Trombose

Nieuw apparaat veegt ader in ernstig trombosebeen schoon

Het Erasmus MC Hart en Vaat Instituut heeft een nieuw apparaat waarmee een ernstige vorm van acute diepe veneuze beentrombose kan worden verholpen. Er zijn inmiddels 6 patiënten succesvol mee behandeld. Het Erasmus MC was het eerste ziekenhuis in de Benelux dat het apparaat in gebruik nam.

Deel
25 likes
Leestijd 3 min
Marie Josee en Adriaan trombose close up klein
Adriaan Moelker en Marie Josee van Tongerlo-van Rijn

Het apparaat werkt ongeveer hetzelfde als dat waarmee een stolsel wordt verwijderd bij een herseninfarct. Bij een trombosebeen schuift de interventieradioloog of vaatchirurg vanuit de knieholte een katheter de ader in. Op de katheter zit een netje dat het stolsel losmaakt en het been uitveegt. Na het schoonmaken van de ader wordt vaak een stent geplaatst die de ader openhoudt.

Agressief stolsel oplossend medicijn en meerdaagse ziekenhuisopname niet meer nodig

Het apparaat wordt in het Erasmus MC ingezet bij mensen met een ernstige diepe veneuze beentrombose, waarbij een omvangrijk stolsel niet alleen de beenader afsluit, maar ook de ader in de buik. Per jaar krijgen in Nederland zo’n 25.000 mensen een beentrombose. Slechts een deel hiervan loopt door tot in de buik.

Behandeling met het nieuwe apparaat – de ClotTriever – heeft als grote voordeel dat de patiënt geen behandeling met sterke stolsel oplossende medicijnen meer nodig heeft. Voorheen werd deze vorm van diepe veneuze trombose namelijk met een katheter behandeld en werd het stolsel opgelost met een medicijn: trombolyse genoemd. Ook dan werd zo nodig een stent geplaatst in het aangedane bloedvat.

Hersenbloeding

Bloedstolsel oplossende medicijnen zijn – in deze doses – zeer agressief. ‘Bij zo’n 10 procent van de patiënten met ernstige beentrombose die we met trombolyse behandelen, veroorzaken ze een bloeding. Bij 2 procent zelfs een levensbedreigende bloeding zoals een hersenbloeding’, licht vaatchirurg Marie Josee van Tongerlo-van Rijn toe.

Volgens interventieradioloog Adriaan Moelker bespaart de nieuwe methode veel tijd. Met het nieuwe apparaat heeft hij 1,5 tot 2 uur nodig om de trombose te verhelpen, legt Moelker uit. ‘Voorheen waren we 2 tot 3 dagen met een patiënt bezig, omdat we met meerdere controles moesten kijken of de trombolyse effect had. Al die tijd lag de patiënt opgenomen met de katheter in het been en was er het gevaar van een bloeding.’ Nu kunnen mensen na de behandeling meteen het bed uit en de volgende dag naar huis, en hebben ze minder kans op complicaties. De nieuwe therapie kan dus veel ellende besparen.

Covid-19

Van Tongerlo-Van Rijn voegt toe: ‘Tenminste 1 per 12 mensen krijgt een keer een diepe veneuze trombose. Daar komt bij dat Covid-19 bij een deel van de heel zieke patiënten tromboses veroorzaakt. Getallen heb ik nog niet, maar ik verwacht dat het aantal diepe veneuze tromboses de komende jaren zal toenemen.’

Bij uitgebreide tromboses die doorlopen tot in de buik kan het been afsterven als het stolsel niet direct wordt weggehaald. Bij de iets minder ernstige gevallen kan op termijn het post-trombotisch syndroom ontstaan. ‘Het been blijft dan continu dik en pijnlijk. Lang staan en lopen gaan minder goed, er ontstaan huidproblemen en soms zelfs een open been.’

Het is dus belangrijk dat zo’n uitgebreide diepe veneuze trombose snel wordt herkend, beklemtonen Moelker en Van Tongerlo-van Rijn. ‘Een echo of een CT-scan van de lies en de buik kan zo’n diepe veneuze trombose aan het licht brengen. Dus als een patiënt zich met een trombosebeen meldt op de spoedeisende hulp, is het zaak om goed te kijken tot hoe hoog de trombose door loopt.’

Ontdek hier hoe de nieuwe methode werkt.

Wat is diepe veneuze trombose

Bij diepe veneuze trombose is een ader die zuurstofarm bloed afvoert uit het been, verstopt geraakt met een stolsel. Die blokkade kan vele centimeters lang zijn en mogelijks zelfs doorlopen tot in de buik.

Het May-Thurner syndroom is een van de aandoeningen die zo’n ernstige diepe veneuze trombose kan veroorzaken. Het syndroom is een zeldzame aandoening die vooral voorkomt bij vrouwen tussen de 30 en de 50 jaar. Het syndroom wordt ook wel iliacaspoor of bekkenspoor genoemd. Bij het May-Thurner syndroom wordt de linker bekkenader dichtgedrukt door de rechter bekkenslagader waardoor het bloed uit het been niet meer kan weg stromen. Bij heel veel mensen gebeurt dit wel een beetje, maar bij een klein aantal ontstaat een uitgebreide diepe veneuze trombose in de buik.

Het trombosebeen dat daardoor ontstaat, is net als andere trombosebenen rood, dik en pijnlijk, maar betreft het gehele been, niet alleen het onderbeen. Een echo of CT-scan moet uitwijzen hoe uitgebreid de trombose is. Loopt die door tot in  de buik, dan kan de nieuwe behandeling worden overwogen. De kans van slagen is groter bij een vers stolsel, dus het liefst wordt zo snel mogelijk gestart, maar uiterlijk binnen 2 à 3 weken.

 

 

Lees ook