‘De grootste winst is te behalen bij jonge kinderen’, vertelt Sander Kneepkens, promovendus en oogarts in opleiding. ‘We zien dat ogen het hardst groeien voor het tiende jaar. Dat is precies de leeftijd waarop we nu het minst ingrijpen.’
Tijdens een rondreis in China zag hij hoe ver ze daar al zijn. Daar is bijziendheid bij 80% van de jongeren een probleem. ‘Maar ze zetten daar nu enorm in op preventie, vooral via scholen. Kinderen worden gestimuleerd om veel meer buiten te zijn.’ Dat werkt: in grote, goed uitgevoerde studies blijkt dat extra buitentijd de kans op bijziendheid aanzienlijk verlaagt.
Continurooster
In Nederland gebeurt juist het tegenovergestelde. Steeds meer basisscholen werken met een continurooster, waardoor kinderen vaak maar ongeveer een half uur per schooldag buiten komen. ‘En dat terwijl buitenspelen niet alleen goed is voor de ogen, maar ook voor de motoriek, lichaamshouding en sociale-cognitieve ontwikkeling.’
Hoewel smartphones vaak de schuld krijgen, is dat volgens hem te simpel. ‘Uit onderzoek blijkt niet dat een scherm slechter is dan een boek. Het probleem is dat schermen alles dichtbij en altijd beschikbaar maken. De kinderogen groeien door veel dichtbij kijken in de lengte, waardoor bijziendheid ontstaat en kinderen minder goed gaan zien in de verte. ‘Maar dat effect kun je compenseren door veel buiten te zijn. Het daglicht remt deze groei.’ In deze video legt Kneepkens uit hoe bijziendheid ontstaat.
Basisschool
Kneepkens pleit in zijn proefschrift voor een nationale preventieve aanpak, die niet in het ziekenhuis begint, maar thuis én op het schoolplein. Want, de basisschool is dé plek waar we het verschil kunnen maken, aldus Kneepkens. ‘Kinderen in kansarme wijken hebben vaak minder veilige speelruimte, ouders werken veel, sportclubs zijn duur. Juist dan is school de plek waar je buitentijd kunt garanderen. Maar door het lerarentekort en continuroosters valt dat steeds meer weg.’

Oogarts in opleiding en promovendus Sander Kneepkens. Fotograaf: Esther Morren.
De promovendus begrijpt dat scholen hiermee worstelen, maar hij ziet ook kansen. ‘Vroeger hadden we overblijfjuffen. Misschien kunnen we creatief kijken met inzet van subsidies naar vrijwilligers en gepensioneerden. Als we kinderopvang gratis willen maken, waarom dan geen middelen om buitenspelen te organiseren? Het gaat om de gezondheid van een hele generatie!’
Gezamenlijke aanpak
Kneepkens, die promoveert op de nationale buitenspeeldag op 10 juni 2026, staat niet alleen in zijn missie. Zo zet Jantje Beton zich in voor meer buitenspelen. Het Oogfonds werkt al jaren aan gezonde kijkgewoonten bij kinderen. Ook in de politiek is aandacht: er zijn Kamervragen gesteld over buitenspeeltijd en de rol van scholen.
Het is een onderwerp dat veel mensen raakt. Ouders, leraren, artsen, iedereen ziet dat kinderen minder buiten komen. ‘Maar we hebben nog geen gezamenlijke aanpak. Ik hoop dat mijn pleidooi helpt om dit te veranderen.’
‘Preventie is niet sexy, maar wel noodzakelijk’
Preventie krijgt in Nederland vaak weinig aandacht, vindt Kneepkens. ‘Het kost geld, en het levert niet direct morgen resultaat op. Dus niet sexy, maar wel noodzakelijk. Want als we niets doen, lopen we achter de feiten aan. Meer buitenspelen is één van de krachtigste, goedkoopste en gezondste interventies die we hebben. En het mooie is: kinderen vinden het meestal nog leuk ook.’
Leefstijlregel 20-20-2
De 20-20-2 regel helpt om bijziendheid bij kinderen te voorkomen of de mate ervan te beperken. De regel bestaat uit de volgende stappen:
• Neem na 20 minuten dichtbij kijken, zoals op een smartphone, tablet, computer of in een boek
• 20 seconden pauze om in de verte te kijken, en zorg ervoor dat je minimaal
• 2 uur per dag buiten bent.