Coronapandemie

Mischa schreef een boek over zijn moeder: viroloog Marion Koopmans

De coronapandemie maakte van viroloog Marion Koopmans een bekende Nederlander. In een nieuw boek, geschreven door haar zoon Mischa Huijsmans, blikt ze terug op haar carrière en de coronajaren. En waarschuwt ze voor de toekomst. ‘In feite gokken we dat we er snel genoeg bij zijn, als het weer misgaat. Guess what, dat gaat niet lukken.’

Deel
12 likes
Leestijd 7 min
Marion en Mischa
Marion Koopmans en haar zoon Mischa Huijsmans | Foto: Stephan Vanfleteren

Af en toe krijgt ze een mailtje van haar 94-jarige vader. Of ze wel voorzichtig is. Misschien kan ze beter wat minder naar buiten treden. Koopmans vertelt het met vertederde blik, tijdens een gesprek met haar en haar zoon Mischa Huijsmans over het boek dat hij schreef over zijn moeder.

Even daarvoor beschreef ze hoe ze onlangs werd uitgescholden bij een tankstation. Ze klinkt haast jaloers als ze memoreert hoe minister voor Natuur en Stikstof Christianne van der Wal een groep boze boeren voor haar huis confronteerde. ‘Zo ontzettend stoer. Misschien had ik ook tegen die gasten moeten zeggen ‘wat wil je nou’.’ Na tweeëneenhalf jaar is ze wel klaar met alle bagger die over haar uitgestort is. ‘Ik heb beveiliging nodig. Dat geeft een unheimisch gevoel.’ Spontane uitstapjes kunnen niet. Tenminste, niet op drukke plekken.

‘Als we samen buiten zijn, scan ik wie er te lang naar Marion kijkt’

Tijdens hun vele gezamenlijke wandelingen, waar het idee voor het boek ontstond, zijn bijna alle reacties positief, vertelt zoon Huijsmans. ‘Negatieve zijn uitzonderingen. Online is het anders. Dat is een schijnwereld waar mensen heel makkelijk tekeergaan.’ Koopmans: ‘We moesten over dit boek met een jurist overleggen. Te gek voor woorden.’ Huijsmans: ‘Als we samen buiten zijn, scan ik wie er te lang naar Marion kijkt.’

Marion Koopmans en haar zoon Mischa Huijsman

Marion Koopmans en haar zoon Mischa Huijsmans | Foto: Stephan Vanfleteren

Vaste gast op televisie

Publieke optredens over de pandemie zijn al vanaf het begin op zijn zachtst gezegd niet makkelijk in de hevig gepolariseerde Nederlandse samenleving. Voor Koopmans geen reden om te stoppen met het uitleggen van haar vak. ‘De pandemie heeft dat een nieuw aspect van mijn werk gemaakt. Ik vind het leuk om te doen, en vooral nuttig.’

Koopmans was sinds begin 2020 vaste gast op radio en tv en in de kranten. De EO-podcastserie Virusfeiten waarin Tijs van den Brink haar en intensivist en mede-Erasmus MC’er Diederik Gommers enkele tientallen keren interviewde, heeft haar voorkeur. Die podcast biedt – zo nu en dan verschijnt er nog een aflevering – ruimte voor wetenschappelijke nuance en diepgang.

Vertrouwen

De coronapandemie zorgde voor veel narigheid en ellende, maar droeg volgens Koopmans soms ook bij aan positieve ontwikkelingen. Internationale samenwerking was haar natuurlijk niet vreemd, maar covid zorgde voor een nieuwe dimensie. ‘Vooral de snelheid waarmee we gewerkt hebben: iedereen deelde gegevens. Zo konden we razendsnel een test voor SARS-CoV-2 ontwikkelen, allemaal gaan testen en de resultaten bespreken.’

