Coverstory

Rotterdamse afasietest gaat de wereld over

Niet kunnen spreken, maar je wel verstaanbaar maken. Dat is iedere dag een grote uitdaging voor patiënten die een taalstoornis hebben opgelopen na hersenletsel. Onderzoekers van het Erasmus MC en Rijndam Revalidatie ontwikkelden de Scenario Test die nu wereldwijd op de markt verschijnt.

38 likes
Leestijd 5 min

Hero alt/video title

Taxi-cover

Klinisch linguïst Ineke van der Meulen zit tegenover haar patiënt Karel de Vries (naam vanwege privacy gefingeerd) met een map vol met tekeningen van dagelijkse situaties. Het is De Scenario Test die bestaat uit achttien rollenspellen, waarmee zij bekijkt in hoeverre hij zich kan redden met zijn verbale en non-verbale communicatie. Zo kan zij bepalen bij welke behandeling hij het meeste baat heeft en op een later moment nagaan wat het effect van de behandeling is geweest.

Klinisch linguïst Ineke van der Meulen

 

Van der Meulen: ‘Het belangrijkste is dat mensen weer zo zelfstandig mogelijk kunnen meedraaien in de maatschappij. We testen daarom niet alleen hoe goed of slecht ze op woorden kunnen komen, zoals veel andere testen doen, maar ook of ze met behulp van gebaren of schrift op andere manieren kunnen communiceren. Bij elke situatie meten we hoe mensen reageren in een bepaalde situatie. Wat kan iemand ondanks zijn of haar taalstoornis? In hoeverre kan iemand zich duidelijk maken? Het maakt niet uit op wat voor manier.’

 

Beroerte

De test is bedoeld voor mensen met matige tot ernstige afasie. De meeste mensen krijgen afasie na een beroerte. Hoe ernstig hun taalstoornis is, hangt af van de grootte van de bloeding en de locatie in de hersenen. In Nederland krijgen 40.000 patiënten per jaar een beroerte. Van hen hebben ruim 10.000 patiënten afasie. Van deze patiënten kampt ongeveer een op de vier vlak na de beroerte met ernstige afasie.

 

Taalstoornis

‘Veel van deze mensen hebben niet alleen een taalstoornis’, gaat Van der Meulen verder. ‘Ze missen ook cognitieve vaardigheden, waardoor ze soms niet meer weten hoe ze verder moeten als ze ergens vastlopen. Dus de eerste stap is dan dat ik vraag: “Kan het op een andere manier?” Dat helpt soms, en anders ga ik het nog gerichter vragen: “Kunt u het misschien tekenen?” De laatste hulpstap is raden. We proberen de normale communicatie zoveel mogelijk na te bootsen, maar als mensen het niet begrijpen, dan houdt het op. Dat is in het echte leven ook zo.’

 

Fragment uit taaltest

Karel de Vries was met 65 jaar bijna met pensioen toen hij een hersenbloeding kreeg. Hij is opgenomen bij Rijndam Revalidatie. Van der Meulen begint met de test en zegt tegen hem: ‘Daar is uw taxi. U wil graag voorin zitten. Hoe vraagt u dat?’ De Vries zegt woorden die niet bestaan: ‘Konua, konua’, stamelt hij en maakt met zijn handen cirkelgebaren in de lucht. Van der Meulen: ‘Dit begrijpt de chauffeur niet. Kunt u het misschien schrijven?’ Ze wijst naar pen en papier die op tafel liggen. De Vries schudt zijn hoofd. Zij gaat verder: ‘Ik ga u wat vragen stellen. Wacht u nog op iemand?’ De Vries zegt: ‘Nee.’ Zij: ‘Wilt u voorin zitten?’ ‘Ja, zegt hij. Ze slaat de pagina van de test om en een volgende tekening verschijnt. ‘U bent aangekomen’, zegt ze. ‘U betaalt en wilt een bonnetje. Hoe vraagt u dat?’ Ook deze keer lukt het de Vries niet om zich duidelijk te maken, dus gaat zij hem opnieuw vragen stellen: ‘Wilt u een nieuwe afspraak?’ ‘Ja’, zegt De Vries. Zij: ‘Of wilt u een bonnetje?’ ‘Nee’, zegt hij.

