Coverstory

Beter zicht op mogelijke hersenschade bij pasgeborenen

Pasgeborenen met een aangeboren afwijking ondergaan vaak meerdere zware operaties. Anesthesioloog Jurgen de Graaff vreest dat daarbij hersenschade kan ontstaan die nu nog onopgemerkt blijft.

18 likes
Leestijd 3 min

Hero alt/video title

Jurgen-de-Graaff

Pasgeborenen met een aangeboren afwijking ondergaan vaak meerdere zware operaties. Anesthesioloog Jurgen de Graaff vreest dat daarbij hersenschade kan ontstaan die nu nog onopgemerkt blijft.

 

Verhoogd risico

De Graaff: ‘Soms moeten pasgeborenen of hele jonge kinderen een ingrijpende operatie ondergaan, vaak ten gevolge van een aangeboren afwijking (zie de voorbeelden hieronder). De hersenen van die kleine kinderen lopen tijdens de operatie een verhoogd risico’s op blijvende schade met ernstige gevolgen voor hun latere ontwikkeling.’

 

  • De slokdarm is niet goed aangelegd, waardoor de voeding niet in de maag komt (oesophagusatresie)
  • In het middenrif zit een opening, waardoor organen van de buikholte (maag, darmen en lever) in de borstkas terecht kunnen komen (hernia diafragmatica)
  • De buikwand is niet goed gesloten, waardoor een deel van de darmen naar buiten komt (gastroschisis)
  • De darmen zijn ontstoken en slecht doorbloed, waardoor delen van de darm kunnen afsterven (necrotiserende enterocolitis, NEC)

 

 

Onder de radar

‘In Nederland worden jaarlijks zo’n tweeduizend van dergelijke operaties gedaan. Bij een paar kinderen treden ernstige complicaties op. Er ontstaat forse hersenschade waaraan het kind kan overlijden. Dat vind ik een verontrustend hoog aantal. Maar het is slechts het topje van de ijsberg. Ik vermoed dat veel meer kinderen tijdens de operatie hersenschade oplopen. Die blijft nu onder de radar, omdat we de symptomen niet direct waarnemen, maar misschien leidt die mildere hersenschade later in het leven tot beperkingen.’

 

Oorzaak en gevolg

‘Het is niet eenvoudig om verbanden te leggen tussen de operatie en het ontstaan van eventuele hersenschade. Bij kinderen vanaf een jaar of vijf en bij volwassenen kun je dat sneller analyseren. Voor en na de operatie test je de patiënt en daaruit kun je concluderen of een paar IQ-punten zijn ingeleverd, maar bij deze hele jonge kinderen gaat dat niet.

Vaak ondergaan kinderen met een aangeboren afwijking een heel traject aan operaties en behandelingen, over een periode van meerdere jaren. Het is moeilijk vast te stellen of en wanneer er schade aan de hersenen optreedt. De doorbloeding van de hersenen tijdens de operatie, en de toxische effecten van de anesthetica, de chemische stoffen die worden gebruikt om de patiënt onder narcose te brengen, kunnen daarbij een rol spelen.’

 

Doorbloeding

‘De pilotstudie waar we de Erasmus MC Grant voor hebben ontvangen, is gericht op onderzoek naar de doorbloeding van de hersenen tijdens de operatie. Als we nu een operatie verrichten, meten we de bloeddruk, de hartslag, het zuurstofgehalte in het bloed, en de hoeveelheid CO2 dat het kind uitademt. Op basis van die metingen leiden we af of de hersenen voldoende zuurstof krijgen, maar dat weten we niet zeker. In deze pilot gaan we wél in de hersenen metingen verrichten.’

 

Anatomische afwijkingen

‘Met behulp van geavanceerde echografie gaan we de doorbloeding van de hersenen tijdens de operatie meten. Die gegevens koppelen we aan de metingen die we standaard verzamelen: bloeddruk, zuurstof, CO2, hartslag. Die gecombineerde data worden gekoppeld aan MRI-scans van de hersenen die we net voor en enkele dagen na de operatie gaan maken. Op die MRI-scans zijn de mogelijk opgetreden anatomische afwijkingen te zien. We kijken ook naar de gevolgen op langere termijn: de kinderen worden op oudere leeftijd onderzocht op motoriek en gedrags- en geheugenstoornissen.’

 

Doel

‘Ik hoop dat we in de toekomst tijdens de operatie op het hoofd van het kind een sensor kunnen plakken die ons meldt hoe het met de doorbloeding van de hersenen is gesteld. Dan laten we ons niet langer leiden door bloeddrukmetingen, maar door directe meting van de hersendoorbloeding. Dat is het uiteindelijke doel.’

 

Samenwerking

Aan dit onderzoek werken specialisten mee van de afdelingen Kinderchirurgie, Kinder-intensive care, Neonatologie, Kinderpsychiatrie, Kinderneurochirurgie, Thoraxcenter Biomedical Engineering, CUBE (Center for Ultrasound and Brain imaging) en de TU Delft.