Onderzoekssubsidie

Niet-gepaste zorg terugdringen

Erasmus MC-onderzoeker dr. Erwin Ista ontvangt subsidies van ZonMw voor verplegingswetenschappelijk onderzoek. Hij wil zorg waarvan de toegevoegde waarde niet is aangetoond, terugdringen in de wijkverpleging en hij start met de ontwikkeling van een verpleegkundige richtlijn voor de verzorging van centraal veneuze katheters in de wijkverpleging.

Deel
6 likes
Leestijd 2 min
Erwin Ista 2

Ista: ‘De projecten zijn gericht op de wijkverpleging, maar de resultaten en geleerde lessen zullen zeker ook relevant zijn voor verpleegkundigen in het ziekenhuis.’

Het verminderen van niet-gepaste zorg komt de kwaliteit van zorg voor de patiënt ten goede, omdat het ruimte creëert voor waardevolle zorg. Afname van niet-gepaste zorg draagt ook bij aan het betaalbaar houden van de gezondheidszorg. Ista: ‘Een mooie kans en uitdaging om te onderzoeken op welke manier verpleegkundigen niet-gepaste zorg kunnen terugdringen, ook wel de-implementeren.’

Verspilling

Verpleegkundigen en verzorgenden in de wijk moeten werken volgens kwaliteitsstandaarden. Deze standaarden bevatten aanbevelingen voor het uitvoeren van evidence based interventies en voor het weglaten van onnodige zorg.

Ista: ‘Onnodige zorg komt nog vaak voor. Dit leidt tot verspilling van tijd en middelen en kan schade toebrengen aan cliënten. Voorbeelden van onnodige verpleegkundige zorg zijn: blaasspoelen om urineweginfecties te voorkomen bij een verblijfskatheter, het dagelijkse zwachtelen van de benen of het wassen met water en zeep van bedlegerige cliënten. Het is gebleken dat het lastig is om onnodige zorg in de wijkverpleging terug te dringen, maar ook dat er verschillen zijn tussen thuiszorgorganisaties.’

Onderzoekers en implementatiedeskundigen van het Erasmus MC, LUMC, UMC Utrecht en de Academische Werkplaats Verpleegkunde in de wijk (Utrecht) voeren het project uit in nauwe samenwerking met professionals uit het werkveld en V&VN.

De-implementatie

Ista: ‘We beginnen met een inventarisatie van onnodige verpleegkundige interventies in de dagelijkse praktijk. Vervolgens interviewen we wijkverpleegkundigen en cliënten. Daarnaast werken we met een vragenlijst onder wijkverpleegkundigen om de belemmeringen en kansen voor het stoppen van onnodige zorg in kaart te brengen.’

Tijdens de tweede fase van de studie wordt een op maat gemaakte de-implementatiestrategie ontwikkeld die wijkverpleegkundigen handvatten geeft om te stoppen met onnodige zorg.

Coach

In de laatste fase gaan de wijkverpleegkundigen als team samen aan de slag met het de-implementeren van onnodige zorg. Hierbij kunnen ze gebruik maken van instrumenten uit de de-implementatiestrategie en zal een eigen implementatie-coach hen hierbij helpen. Tevens wordt de naleving van het stoppen met onnodige zorg gemeten.

Ista: ‘Dit biedt onze sectie (Verplegingswetenschap, subafdeling van Interne Geneeskunde, red.) de mogelijkheid om de-implementatie van verpleegkundig handelen beter te onderbouwen met wetenschappelijk bewijs. Een mooie kans en uitdaging!’

Centraal veneuze katheter

Het tweede onderzoek waar Ista subsidie voor ontvangt, betreft de ontwikkeling van een richtlijn verzorging Centraal Veneuze Katheter, ofwel CVK, voor wijkverpleegkundigen en verpleegkundig specialisten. Een CVK wordt gebruikt om patiënten langdurig medicatie toe te dienen via een bloedvat. Met de richtlijn moeten wijkverpleegkundigen en verzorgenden adviezen krijgen over persoonlijke hygiënemaatregelen, de manier van verzorgen van de CKV, over het herkennen van infecties en hoe die te behandelen en over hoe zij de patiënt/cliënt kunnen betrekken bij de CVK-verzorging.

Ista: ‘De zorg voor een CVK in de thuissituatie is een voorzetting van de zorg veelal opgestart in het ziekenhuis. Een uitdaging voor ons in dit project is dan ook om de richtlijn CVK te laten aansluiten op de ziekenhuiszorg. Wij ontwikkelen de richtlijn in samenwerking met V&VN, zorgverleners, patiënten en vele andere partijen in het veld. Die samenwerking is uitermate belangrijk om tot een gedragen richtlijn te komen.’

Lees ook