Coverstory

Gekweekte alvleesklier: wens of grens?

Bevrijdt een kunstmatig gekweekte alvleesklier uit het lab patiënten in de toekomst van diabetes type 1? Het klinkt veelbelovend. Wat betekent dit voor patiënten? Welke ethische uitdagingen zijn er? Onderzoekers van het Erasmus MC buigen zich komende jaren over die vragen.

15 likes
Leestijd 5 min

Hero alt/video title

Celmateriaal-voor-de-kunstmatige-alvleesklier-gekweekt-in-het-lab.-Fotocredits-E.-Berishvili.-

In Nederland hebben 1,2 miljoen mensen diabetes. Een op de tien van hen heeft diabetes type 1, een ziekte die al op jonge leeftijd begint. Diabetes type 1 is een auto-immuunziekte. Het afweersysteem maakt de cellen die het hormoon insuline aanmaken kapot.

‘Vanaf dat moment moeten patiënten zelf insuline spuiten, of een pompje dragen’, vertelt promovendus Dide de Jongh. ‘Deze mensen moeten gedurende de dag hun bloedsuikers op peil en in de gaten houden. Zelfs bij het eten van een ijsje of stukje chocolade. Ze moeten vaak bloedprikken via een vingerprik om de bloedsuikerwaardes te bepalen en beïnvloeden.’

Insuline is betrokken bij de spijsvertering en regelt de bloedsuikerspiegel. ‘Zonder behandeling, dus zonder insuline, blijven er veel te veel suikers in het bloed zitten. Wanneer de bloedsuikerwaardes erg hoog of laag zijn, kan iemand heel ziek worden, flauwvallen of zelfs in coma raken.’

 

Meten

Diabetes type 1 heeft verstrekkende gevolgen voor het dagelijks leven en is nog niet te genezen. ‘Daarom zijn er al jaren allerlei nieuwe technieken in ontwikkeling in allerlei verschillende fases van onderzoek’, gaat medisch-ethicus Eline Bunnik verder. ‘Denk aan pompapparaatjes die op het lichaam worden gedragen. Die zijn verbonden met sensoren in de huid die continu de bloedsuikerwaardes meten, en automatisch de juiste hoeveelheid insuline afgeven.’

‘Die technologieën ontlasten de patiënt voor een deel en hebben ook nadelen’, vult universitair hoofddocent Nefrologie en Transplantatie Emma Massey aan. ‘Want zo’n apparaat heeft een ingang in je buik. Bedenk ook dat patiënten zo’n apparaat altijd bij zich moeten dragen, wat gevolgen kan hebben voor het zelfbeeld en intieme relaties. Die praktische hulpmiddelen hebben belangrijke ethische en psychosociale aspecten.’

 

Van links naar rechts: Eline Bunnik, Emma Massey en Dide de Jongh

 

Wat is er nu mogelijk?

De Jongh: ‘Het enige alternatief voor het spuiten van insuline is een alvleeskliertransplantatie. De alvleesklier van een overleden donor wordt dan getransplanteerd naar het lichaam van een patiënt. Daarnaast is transplantatie mogelijk van alleen de Eilandjes van Langerhans, de cellen in de alvleesklier die insuline produceren. Deze behandeling is minder ingrijpend, maar ook minder effectief. Een patiënt krijgt dan van meerdere donoren nieuwe Eilandjes van Langerhans. Op dit moment zijn er alleen te weinig donoren, waardoor niet zoveel mensen in aanmerking komen. Bovendien verouderen deze cellen in de loop van de tijd, zodat nieuwe transplantaties nodig zijn. Tenslotte moeten de ontvangers nog hun hele leven medicatie slikken om afstoting te voorkomen. Die medicatie geeft hen weer een grotere kans op huidkanker en andere levensbedreigende aandoeningen.’

 

Ontwikkeling

De Europese Unie heeft daarom 6,8 miljoen euro ter beschikking gesteld om een oplossing hiervoor te vinden. Een multidisciplinair team van onderzoekers uit Zwitserland, Italië, Frankrijk, Duitsland en Nederland bundelen hun expertise in het Horizon 2020 project VANGUARD. Het ultieme doel is een alvleesklier kweken op basis van menselijke én dierlijke cellen. De onderzoekers hopen dat gebruik van deze weefsels de kans op afstoting verkleint en dat patiënten geen medicatie meer hoeven te slikken. De ontwikkeling is net gestart.

Bunnik: ‘Het past in de bredere ontwikkeling van wat we noemen tissue engineering en regeneratieve geneeskunde. Het idee dat als bepaalde onderdelen van het lichaam niet meer goed werken en ziek worden, je die opnieuw maakt en kunt vervangen. Nieuwe organen ‘bouwen’ in het laboratorium, en daarbij gebruik maken van lichaamseigen cellen van de patiënt. De kunstmatig gekweekte alvleesklier is daar een voorbeeld van. Maar de regeneratieve geneeskunde staat nog in de kinderschoenen.’

 

Stem geven

De Jongh: ‘De vraag is natuurlijk of patiënten wel op zo’n kunstmatige alvleesklier zitten te wachten. Hoe kijken zij daar tegenaan? Wat vinden zij ervan dat hiervoor ook dierlijke cellen worden gebruikt? Zien zij een transplantatie zitten? Onder welke omstandigheden zouden ze meedoen aan een onderzoek om te testen of een kunstmatige alvleesklier in het menselijk lichaam werkt? Misschien zijn ze wel tevreden met de mogelijkheden die hun behandeling nu biedt. Dat zijn vragen die we patiënten, maar ook gezonde burgers willen stellen. En het is aan ons om hen een stem te geven in deze ontwikkeling.’

Bunnik: ‘Uit ander onderzoek weten we dat sommige mensen het eng vinden om dierlijk weefsel in hun lichaam getransplanteerd te krijgen. Dus ik ben benieuwd of dit ook geldt voor een kunstmatig gekweekt orgaan. Misschien wordt het nieuwe orgaan wel implanteerbaar onder de huid op de arm. De Eilandjes van Langerhans zijn immers ook minuscuul en met het blote oog niet te zien. We zullen moeten onderzoeken of dit mee weegt in de manier waarop patiënten en burgers denken over dit soort nieuwe technologie.’

 

Verbod

In Nederland geldt nu nog een verbod op xenotransplantatie. Je mag niet zomaar levend weefsel van dieren naar mensen transplanteren. Toch maken we bij hartoperaties bijvoorbeeld al jaren gebruik van hartkleppen van varkens. Dat is geen levend weefsel, en het wekt geen afstoting op, maar dierlijk weefsel wordt dus al wel gebruikt. Bunnik: ‘We zullen moeten bepalen wat voor soort product een kunstmatige alvleesklier is. Leeft het of niet? Mag het worden gebruikt in de mens?’

Massey: ‘Dus we willen verkennend onderzoek doen naar de ethische en psychosociale factoren vanuit het perspectief van de patiënt. Want als je niet weet wat de bezwaren zijn, dan kun je er ook niet op anticiperen. Waar liggen de behoeften en zorgen van patiënten? Wat is de grens? Daarover gaan we de komende jaren in gesprek.’

 

Dit project is gesubsidieerd door het Horizon 2020 onderzoek en innovatie programma van de Europese Unie onder de subsidieovereenkomst no. 874700.

 

Kijk voor HIER meer informatie.

Of stuur een mail aan: vanguard@erasmusmc.nl