De kans is groot dat je er nog nooit van gehoord hebt, en toch heeft naar schatting 5 tot 10% van de veertigplussers ermee te maken: monoklonale B-cellymfocytose (MBL). Het is geen ziekte, maar eerder een toevallige vondst in het bloed. Mensen met MBL hebben een overschot aan één bepaald type witte bloedcellen, B-lymfocyten, om precies te zijn. Dat hoeft geen groot probleem te zijn, maar bij een klein deel van de mensen kan MBL tot leukemie uitgroeien.
Erasmus MC’ers Ton Langerak en Martijn Kolijn willen weten hoe dat zit. Waarom ontstaat bij de ene persoon wel chronische lymfatische leukemie, en bij de ander niet? Daar krijgen ze van een Amerikaanse fondsenverstrekker 2,5 miljoen euro voor. ‘Hiermee kunnen we vragen beantwoorden die anders simpelweg buiten bereik blijven.’
Toevallig vondst
B-lymfocyten zijn witte bloedcellen die een belangrijke rol spelen in ons afweersysteem. Ze herkennen ziekteverwekkers en zetten aan tot het produceren van antistoffen daartegen. Mensen met MBL hebben een overschot aan een aantal identieke B-lymfocyten, die ontstaan zijn uit één kloon. De meeste mensen met MBL komen er toevallig achter, bijvoorbeeld bij bloedonderzoek. MBL kan gepaard gaan met een verhoogde gevoeligheid voor infecties en een verminderde werking van vaccinaties. Maar bij een heel klein aantal mensen groeit MBL uit tot chronische lymfatische leukemie.
In een eerdere publicatie in Nature Communications lieten Langerak en Kolijn zien dat ze een kloon van B-cellen aan een specifiek stukje DNA konden herkennen. ‘Een soort vingerafdruk’, legt Kolijn uit. ‘En dat was nog best een uitdaging.’ Om alle verschillende ziekteverwekkers in je lichaam te kunnen herkennen, is het DNA van iedere B-lymfocyt uniek. Maar, zo ontdekten de onderzoekers: ‘Als er een kloon ontstaat, dan zie je eigenlijk de verdeling van die unieke stukjes DNA veranderen en wordt een van die stukjes DNA dominant.’
Herkennen
Aan de hand van die DNA-marker vervolgen Langerak en Kolijn nu hun onderzoek. Ze beginnen door te onderzoeken of ze met hun marker daadwerkelijk MBL kunnen herkennen. Dat doen ze specifiek in materiaal uit een biobank in Amerika, die een belangrijk voordeel biedt: de deelnemers worden al jarenlang gevolgd, waardoor de onderzoekers kunnen zien bij wie uiteindelijk leukemie ontstaat. Die informatie kan vervolgens worden gekoppeld aan genetische- én eiwitprofielen.
Verbanden
Bovendien is er al erg veel ander onderzoek gedaan met het materiaal in die biobank. Langerak: ‘We kunnen de uitkomsten van al die studies nu met elkaar in verband gaan brengen. Zo krijgen we meer inzicht in de individuele B-lymfocyt-klonen. En komen we er hopelijk ook achter welke klonen progressief zijn, en leiden tot leukemie, en welke rustig blijven zonder dat ze een agressief beeld opleveren.’
Kolijn noemt nog een ander voordeel: ‘Voorheen kon MBL alleen worden aangetoond als er celmateriaal beschikbaar was, maar de meeste grote biobanken hebben geen intacte cellen. Als we met onze DNA-marker MBL kunnen herkennen, ontsluit dat de mogelijkheid om nog veel meer biobanken te onderzoeken.’
Fundamenteel
‘Het is echt fundamenteel onderzoek’, benadrukt Langerak. ‘We verwachten niet dat we hier op heel korte termijn een concrete klinische toepassing uit gaan halen. Maar het moet wel belangrijke inzichten opleveren in het ontstaan van deze afwijking en de impact ervan op de gezondheid.’