Veldonderzoek Brazilië

‘Het is niet het lab dat we in het Erasmus MC gewend zijn, maar het werkt wel’

Voor het onderzoek naar de invloed van klimaatverandering op de verspreiding van arbovirussen, gaan onderzoekers van de afdeling Virologie van het Erasmus MC naar Brazilië. De Pantanal, een groot tropisch waterrijk gebied verspreid over Brazilië, Bolivia en Paraguay, leent zich daar goed voor 

Deel
10 likes
Leestijd 9 min
Het schip aangemeerd

Het onderzoek is onderdeel van het NAVIO-project (Navigating for Viral Surveillance in Remote Locations) dat zich bezighoudt met de invloed van klimaatveranderingen op de overdracht van arbovirussen. Dit zijn virussen die onder meer door muggen worden overgedragen, zoals het denguevirus, zikavirus, gelekoortsvirus en het Mayaro virus. Het project is net gestart en loopt vijf jaar. 

Het Pantanal is een gebied waar de gemiddelde temperatuur toeneemt en er steeds meer extreme gebeurtenissen als extreme droogte, hevige regenval en overstromingen zijn. Het drassige land is bovendien een goed leefgebied voor muggen, waardoor er veel arbovirussen te verwachten zijn. 

‘Wij willen weten welke virussen we op die plek in Brazilië zien en of daar bijvoorbeeld verschillen zijn tussen de verschillende gemeenschappen langs de rivier. Die verschillen proberen we dan te verklaren’, vertelt Louella Kasbergen, onderzoeker op de afdeling Virologie. ‘Daarnaast meten en verzamelen we in verschillende seizoenen over een lange tijd data over het klimaat. Daarmee onderzoeken we wat de invloeden van klimaatverandering zijn op de verspreiding van arbovirussen. Uiteindelijk proberen we dan ook een risico-inschatting te maken voor mogelijke uitbraken in de toekomst.

Het onderzoeksteam van het NAVIO-project, onder leiding van Luiz Carlos Junior Alcantara, professor aan de Braziliaanse Fundação Oswaldo Cruz (FIOCRUZ), vaart mee met de Braziliaanse marine. ‘De Marinha do Brasil doet sinds 2009 humanitaire missies om de afgelegen dorpen aan de Paraguay Rivier te voorzien van basiszorg’, legt Kasbergen uit. Zij ging afgelopen november voor een paar weken met het internationale onderzoeksteam mee. ‘We waren met drie schepen. Op elk schip zaten zo’n tien onderzoekers.’ 

Antistoffen tegen meerdere virussen

Tijdens de missies worden verschillende soorten monsters onderzocht. Muggen, teken, riool- en rivierwater, uitwerpselen van mensen en dieren en bloed van de inwoners. ‘Het medisch personeel van de marine en het onderzoeksteam nemen bloed af en ik test het op antistoffen. Daaruit kun je opmaken welke virussen binnen een gemeenschap rondgaan. Het is een lastig onderzoek, omdat daar veel soortgelijke virussen voorkomen. Dat zorgt ervoor dat deze mensen vaak antistoffen hebben tegen meerdere virussen, die ook nog eens heel erg op elkaar lijken.’  

Tijdens de missies worden ook watermonsters genomen

Foto: Tijdens de missies worden ook watermonsters genomen

Omdat de onderzoeksgroep voor het eerst meeging, moesten de schepen nog worden ingericht. Kasbergen zorgde samen met de onderzoekers en met hulp van de marine voor het inrichten van het laboratorium. ‘Dat was improviseren, want in zo’n schip is het heel smal. Er moesten wel honderden dozen met zware apparatuur, zoals vriezers, de steile trappen op en af. Dat bij een temperatuur van 45 graden. En je stoot overal jouw hoofd’, vertelt ze lachend. Door leveringsproblemen waren, ondanks maanden voorbereiding, ook niet alle spullen op tijd. ‘Het was een gedoe, maar nu staat alles er. Het is niet het lab dat we in het Erasmus MC gewend zijn, maar het werkt wel.’ 

We deden de bloedafname niet alleen voor ons eigen onderzoek, maar wilden de inwoners ook directe gezondheidszorg geven.

Kasbergen wilde tijdens deze eerste missie bij zeshonderd mensen bloed afnemen voor haar onderzoek. Het werden er uiteindelijk driehonderdtwintig. ‘We deden de bloedafname niet alleen voor ons eigen onderzoek, maar wilden de inwoners ook directe gezondheidszorg geven. Daarom deden we naast het consult van een dokter of tandarts ook sneltesten voor onder meer corona, syfilis, hepatitis en malaria. Op deze manier hadden de mensen er zelf ook echt iets aan’, aldus Kasbergen. 

Foto: Kasbergen aan het werk op het schip

Nu de onderzoeker weer terug is in Rotterdam begint de analyse van het verzamelde bloed. ‘We zien nu al interessante verschillen tussen de gemeenschappen. Die verschillen verklaren is interessant. Waarom zien we wat we zien? Als we alle data van de verschillende onderzoeken over de komende vijf jaar hebben, kunnen we conclusies trekken.’ 

‘Je voelt je bevoorrecht’

Eind volgend jaar hoopt Kasbergen weer naar Brazilië te vertrekken voor haar tweede missie. ‘Het was een unieke ervaring. Het is een hele andere manier van onderzoek doen én je krijgt een kijkje in de keuken van de Braziliaanse marine’, zegt ze enthousiast. ‘Je voelt je bovendien bevoorrecht. Niet iedereen in deze dorpen heeft schoon drinkwater en voor meer gespecialiseerde gezondheidszorg moeten ze vaak dagen reizen naar de dichtstbijzijnde stad. Dan realiseer je wel dat wij hier alles hebben.’ 

Het veldonderzoek van Kasbergen is onderdeel van een samenwerking tussen het Europese VEO consortium en het CLIMADE consortium – een samenwerking van onderzoekers op het noordelijk halfrond. Beiden zijn gericht op onderzoek naar mogelijkheden voor nieuwe infectieziekte uitbraken, die kunnen optreden ten gevolge van onder andere klimaatverandering. Het Erasmus MC is coördinator van het VEO Consortium. 

Onderzoekers binnen het NAVIO-project proberen een beeld te krijgen van de pathogenen, ziekteverwekkers, die rondgaan in afgelegen gemeenschappen en daarnaast de complexe interacties tussen pathogenen, vectoren en de omgeving én de invloed van klimaatverandering daarop te begrijpen. Door gegevens te verzamelen, willen ze uiteindelijk het risico op de verspreiding van bepaalde ziekteverwekkers in verschillende gebieden inschatten. Het doel is om beter voorbereid te zijn op mogelijke uitbraken van ziekteverwekkers zoals arbovirussen.  

Lees ook