 

 

Gebaren

Ineke van der Meulen is bij de laatste hulpstap in dit fragment. Ze gaat raden wat de man wil, ‘want zijn gebaren zijn volkomen onduidelijk’, zegt ze later. ‘Hij zegt wel ‘ja’ en ‘nee’, dat kunnen mensen vaak nog wel, maar je moet wel weten of het ook klopt. Want de opdracht was om de chauffeur van de taxi een bonnetje te vragen. Het lukt De Vries niet om dat duidelijk te maken en hij zegt zelfs ‘nee’ op de vraag of hij een bonnetje wil.

‘Soms is het dus de vraag of mensen die ‘ja’ zeggen ook ja bedoelen en of ze de vraag wel begrepen hebben. Dat De Vries ‘nee’ zegt op de vraag of hij een bonnetje wil, kan er ook mee te maken hebben dat hij de opdracht allang is vergeten. Door de situaties stap voor stap te testen, wordt inzichtelijk of en in hoeverre hij zich duidelijk kan maken. Als we in deze test merken dat mensen niet goed ja en nee aangeven, gaan we daar in de behandeling mee aan de slag. Sommige mensen kunnen dit namelijk wel leren aangeven met behulp van afbeeldingen zoals een groen vinkje voor ‘ja’ en een rood kruis voor ‘nee’, terwijl ze het dan nog steeds niet goed zeggen.’

 

Afspraken

De test is ruim tien jaar geleden ontwikkeld in het Erasmus MC en Rijndam Revalidatie. Sinds 2008 is de test veel verkocht in Nederland. Ieder land heeft zijn eigen test. Van der Meulen: ‘Enkele jaren geleden heeft een internationale groep afasie-experts afspraken gemaakt over welke tests we in afasieonderzoek standaard afnemen, zodat we overal ter wereld dezelfde tests afnemen en de uitkomsten kunnen vergelijken. Daar wordt deze test nu voor gebruikt. De Scenario Test is de enige test die nagaat hoe iemand zich kan redden in verschillende communicatieve situaties.’

 

Wereldwijd

De Engelse Scenario Test verscheen deze zomer. In Duitsland is de test onlangs verschenen. De eerste honderd bestellingen waren al gedaan voordat de test op de markt was. In Australië loopt een groot onderzoek waarbij de Scenario Test gebruikt wordt en met Griekenland, Japan en Noorwegen heeft Ineke van der Meulen contact. ‘De test komt dus wereldwijd op de markt, maar is oorspronkelijk hier ontwikkeld. Dat is toch geweldig. Iets wat hier begonnen is en internationaal zo wordt opgepakt.’

 

Pokémon

‘De Duitsers hebben de Nederlandse tekeningen gebruikt. De Japanners gebruiken een tekenstijl die veel meer bij hen past, een soort Pokémonachtige poppetjes. De Engelsen hebben de test ook cultureel aangepast. Zo hebben wij er een voorbeeld in dat de huishoudelijk hulp na het strijken een kopje koffie blijft drinken. Nou, dat doen ze echt niet in Engeland. Dat soort dingen worden veranderd.’

 

 

Vergelijkbaar

‘Die aanpassingen kosten veel tijd, want de uitkomsten moeten wel vergelijkbaar blijven. Om een test een test te laten zijn, komt het er in het kort op neer dat die moet worden afgenomen bij een groep gezonde mensen en een grotere groep patiënten met afasie. Op die manier zijn de uitkomsten van een individueel persoon te vergelijken met anderen. Het is fijn dat iemand 40 punten scoort op een onderdeel, maar wat betekent dat voor hem of haar? De test moet betrouwbaar zijn. Dit proces wordt per land herhaald. Dus het is eigenlijk een concept wat uitgerold wordt in andere landen.’