Onderzoek

Gezinsgerichte aanpak binnen de volwassen GGZ helpt, maar ontbreekt nog te vaak

‘Hoe gaat het thuis en hoe gaat het met de kinderen?’ Als het aan Erasmus MC Centrum KOPP ligt, wordt deze vraag bij ieder gesprek binnen de volwassen GGZ aan patiënten gesteld. ‘Hiermee wordt het gezin een vast onderdeel van de behandeling.’

Esther Godijn
Leestijd 4 min
Esther_Mesman_DSF3587_16x9
Foto: Esther Mesman door Esther Morren.

Op het bureau van gezondheidszorgpsycholoog Esther Mesman liggen twee nieuwe folders. Een voor ouders met psychische problemen en een voor professionals die in de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) met volwassenen werken. Daarin staan ervaringen en concrete tips voor het gesprek over het gezin. De folders zijn het resultaat van het onderzoeksproject Connect2Grow-up van het Centrum voor Kinderen van Ouders met Psychiatrische Problemen (KOPP).

‘Binnen de volwassen GGZ ligt de focus van oudsher vooral op de patiënt. Met dit project richtten we ons op het verbeteren van de hulp voor ouders met psychische problemen én hun kinderen’, legt Mesman van de afdeling Kinder- en Jeugdpsychiatrie van Erasmus MC Sophia Kinderziekenhuis uit. ‘We hebben hiervoor met twintig gezinnen en hulpverleners gesproken.’

Vroeg signaleren

Voor kinderen van ouders met bipolaire stoornissen, depressie of persoonlijkheidsproblematiek is het risico dat zij zelf ook klachten krijgen groot, vertelt Mesman. ‘Meer dan de helft van deze kinderen krijgt zelf te maken met depressieve klachten. Daarom is het belangrijk om hen zo vroeg mogelijk in beeld te krijgen en passende hulp te geven. Een belangrijke ingang hiervoor is om het gesprek aan te gaan met hun ouders.’

Dat klinkt simpel, maar er zijn best wat drempels. Niet alleen bij de ouders, maar ook bij de zorgverleners, blijkt uit het onderzoek. Veel ouders zijn terughoudend om over eventuele problemen met hun kinderen te praten uit angst dat Veilig Thuis of Jeugdzorg wordt ingeschakeld. ‘Ze praten er dus echt liever niet over’, legt Mesman uit. ‘Voor mij was dit echt een eyeopener, omdat ik niet wist dat die angst nog altijd zo sterk leeft.’

Drempels

Daarnaast twijfelen ouders door hun stoornis ook vaker aan hun opvoedkwaliteiten. Ondanks het feit dat de problemen niet groot hoeven te zijn, vragen zij zich af of ze het goed genoeg doen. ‘Juist daarom kunnen we het verschil maken door hierover met hen te praten. Een behandelaar kan meedenken en hulp organiseren als dat nodig is.’

Ook professionals ervaren drempels. Hoewel zij het onderwerp belangrijk vinden, zijn ze soms bang dat het bespreken van het ouderschap de vertrouwensband schaadt. Daarnaast worstelen ze met praktische vragen. Wanneer breng je het gezin ter sprake, hoe ver ga je daarin en wat doe je als er zorgen naar voren komen? Door tijdgebrek en een hoge werkdruk blijft het gezin als gespreksonderwerp vaak achterwege. Het ontbreken van samenwerking met jeugdhulp is daarin een belangrijke beperking.

Aandacht voor het gezin

Sinds 2015 is de Kindcheck onderdeel van de Wet meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Deze richt zich vooral op het signaleren van ernstige risico’s zoals mishandeling of verwaarlozing, terwijl het bespreken van het gezin niet automatisch betekent dat er al problemen zijn. Het gaat vooral om aandacht voor het gezin als geheel. Dat kan voor ouders juist geruststellend zijn. ‘Ze kunnen dan ook merken dat het eigenlijk best wel goed gaat.’

Door het gezinsleven een vast, terugkerend onderdeel van de behandeling te maken, ontstaat er eerder aandacht voor beïnvloedbare factoren zoals stress, die psychische problemen kunnen verergeren. ‘Bovendien kun je zo het risico van kinderen op psychische problemen uitstellen of voorkomen’, benadrukt Mesman.

Meer ruimte

Uit het Connect2Grow-up-onderzoek blijkt dat veel ouders het prettig vinden om over hun gezinsleven te praten, maar alleen als de behandelaar erover begint. ‘Het moet verankerd worden in de visie van GGZ-instellingen en er moet ook letterlijk ruimte voor komen. Heel praktisch, de kamers waarin de gesprekken nu gevoerd worden zijn bijvoorbeeld vaak te klein om gezinnen in te ontvangen.’

Bij de ouders die aan ons onderzoek meededen, werden gevoelens van schaamte en angst minder

Volgens Mesman ligt er daarom ook een belangrijke taak voor de jeugdhulp en de volwassen psychiatrie om nauwer met elkaar samen te werken. Hier zijn veel obstakels, maar ook kansen en steeds meer goede voorbeelden zoals recent ook beschreven in het overkoepelende rapport van het Verwey-Jonker Instituut. In Nederland zijn er preventieve groepen waar deze kinderen terecht kunnen. Dit zijn speciale gespreks- en lotgenotengroepen waar ze in een veilige omgeving ervaringen uitwisselen en leren omgaan met hun specifieke thuissituatie. ‘De cijfers geven aan dat ze vol zouden moeten zitten, maar dat is niet het geval.’

Stel de vraag

Mesman hoopt dat de folders kunnen helpen om die eenvoudige maar veelzeggende vraag ‘Hoe gaat het thuis en hoe gaat het met de kinderen?’ een vaste plek te geven in de behandeling. ‘Bij de ouders die aan ons onderzoek meededen, werden gevoelens van schaamte en angst minder. Ook hielp het hen open te praten over dingen die ze moeilijk vonden. Daardoor voelden ze zich meer gesteund.’

Preventie

Preventie helpt mensen langer en gezonder te leven. Met onze kennis over het voorkomen van ziektes en het verbeteren van de gezondheid, biedt het Erasmus MC objectieve informatie aan overheden, beleidsmakers en de preventiepraktijk. Zo nemen we verantwoordelijkheid voor een gezonder mens in een gezonde omgeving. Zoals beschreven in Koers28, de strategie van het Erasmus MC.   

Lees ook

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van nieuws en verhalen uit het Erasmus MC en schrijf u in voor onze nieuwsbrief.