Coverstory

‘Hé, samen kunnen we iets doen tegen dementie’

Zeker één op de vijf gevallen van dementie in ons land kan worden voorkomen. 67 zorgprofessionals hebben minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport opgeroepen te investeren in de maatregelen die daarvoor nodig zijn.

25 likes
Leestijd 5 min

Hero alt/video title

dementie

Arfan Ikram ondertekende de brief ook. Hij is hoogleraar epidemiologie in het Erasmus MC en adjunct-hoogleraar epidemiologie aan de Harvard Universiteit. Ikram onderzoekt als epidemioloog hersenaandoeningen als dementie, Alzheimer, Parkinson en beroerten.

 

Hoe ontstaat dementie?

Ikram: “Als het antwoord even eenvoudig was als die vraag, was de ingezonden brief waarschijnlijk niet nodig geweest. Dementie is een complexe aandoening. Je kunt niet zeggen: dit is dé oorzaak. Heel veel factoren leveren allemaal afzonderlijk een bijdrage aan het ontstaan van de ziekte. De ene factor heeft een grotere bijdrage dan de andere. Het is een samenkomst van verschillende factoren die ertoe leidt dat iemands hersenen dusdanig worden aangetast, dat hij uiteindelijk dementie krijgt.”

 

Is het een cocktail van erfelijke invloeden en je leefwijze, zoals wat je eet en hoe je beweegpatroon is?

“Meestal wel. Slechts bij vier tot zes procent van de patiënten is de oorzaak van hun ziekte puur erfelijk. Zij dragen een gen bij zich dat automatisch leidt tot de ziekte. Deze mensen krijgen doorgaans dementie op relatief jonge leeftijd en vaak is dit ook een ernstige vorm. In het Erasmus MC wordt hiernaar onderzoek verricht door neuroloog John van Swieten, hoogleraar genetica van dementie en ook ondertekenaar van de brief aan de minister.

Bij de overige patiënten is het ontwikkelingsproces van hun ziekte veel complexer. Zo bestaan er duizenden zogeheten ‘gevoeligheidsgenen’. Wie één zo’n gen heeft, heeft misschien een procent meer kans op dementie. Als je er een paar hebt, stijgt die kans bijvoorbeeld tot drie procent. Tegelijkertijd is er de invloed van leefstijlfactoren. Rook je? Dan vergroot je je kans op dementie. Hoge glucosewaarden, een hoog cholesterolgehalte en een hoge bloeddruk doen dat ook. Met gezonde voeding en voldoende beweging verklein je het risico op dementie juist. Wat goed is voor je hart, is ook goed tegen dementie.

Het opleidingsniveau speelt eveneens een rol. Het idee is: hoe hoger je opleidingsniveau, hoe meer je in je jongere jaren je hersenen hebt ontplooid en ontwikkeld. Daarmee heb je een reserve opgebouwd, een soort buffer van de hersenen waardoor je later in je leven beter bestand bent tegen slechte invloeden van bijvoorbeeld gevoeligheidsgenen. Jaren voordat dementie wordt vastgesteld, is het al begonnen als een langzaam voortschrijdend proces in de hersenen. Dit proces heeft meer tijd nodig als iemand een reserve heeft. Verder zien we dat goede en gezonde sociale interactie de kans op dementie verkleint. Sociaal isolement vergroot dus het risico, wat ook geldt voor stress die te maken heeft met aan depressie.

Kortom, er zijn veel factoren en het is een complexe som. Stel, je hebt een aantal gevoeligheidsgenen, maar je rookt niet. Dan is je risico minder groot dan iemand met soortgelijke gevoeligheidsgenen die wel regelmatig een sigaret opsteekt. Maar als jij nooit hebt gesport of aan beweging hebt gedaan en die ander wel, verandert het scenario misschien wel weer.”

 

Wat gebeurt er in het hoofd van iemand met dementie?

“De denksnelheid, het geheugen en vaak ook de motoriek verslechteren niet van de ene op de andere dag. Er zijn verschillende, jarenlange processen die ertoe leiden dat de hersenfuncties achteruitgaan. Aan de ene kant is er in de hersenen een ophoping van amyloïde (plaques tussen de zenuwcellen in de hersenen) en andere schadelijke eiwitten. Anderzijds zien we de aftakeling van de neuronen en bloedvaten. De bloedvaten in de hersenen worden stijf en reageren minder goed op schommelingen in bloeddruk. Soms kunnen ze ook broos worden, zodat er behalve verstoppingen in de bloedvaten ook kleine lekkages ontstaan. De vraag is: wat ontstaat nu het aller-, allereerst bij mensen met dementie? Het antwoord kennen we nog niet.”