Het virus in handen krijgen ging, alle International Health Regulations ten spijt, moeizaam. ‘China en Hongkong wilden dat niet delen. Terwijl wij dachten, er komt een groot probleem aan, deel het. We waren blij dat het in Singapore en Thailand opdook. Toen kregen we het eindelijk.’

Schrijven over je moeder

Vlak voordat het door lockdowns onmogelijk werd kwam Mischa Huijsmans, acteur, muzikant en personal trainer, vanuit zijn woonplaats Londen naar het ouderlijk huis. De avond van zijn aankomst zat hij urenlang met zijn ouders te praten. Over covid en wat de toekomst zou brengen. ‘Destijds, in de tuin, wisten we dit is toch wel wat anders dan de Mexicaanse griep, SARS, MERS of ebola. Dat landen in Europa in lockdown gingen, dat was nieuw. Dat was wel een moment van: wauw wat gebeurt hier?’

Het boek kwam er na lang aandringen van uitgeverij De Bezige Bij. Koopmans was veel te druk met de pandemie om een boek te schrijven. Maar de uitgever hield aan. ‘Je moet dit echt doen, zeiden ze’, vertelt Koopmans. Ze wilde niet werken met een ghostwriter. ‘Ik dacht: misschien moet ik dat dan maar doen’, zegt Huijsmans. 

Na een paar maanden ging Huijsmans terug naar Londen. Vanaf dat moment zagen moeder en zoon elkaar een heel jaar niet. Ze belden frequent, het werk aan het boek ging door. Huijsmans denkt dat hij de valkuilen bij het schrijven over je moeder, wiens werk je bewondert, heeft vermeden. ‘Ik geloof dat we daar wel in geslaagd zijn.’ 

Het boek toont dat de wetenschappelijke gedrevenheid van Koopmans niet van vandaag of gisteren is. Ze stortte zich altijd gepassioneerd op haar bezigheden: tijdens haar studie diergeneeskunde, toen ze als student met een sabbatical op een industrieel melkveebedrijf in de Verenigde Staten werkte, begin jaren negentig als onderzoeker bij de Amerikaanse Centres for Disease Control and Prevention (CDC) of daarna als projectleider gastro-enteritis bij het RIVM. Tussendoor reisde ze veel, onder meer door Mexico.

Terug van haar tussenjaar in de VS rondde ze de studie diergeneeskunde af. Als laatste coschap koos Koopmans voor tropische infectieziekten. Behalve de pathologie van die ziekten stond er geopolitiek op het programma, maatschappelijk hulp- en dienstverlening en handvaten voor het doen van veldwerk met weinig financiële middelen.

Injectienaald scherpen aan steen

De afsluitende stage deed ze bij een coöperatie van melkveehouders in India. De veeartsen gingen dagelijks naar een ander dorp voor consulten en zamelden tegelijk melk in die mee terugging naar de coöperatie. Koopmans leerde er wat ‘weinig middelen’ betekent. De eerste dag kreeg ze een injectienaald én uitleg hoe ze die met een steen moest scherpen. De naald moest hergebruikt worden, wegwerpnaalden waren te duur. Verder kreeg ze een flesje antibioticum en een flesje jodium om de naald na gebruik schoon te maken en zo de verspreiding van infectieziekten tegen te gaan.

De stage, schrijft Huijsmans, leverde haar net als eerdere reiservaringen belangrijke inzichten op die bepalend zouden worden voor haar verdere carrière. Mensen in verschillende delen van de wereld hebben andere relaties met dieren. Plaatselijke factoren zijn dus belangrijker dan wat de handboeken schrijven. Verder ontbreken meestal niet de kennis en de bekwame mensen, maar geld en dus materialen.

Onbekende infectieziekten

Koopmans is al vele jaren een internationaal vooraanstaand en met vele prijzen gelauwerde viroloog. Ze adviseert de Wereldgezondheidsorganisatie en hoort bij een groep experts die steevast te hulp geroepen worden bij grote gezondheidscrisissen. De Mexicaanse griep, ebola, zika, SARS, MERS, de vogelgriep, influenza en nu dus covid: Koopmans is altijd bij de bestrijding betrokken.

