Het virus dat rabiës veroorzaakt, in de volksmond hondsdolheid, weet zijn weg te vinden vanuit de opperhuidcellen naar de zenuwcellen. Vanuit daar infecteert het virus het centraal zenuwstelsel en de hersenen.
Dat blijkt uit onderzoek van virologen Corine Geurts van Kessel, Carmen Embregts en onderzoeker in opleiding Keshia Kroh, die dit jaar op haar onderzoek hoopt te promoveren. De bevindingen zijn verrassend, want ze maken duidelijk hoe ook een oppervlakkige beet of schram van een besmet dier tot rabiës kan leiden.
Over het risico op infectie met rabiës via een oppervlakkige wond wordt al lang gediscussieerd. Gedacht werd dat het virus eerst dieper moet doordringen, zoals via een diepe, bloedende bijtwond. Maar harde bewijzen daarvoor ontbraken. De bevindingen zijn gepubliceerd in het Journal of Investigative Dermatology.
Wondweefsel
Kroh nam in het laboratorium wondweefsel van besmette honden uit Zuid-Afrika onder de loep. Ook werden diermodellen met rabiës nauwkeurig onderzocht. Ze ontdekte dat het virus zich manifesteert in het epitheel, de meest oppervlakkige huidcellen. Vervolgens heeft ze een model opgezet waarin ze aantoonde dat het virus kan worden overgedragen via nauw contact tussen huidcellen en zenuwcellen.

Het rabiës onderzoeksteam, rechts Keshia Kroh en Corine Geurts van Kessel
Het onderzoek van Geurts van Kessel, Embregts en Kroh richt zich op de vroege fase van infectie met het rabiësvirus. ‘In Europa worden honden en vossen al decennia gevaccineerd tegen rabiës. Daarom komt de ziekte hier weinig voor’, vertelt Geurts van Kessel. ‘Bovendien zijn er voor mensen vaccins en effectieve geneesmiddelen beschikbaar, die dan wel snel na een beet moeten worden toegediend.’
Vleermuisbeten
Er is in Europa veel discussie over de juiste behandeling van mensen met oppervlakkige verwondingen. ‘We wisten wel dat ook die soms tot rabiës kunnen leiden, maar hoe dat werkt, was niet bekend.’ Een belangrijke vraag die nog op antwoord wacht, is hoe váák oppervlakkige verwondingen – bijvoorbeeld door vleermuisbeten – hier in Europa leiden tot rabiës.
De onderzoekers werken ook in gebieden waar rabiës de meeste slachtoffers maakt – het Afrikaans continent en Zuidoost Azië. ‘In Pakistan en Bangladesh werken we samen met ziekenhuizen waar zich per dag zo’n tweehonderd mensen melden met een beet van een vaak verwilderde hond’, vertelt Geurts van Kessel.
‘We hebben daar recent onderzoek gedaan. In Pakistan hebben we het rabiës virus aangetoond in ongeveer zestig procent van de diepe bijtwonden. Het virus circuleert daar dus flink, terwijl de financiële middelen beperkt zijn. Dit kan ertoe leiden dat mensen niet de optimale behandeling krijgen’.
Inzicht in hoe het virus zich verspreidt en welke risico’s er zijn, kan in de toekomst wellicht bijdragen aan andere manieren om ziekte te voorkomen. In Pakistan hebben de bevindingen van het onderzoeksteam inmiddels hun weg gevonden naar de overheid, die zich – hopen ze – gaat inzetten voor betere preventie van deze ziekte.
Overheidsdelegatie
Geurts van Kessel en Kroh tonen een foto die een Pakistaanse arts hen stuurde. ‘Kijk, hier kijkt een overheidsdelegatie naar ónze data’, klinkt het. ‘Rabiës is een neglected disease. Maar ondanks de minimale middelen en aandacht die de ziekte krijgt, komen we er toch steeds meer over te weten.’

Pakistaanse overheidsfunctionarissen bespreken data van het rabiës onderzoek
Kroh: ‘Het doet me goed dat deze studie zoveel impact heeft. De gezondheidszorg in landen waar rabiës veel voorkomt, is vaak niet goed ontwikkeld. Er overlijden te veel mensen, onder wie de helft kinderen, op een nare manier aan rabiës.’
Vaccinaties
Wie wordt blootgesteld aan het virus, heeft een serie vaccinaties nodig. Als de persoon niet eerder is gevaccineerd, is ook een kostbare injectie met immunoglobulines nodig. ‘Veel mensen hebben na afloop van de eerste vaccinatie geen geld of gelegenheid meer om weer terug te gaan voor de rest van de vaccinaties. Zij lopen dan een risico om rabiës te ontwikkelen en hieraan te overlijden.’
De tekst gaat verder onder het kader
Rabiësvirus
Virologen Geurts van Kessel en Embregts van de afdeling Viroscience zijn al jaren gefascineerd door het rabiësvirus. Rabiës heeft een specifieke eigenschap: als het een lichaam binnendringt via een beet of krab, komen er wel afweercellen in actie, maar toch zijn die meestal niet in staat om een effectieve afweerrespons in gang te zetten. Het virus weet zich onzichtbaar te maken en kan bepaalde antivirale afweermechanismen uitzetten, waarna het ongestoord naar de hersenen kan reizen. Bereikt de virusinfectie na zo’n beet de hersenen, dan leidt dat tot een wisse dood.
Keshia Kroh vond tijdens haar studie nog een nieuwe aanwijzing: het virus een lijkt een bepaald type afweercel, de Langerhans-cel, te onderdrukken. Geurts van Kessel: ‘De Langerhans-cel is een dendritische cel in de huid, een afweercel met lange tentakels. Die pakt het virusdeeltje als het ware op een presenteert het aan het immuunsysteem dat het virus vervolgens opspoort en opruimt. Dat proces blijft bij een rabiësinfectie mogelijk achterwege.’
De komende jaren gaat de onderzoeksgroep verder met het ontrafelen van de afweer tegen rabiës. Ze hopen nieuwe manieren te vinden waarmee de virusinfectie na een blootstelling kan worden tegengehouden.
Reizigersadvies
Ga je op reis naar landen buiten Europa? Laat je goed adviseren bij een reizigerskliniek.
- Blijf uit de buurt van wilde en verwilderde (huis)dieren.
- Word je gebeten: schrob de wond snel goed schoon. En nee, dat is niet prettig. Maar het zorgt wel dat een groot deel van het virus wordt weggewassen.
- Ben je in een bekend risicogebied, bezoek zo snel mogelijk na een beet of schram een dokter.
Gezondheidsbedreigingen
De focus van het Erasmus MC op vroege diagnostiek, bevolkingsonderzoek en populatiestudies zorgt ervoor dat we snel kunnen reageren op gezondheidsbedreigingen door klimaatverandering, globalisering en leefstijl. We onderzoeken effectieve maatregelen om gezondheidseffecten te voorkomen en te beperken. Zoals beschreven in Koers28, de strategie van het Erasmus MC.