Coverstory

Zorg voor prematuren begint al in de baarmoeder

Hoogleraar Neonatologie Irwin Reiss werkt al 27 jaar met te vroeg geboren kinderen. In bijna drie decennia zag hij de zorg drastisch veranderen. Zijn geleerde lessen gevat in negen stellingen:

42 likes
Leestijd 5 min

Hero alt/video title

EMC-Irwin-Reiss_PNH1151

1. Ieder kind is anders

Ook de ene te vroeg geboren baby is de andere niet. “Wij moeten af van een leeftijdsgrens waarop we een behandeling starten, of niet. We moeten goed kijken naar het kind zelf, en naar de omstandigheden waaronder het is geboren. Een kind van 25 weken dat met een relatief laag geboortegewicht is geboren, kan het moeilijker hebben dan een kind dat met 23 weken komt, maar dat voor deze zwangerschapsduur goed op gewicht is.”

2. Minder is beter

“Vroeger dachten we: geef een te vroeg geboren kind zuurstof. Zuurstof is goed. Maar te veel zuurstof kan schade veroorzaken, zoals ook andere ingrepen kunnen schaden. Ik heb geleerd: kijk goed naar wat het kind zelf kan. Ademt het kind zelf vlak na de geboorte? Beperk dan de medische ingrepen om de ademhaling te ondersteunen zoveel mogelijk, maar doe natuurlijk altijd wel wat nodig is.”

 

Met de meeste baby’s komt het goed

3. Preventie

Het allerbeste is te zorgen dat kinderen niet te vroeg worden geboren. Preventie dus. “De zorg van de neonatoloog begint al als het kind nog in de baarmoeder zit. De conditie van de baarmoeder en de placenta zijn van doorslaggevend belang. We onderzoeken samen met gynaecologen en andere wetenschappers hoe de placenta zich optimaal ontwikkelt. Dan kun je denken aan medicijnen die de ontwikkeling ondersteunen, maar ook – ja, daar heb je hem weer – een goede leefstijl. We hebben tegenwoordig te maken met vrouwen die op steeds latere leeftijd hun eerste kind krijgen. Veel vrouwen hebben overgewicht, of chronische ziekten. Dat heeft allemaal een negatieve invloed op de omstandigheden in de baarmoeder.”

 

Fotografie: Phil Nijhuis

 

 

4. Samenwerking I

Dat een neonatoloog zich bemoeit met de placenta, is opmerkelijk. Maar het is wel de eerste stap naar optimale zorg voor prematuren. “Vroeger belde de gynaecoloog de kinderarts: het kind is er nu, het is te vroeg geboren. En dan kwam het kind naar ons. Nu werken wij samen aan goede zorg voor moeder en kind, terwijl het kind nog in de buik zit. Ik heb vaker overleg met Eric Steegers (gynaecoloog en hoofd afdeling Verloskunde en Gynaecologie) dan met mijn collega-kinderartsen.” Grijnst breed: “Ik zeg wel eens: wij kinderartsen gaan over de placenta. Want als die los laat van de baarmoeder blijft hij aan het kind vast zitten.”

 

5. Samenwerking II

“Verpleegkundigen zijn misschien nog wel belangrijker voor te vroeg geboren baby’s en hun ouders dan wij artsen. Dat is mijn persoonlijke mening. Ik geef kinderartsen in opleiding altijd mee: luister goed naar de verpleegkundigen! Als een verpleegkundige tegen mij zegt: er klopt iets niet, ik heb er een slecht gevoel over, dan ga ik bij het kind kijken. Al ben ik er net een kwartier eerder geweest.”

 

6. Zet de familie in het middelpunt

Moeders -en natuurlijk ook vaders- van te vroeg geboren baby’s komen de eerste weken na een vroeggeboorte terecht in een maalstroom van emoties en praktische verwikkelingen. Goede begeleiding is essentieel. “Ik zie moeders die 17 jaar na dato nog steeds emotioneel worden als ze terug denken aan die periode.”
“We zorgen tegenwoordig voor een zo optimaal mogelijke omgeving. Ouders en kind hebben zodra het kan huid-op-huid contact. Het kind krijgt zo weinig mogelijk prikkels, beademingsapparatuur is stil, we proberen een dag- en nachtritme te creëren, waar mogelijk met natuurlijk licht. Verpleegkundigen en artsen proberen het kind zo min mogelijk te storen. We hebben aandacht voor de emoties van ouders. Maar het blijft een traumatische periode.”