Ruim twintig jaar geleden startte ze Noro-Net, een internationaal samenwerkingsverband van wetenschappers om data te delen over het norovirus. Het is maar één van de vele (internationale) samenwerkingsverbanden waarin ze participeert. GLOPID-R is een ander voorbeeld. Dat is een wereldwijd onderzoeksnetwerk dat sinds 2013 probeert de wereld beter voor te bereiden op toekomstige uitbraken van – nu vaak nog onbekende – infectieziekten.

Sinds 2013 leidt Koopmans de afdeling Viroscience van het Erasmus MC. In 2016 was ze mede- initiatiefnemer van het Netherlands Centre for One Health (NCOH), een samenwerkingsverband van wetenschappelijke instellingen die gezamenlijk onderzoek doen naar antibioticaresistentie en zoönosen, ziekten die van dieren op mensen overspringen zoals Q-koorts, ebola en covid.

Bekroning

Het multidisciplinaire onderzoeksinstituut Pandemic and Disaster Preparedness Center (PDPC) is misschien wel de kroon op Koopmans’ werk. Haar geesteskind ging in mei 2021 van start en zoekt naar wegen om grote gezondheidscrisissen en rampen te voorkomen of hun gevolgen te minimaliseren. Het PDPC wil Nederland beter voorbereiden op toekomstige pandemieën en de consequenties van klimaatverandering. Onderzoekers van zo’n dertig wetenschappelijke instellingen bestuderen potentiële virusdreigingen, onderzoeken of uitbraken en pandemieën voorspelbaar zijn en of je vaccins kunt ontwikkelen die werken tegen groepen virussen.

Verder bundelt het PDPC onderzoek naar hittegolven, extreme droogte en overstromingen om rampenscenario’s te ontwikkelen die stedenbouwkundigen, architecten en landschapsontwikkelaars kunnen gebruiken bij het (her)inrichten van Nederland. Het PDPC onderzoekt de bijbehorende effecten op de publieke gezondheid en hoe je de maatschappelijke weerbaarheid kunt verhogen tegen grote crisissen die lagere sociaal-economische groepen het hardst treffen.

‘Er komen vaker pandemieën en het is duidelijk dat we daarop onvoldoende toegerust zijn’

‘Voor mij is duidelijk dat we meer moeten investeren’, zegt Koopmans. ‘Hoe werken die virusmechanismen precies, wat komt er op ons af, wat is daarbij bepalend, wat kunnen we doen? We moeten ons meer op de toekomst richten. mRNA-vaccins tegen covid bestaan dankzij langdurige investeringen in onderzoek naar iets dat misschien ooit nodig zou zijn. Investeren in beter begrip van de complexiteit van virussen is even belangrijk. Net zo als investeringen in waterwerken. Er komen vaker pandemieën en het is duidelijk dat we daarop onvoldoende toegerust zijn.’

We moeten serieus willen investeren in een nieuw soort kennis, zegt Koopmans. ‘Er is nu wereldwijd H5-vogelgriep, we zien geïnfecteerde zoogdieren, maar bij de publieke gezondheidszorg heerst er radiostilte. Want dat is een andere categorie. Hoe overbrug je dat? In feite gokken we toch weer dat we er snel genoeg bij zijn, als het misgaat. Guess what, dat gaat niet lukken. Hoe moeten we het wel doen? Wanneer zeg je: we moeten nu zorgen dat bepaalde dingen op de plank liggen? Dat is de nieuwe uitdaging.’

Marion Koopmans. Viroloog in een veranderende wereld. Verteld door haar zoon Mischa Huijsmans. Uitgeverij De Bezige Bij, ISBN 9789403177915, 368 pagina’s, € 26,99. E-book € 13,99.

Lees ook