volledig richten op technische innovatie van machineperfusie’, zegt Manintveld. ‘Maar voordat het zover is, zullen we dit in de oudbouw al samenbrengen zodat we straks precies weten hoe we de nieuwe afdeling willen inrichten.’
Meer dan een operatie
Een transplantatie is al geruime tijd veel meer dan alleen een operatie waarbij een donororgaan wordt geïmplanteerd. Transplantatie is een levenslang traject, beklemtonen Van Buren en Manintveld. De kwaliteit van leven van patiënten krijgt daarbij steeds meer aandacht. Inmiddels zijn PROMs (Patient Reported Outcome Measures) in alle transplantatieprogramma’s ingevoerd. Daarmee wordt structureel gemeten hoe patiënten zelf hun gezondheid en kwaliteit van leven ervaren. Van Buren: ‘We willen niet alleen weten hoe het getransplanteerde orgaan functioneert, maar ook hoe het met de patiënt gaat.’
Manintveld: ‘Er is een Leefstijl Zorgloket gekomen specifiek voor onze transplantatiepatiënten. Zo’n 40 procent van de mensen die op de wachtlijst staan voor een transplantatie, heeft obesitas en/of diabetes. Richtten wij ons vroeger vooral op overleving na de transplantatie, nu weten dat we daarvoor de mens in zijn totaliteit moeten behandelen. Een heel leven lang. Dat begint al geruime tijd vóór de transplantatie, met speciale prehabilitatieprogramma’s.’
Leefstijl Zorgloket
Het Leefstijl Zorgloket, een leefstijlprogramma dat transplantatiepatiënten helpt met het opbouwen van conditie, is erop gericht de kwaliteit van leven van patiënten te optimaliseren. ‘Het is geen kwestie van: we zetten er een nieuw orgaan in en de mensen zijn weer beter,’ weet Manintveld. ‘Mensen zijn geruime tijd ernstig ziek geweest, er is bijvoorbeeld spierzwakte ontstaan. Deze mensen hebben vaak angst om te gaan bewegen. Zij moeten opnieuw leren deelnemen aan het leven. Vaak zijn mensen een volledig jaar bezig met hun revalidatie.’
Van Buren: ‘Van belang is ook dat patiënten zo weinig mogelijk naar het ziekenhuis hoeven te komen voor hun nacontroles. Mensen komen van heinde en verre, ziekenhuisbezoeken zijn belastend.’ Dus wat thuis kan, doen ze thuis. ‘Ze krijgen daarvoor bijvoorbeeld thuismeetboxen mee naar huis, met daarin onder meer een bloeddrukmeter en een thermometer. Ze hebben een beveiligde app waarin ze hun gegevens invoeren. Die gegevens worden hier door de arts of verpleegkundige bekeken en beoordeeld.’
Manintveld: ‘Zo houden we ruimte in de polikliniek voor mensen die écht langs moeten komen bij hun arts.
RevaStart
Van Buren: ‘Dat geldt ook voor de bedden op onze verpleegafdelingen. We zien geregeld mensen die medisch-technisch gezien niet meer in het ziekenhuis hoeven te liggen, maar die mentaal en fysiek nog niet fit genoeg zijn om naar huis te gaan. Zij kunnen verder revalideren bij RevaStart, een afdeling in een zorginstelling van Laurens, met gespecialiseerd personeel. Zij kunnen zich daar volledig focussen op hun herstel. En zo komt er bij ons weer een plek vrij voor een andere transplantatiepatiënt.’
Een dynamisch vakgebied dus, die transplantatiegeneeskunde. ‘Er zal in de toekomst nog meer zorg op afstand worden verleend, medicatie zal meer worden gepersonaliseerd’, verwacht Manintveld.
‘We zijn als Transplantatie Instituut met de Federatie Medisch Specialisten in gesprek over het Westnijlvirus. Een ziekte die nu ook in Nederland door muggen wordt verspreid. Hoe gaan we daarmee om? Hoe zorgen we dat er goede tests komen zodat we zeker weten dat bijvoorbeeld een donor geen Westnijlvirus bij zich draagt? Transplantatiezorg blijft altijd in ontwikkeling.’

Het bestuur van het Erasmus MC Transplantatie instituut. Tweede van links vooraan Marleen van Buren en vierde van rechts bovenin Olivier Manintveld
Complexe zorg
Als universitair medisch centrum richt het Erasmus MC zich op patiënten die complexe zorg nodig hebben en op patiënten met een zeldzame aandoening. Voor die patiënten beschikken wij over de specifieke expertise en voorzieningen. Zoals beschreven in Koers28, de strategie van het Erasmus MC.