 

Hoe helpen de voorgestelde maatregelen tegen dementie?

“Grofweg zijn er twee takken van sport. Al jarenlang wordt veel onderzoek verricht naar geneesmiddelen om het ziekteproces te remmen of te stoppen. De meeste studies hebben helaas geen resultaat opgeleverd. Het onderzoek om schadelijke stofjes tegen te houden moet vooral doorgaan, maar op dit moment hebben we al iets in handen dat op de kortere termijn een effect kan sorteren. Dit is de tweede tak van sport en dit is waarvoor wij pleiten.

We kennen zoals gezegd een heleboel leefstijlfactoren die de kans op dementie vergroten of verkleinen: van roken tot gezond eten. We weten ook dat zogeheten interventies – bijvoorbeeld stoppen-met-rokenprogramma’s – het gedrag van mensen kunnen veranderen. Zogeheten simulatiestudies, ook in het Erasmus MC, hebben uitgewezen dat je hiermee succes kunt hebben in de strijd tegen dementie. Als je alle tot dusver bekende leefstijlfactoren optimaliseert – iedereen beweegt bijvoorbeeld voldoende, eet gezond en doet al die andere gunstige zaken – kan binnen de bevolking misschien wel tot een derde van alle dementiegevallen worden voorkomen.

Dat betekent dat moet worden ingezet op al die verschillende leefstijlfactoren. Wij mikken niet op één onderwerp. Zo van: verbied roken, en dementie zal afnemen. Of: we gaan lichamelijke activiteit promoten. Er moet een kentering komen in het bewustzijn binnen de hele maatschappij: hé, dementie daar kunnen we gezamenlijk iets tegen doen en daar kun je als individu iets tegen doen. We hebben het dus over individuele motivatie van de burger, programma’s en regelgeving door de overheid en een verantwoordelijkheidsgevoel van andere partijen.

Waarom bijvoorbeeld wordt nog altijd voeding met veel zout of suiker erin geproduceerd? En waarom mag de industrie mensen met reclame dusdanig beïnvloeden, dat er bijna geen sprake meer kan zijn van de individuele keus om ‘nee’ te zeggen tegen deze te zoute of te zoete voeding? De overheid en samenleving mogen hierin een grotere rol spelen. Waarom is bijvoorbeeld de suikertaks er nog steeds niet?

Voor de volledigheid: met de juiste leefstijl kan dementie soms worden voorkomen, maar het is niet mogelijk de ziekte te genezen. We zien wel dat je op deze manier het proces kunt vertragen. Je krijgt bij wijze van spreken niet het geheugen terug dat je als 40-jarige had, maar met een gezonde leefstijl kan de achteruitgang worden geremd.”

 

Waarom kun je met beweging je risico op dementie verkleinen?

“Ik noem de drie bekendste verklaringen. Als je aan lichaamsbeweging doet, zorgt dat ervoor dat jouw hart- en bloedvaten beter gaan presteren. Dat betekent dat ook de bloedvaten in de hersenen het beter gaan doen. De kans op schade hier wordt kleiner. Verder lijkt het erop dat sport en beweging een beschermende werking hebben voor het functioneren van de zenuwcellen in de hersenen. Er zijn aanwijzingen dat er neuro-productieve stofjes vrijkomen. En tot slot: als je gaat sporten, kom je mensen tegen en heb je sociaal contact, wat een stimulerend effect heeft op de hersenen. Dit gebeurt ook bij individuele sporten: je ontmoet bijvoorbeeld mensen in een sportschool. Het is nog niet bekend hoe groot de invloed van deze drie verklaringen is, maar het staat vast dat ze een rol spelen.”

 

En wat is het verband tussen voeding en dementie?

“Het lichaam is continu in een proces van opbouw. Het maakt nieuwe cellen aan en breekt versleten of beschadigde onderdelen af. Als je gezond eet, komen gezonde voedingsstoffen in je lichaam terecht en heb je dus gezonde bouwstenen om nieuwe dingen te maken. Vergelijk het met het maken van een houten bed. Als jij kwalitatief goed hout gebruikt, zal het bed langer meegaan dan met slecht hout. De kwaliteit van de bouwstoffen heeft invloed op het eindproduct.”