Huisartsgeneeskunde

Gewrichtsklachten zorgen voor groeiende druk op huisartsen

Pijn aan knieën, heupen, schouders en rug zijn niet zomaar een veelvoorkomende klacht in de huisartspraktijk in Nederland. Ze zijn reden nummer één voor een bezoek aan de huisarts. Dat blijkt uit een analyse van miljoenen consulten, uitgevoerd door huisartsen en onderzoekers van het Erasmus MC. ‘En toch krijgen aandoeningen als artrose relatief weinig aandacht in opleidingen en van beleidsmakers. Dat wringt.’

Elaine Berghout
Leestijd 4 min
pexels-karola-g-4506109_rezise

Pijn in het bewegingsapparaat behoort tot de meest voorkomende categorie klachten in de huisartsenpraktijk. Musculoskeletale aandoeningen (MSD’s) waren in de afgelopen jaren goed voor ruim tien procent van alle huisartsconsulten, zo blijkt uit onderzoek van onderzoekers Patrick Krastman en Jos Runhaar.

Vooral klachten aan benen en heupen waren dominant. Ze vormen een derde van alle MSD-consulten, gevolgd door klachten aan armen, schouders en rug. Vrouwen vormden ongeveer 60 procent van de patiënten. De hoogste aantallen werden gezien in de leeftijdsgroepen 55–64 jaar en bij 75-plussers.

Data

Onderzoekers gebruikten gegevens uit de Integrated Primary Care Information (IPCI) database, met elektronische patiëntendossiers van meer dan 2,5 miljoen Nederlanders. Tussen 2017 en 2023 werden jaarlijks 7,5 tot 9,3 miljoen consulten geanalyseerd.

Inzicht

‘Ik wist wel dat het veel voorkwam, maar niet hoe het zich verhield tot alle andere klachten waarmee patiënten bij ons binnenkomen,’ zegt Krastman. ‘Dat inzicht hadden we nodig. Want nu we weten hoe groot het probleem echt is, kunnen we bedenken wat dit betekent en hoe de huisartsenzorg van de toekomst moet worden ingericht.’

‘Het bevestigt wat veel huisartsen al jaren ervaren’, zegt Runhaar. ‘En toch krijgen aandoeningen als artrose relatief weinig aandacht in opleidingen en van beleidsmakers. Dat wringt.’

De onderzoekers benadrukken dat het niet gaat om een klein, overzichtelijk probleem. Het gaat om miljoenen Nederlanders die jaarlijks kampen met klachten die hun dagelijks leven beïnvloeden. En om huisartsen die proberen te helpen, maar soms tegen grenzen aanlopen.

Onderzoekers Patrick Krastman (links) en Jos Runhaar.

Vaardigheden

Waarom is het zo lastig? Veel mensen verwachten dat een huisarts bij knie- of heupklachten snel een duidelijke diagnose kan stellen. Maar zo eenvoudig is het niet, legt Krastman uit. ‘Bij veel aandoeningen kan een huisarts met een bloedtest, een ECG of een longfunctietest snel richting geven aan de diagnose. Maar bij gewrichtsklachten werkt dat anders.’

Een knie die blokkeert, een heup die pijn doet bij traplopen, een schouder die niet meer boven het hoofd komt: het zijn klachten met talloze mogelijke oorzaken. En die oorzaken overlappen vaak, aldus de onderzoekers.

Bij klachten van het bewegingsapparaat moet je kijken, voelen, testen. ‘Dat vraagt vaardigheden waarover niet elke huisarts zich even zeker voelt’, gaat Krastman verder. ‘Je moet subtiele verschillen herkennen. Dat maakt het vak complexer dan veel patiënten vaak beseffen.’

Beeldvorming

Daar komt bij dat veel patiënten denken dat een röntgenfoto of MRI de oplossing is. Maar dat is een misverstand, benadrukt Krastman. ‘Patiënten zien beeldvorming als de gouden standaard. Maar artrose bijvoorbeeld, is in de basis een klinische diagnose: die stel je met je handen en je ogen.’

Beeldvorming kan zelfs verwarrend zijn. Een knie kan er op de foto slecht uitzien terwijl iemand nauwelijks klachten heeft, of andersom. Toch voelen huisartsen soms druk om tóch een foto aan te vragen, omdat patiënten dat verwachten of omdat ze zelf twijfelen. ‘Zowel de onzekere huisarts als de patiënt die bewijs wil, duwt de zorgkosten omhoog,’ zegt Krastman. ‘Daar moeten we echt anders mee omgaan.’

Gevolgen

De onderzoekers zien een risico dat steeds meer patiënten worden doorverwezen naar de tweede lijn, terwijl dat niet altijd nodig is. Runhaar: ‘Als huisartsen minder vertrouwen hebben in hun eigen handelen, sturen ze sneller door. Dat is zorg op de verkeerde plek.’ En dat wordt een probleem, zeker nu artrose de snelst groeiende chronische aandoening van Nederland is.

Hoewel het onderzoek vooral een signaal is richting zorgprofessionals en beleidsmakers, kunnen patiënten er wél iets van meenemen volgens Runhaar en Krastman.

Krastman somt op: ‘Klachten aan het bewegingsapparaat zijn heel normaal en komen veel voor, een goede diagnose begint met een goed gesprek en lichamelijk onderzoek niet met een foto. Beweging, hoe tegenstrijdig het soms voelt, is vaak een belangrijk onderdeel van herstel.’

‘We moeten voorkomen dat patiënten het gevoel hebben dat niemand ze serieus neemt’

‘We moeten voorkomen dat patiënten het gevoel hebben dat niemand ze serieus neemt,’ vult Runhaar aan. ‘Dat horen we nu nog te vaak. Aan de andere kant moet er meer aandacht komen voor het bewegingsapparaat in de geneeskunde- en huisartsopleiding en een betere samenwerking tussen huisartsen, fysiotherapeuten en orthopeden. Maar laten we vooral het gesprek openen.’

Dit is een multidisciplinair probleem dat aandacht verdient, aldus de onderzoekers. ‘Maar het is bovenal een kans om de zorg slimmer te organiseren en de opleiding te versterken, zodat we patiënten beter kunnen helpen.’

Passende zorg

Het Erasmus MC biedt de zorg die aansluit bij de behoefte van de patiënt: zorg die de patiënt samen met de behandelaar kiest. En zorg die plaatsvindt op de juiste plek: in ons universitair medisch centrum, een ander ziekenhuis, thuis of waar dan ook. Zoals beschreven in Koers28, de strategie van het Erasmus MC.

Lees ook

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van nieuws en verhalen uit het Erasmus MC en schrijf u in voor onze nieuwsbrief.