 

7. Blijf positief

“Natuurlijk neem ik soms verdriet om kinderen mee naar huis. Maar met de meeste te vroeg geboren kinderen komt het uiteindelijk goed. Ik krijg vaak kaartjes en foto’s van baby’s die mooi opgroeien. Vroeggeboorte kan wél consequenties hebben. De kans op hart- en vaataandoeningen is vaak groter, net als de kans op autistische aandoeningen en adhd.”
“Ik blijf in mijn gesprekken met ouders altijd eerlijk, maar ik probeer te denken in oplossingen en niet in problemen. En ik vind het onze gezamenlijke plicht om te zorgen dat er in de maatschappij ook plaats blijft voor kinderen die het wat minder makkelijk hebben.”

 

8. Zorg voor voldoende verpleegkundigen

“Op dit moment zijn er overal te weinig verpleegkundigen waardoor het werk eigenlijk niet meer vol te houden is. Daar moet iets aan gedaan worden vóórdat wij de behandeling van extreem vroeg geborenen verder kunnen ontplooien. In de Verenigde Staten zijn ze al ver met de ontwikkeling van een kunstbaarmoeder. Ze hebben redelijk succesvolle experimenten gedaan met lammeren. Maar voordat wij hiermee aan de slag gaan, moeten we, naast veel onderzoek, ook iets doen aan het personeelstekort.”

 

9. Concentreer

“Concentreer de zorg voor extreem premature kinderen. Zorg dat op een zeer beperkt aantal plekken al het onderzoek en de ziekenhuiszorg voor deze baby’s samen komt. Als je de behandeling van prematuren van 23 weken goed onder de knie krijgt, wordt ook de behandeling van kinderen van 24, 25 en 26 weken beter.” Grijnst opnieuw breed: “En omdat we hier al zo nauw samenwerken met gynaecologen en verloskundigen, is Rotterdam daar de beste plek voor.”

 

Leuk om te weten

Dat een vroeggeboorte een glansrijke carrière niet in de weg hoeft te staan, blijkt wel uit de website Famous Preemies . Albert Einstein kwam twee maanden te vroeg en Napoleon Bonaparte dankte zijn kleine postuur aan zijn vroeggeboorte. Het hinderde hen niet geschiedenis te schrijven.

Naam: Irwin Reiss
Geboren: 19 oktober 1963 in Lübeck, Duitsland
Opleiding: Middelbare school en geneeskunde in Lübeck

Getrouwd met: Janine Felix , ook werkzaam in het Erasmus MC
Kinderen: Zoon Joshua (25) en dochter Hannah (18)
Hobby’s: zeilen
Irwin Reiss is sinds 2011 afdelingshoofd van de afdeling Neonatologie. Hij werkte al tijdens zijn opleiding geneeskunde in Duitsland op de IC Neonatologie. Hij versterkte daar de verpleegkundigen. Hij raakte niet alleen gefascineerd door het vak zelf, maar ook door de mensen die het vak beoefenen.

“Het kind, en vooral ook de ouders zijn erg kwetsbaar in de periode die ze bij ons zijn”, verklaart hij zijn passie voor het vak. “Kinderen staan eigenlijk nog vóór het begin van hun leven. Ik heb de dankbare taak dat ik hen gedurende die periode mag begeleiden.” Hij heeft (mee)geschreven aan circa 250 publicaties. Zijn studies hebben inzicht gegeven in het ontstaan van chronische longaandoeningen van kinderen die te vroeg geboren zijn. Ook hebben Reiss en zijn mede-onderzoekers ontdekt hoe bepaalde medicijnen via de placenta van de moeder naar het ongeboren kind kunnen worden getransporteerd. Reiss: “Deze medicatie kan misschien in de komende jaren worden ingezet om het ongeboren kind al in de baarmoeder te behandelen. Dit moet nog wel verder worden onderzocht.”