Erfelijke nierziekte

Nieuw onderzoek naar veelvoorkomende erfelijke nierziekte

Internist-nefroloog Mahdi Salih gaat onderzoek doen naar de erfelijke nierziekte ADPKD. ‘Broers en zussen die precies dezelfde genfout hebben, kunnen enorm verschillen in hoe snel de ziekte verloopt.’

Joyce de Bruijn
Leestijd 2 min
Mahdi salih

Mahdi Salih heeft van de Nierstichting de Kolff+ Senior Talent Grant gekregen. Met het geld, 440.000 euro, gaat hij onderzoek doen naar de nierziekte ADPKD, wat staat voor autosomaal dominante polycysteuze nierziekte.

ADPKD is de meest voorkomende erfelijke nierziekte, met ongeveer 18.000 patiënten in Nederland. De ziekte wordt veroorzaakt door een fout in het PKD1- of PKD2-gen, waardoor er in de nieren steeds meer cystes ontstaan die gezond nierweefsel verdringen. Dit leidt op termijn tot pijn, hoge bloeddruk, en uiteindelijk nierfalen waarvoor dialyse of transplantatie nodig is.

Genfout

De ziekte is autosomaal dominant, wat betekent dat een kind van een ouder met ADPKD vijftig procent kans heeft om de ziekte ook te krijgen. ‘Wat mij al langer fascineert: zelfs broers en zussen die precies dezelfde genfout hebben, kunnen enorm verschillen in hoe snel de ziekte verloopt. Bij 15 procent van de broers en zussen verschilt het meer dan vijftien jaar’, vertelt Mahdi.

Dus waar bij de ene patiënt het nierfalen al op z’n dertigste begint, krijgt diens broer of zus pas op zijn 45e nierfalen. ‘Dat verschil valt niet te verklaren door de genfout zelf. Voor artsen is het dus nog lastig te voorspellen wie een hoog risico loopt op snelle achteruitgang, en dat is precies waar we ons met dit onderzoek op gaan richten.’

Bijwerkingen

Er is één medicijn dat de ziekte kan afremmen, maar dat gaat gepaard met flinke bijwerkingen. ‘Patiënten moeten enorme hoeveelheden – vaak meer dan 6 liter per dag – water drinken en plassen. Als men ernstige nierziekte heeft, dan wil ik een medicijn zo vroeg mogelijk geven. Maar als men een hele milde ziekte heeft, dan wil ik het liefst iemand therapie, en bijwerkingen daarvan besparen.’

Met de  beurs gaat Mahdi op zoek naar de genetische factoren die verklaren waarom sommige patiënten veel sneller achteruitgaan dan anderen, juist door broers en zussen met een sterk verschillend ziekteverloop met elkaar te vergelijken.

Mini-nieren

‘Ik breng hun volledige DNA in kaart, en de meest kansrijke aanwijzingen test ik vervolgens in een grotere patiëntengroep. Tot slot ga ik in het lab kijken hoe deze genetische verschillen cystegroei beïnvloeden. Dat doen we met behulp van mini-nieren, organoïden, die we opkweken uit cellen van patiënten.’

Het einddoel: beter kunnen voorspellen wie een hoog risico loopt. ‘Zodat we zorg en toekomstige behandelingen daar gerichter op kunnen afstemmen. Daarnaast moet het een eerste stap zijn richting nieuwe, gerichte therapie.’

Mahdi Salih is voorzitter van het Expertisecentrum voor Zeldzame Nier- en Urinewegaandoeningen.

 

 

Lees ook

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van nieuws en verhalen uit het Erasmus MC en schrijf u in voor onze nieuwsbrief.