Coverstory

Computer matcht donor en moeilijk te transplanteren nierpatiënt

Een speciaal gebouwd computerprogramma moet het voor moeilijk te transplanteren nierpatiënten mogelijk maken een geschikte donornier te vinden.

12 likes
Leestijd 5 min

Hero alt/video title

Niertransplantatie

Het computerprogramma werd mogelijk gemaakt door de stichting Een Nier Voor Jeroen. Het geld van de stichting, die is opgezet voor nierpatiënt Jeroen van Setten, is afkomstig van een crowdfundingactie die naasten van Van Setten vier jaar geleden hebben opgezet. Het geld was bestemd voor een – toen nog – niet verzekerde innovatieve behandeling in het Erasmus MC.

Van Setten is namelijk, na drie voorgaande transplantaties, hoog geïmmuniseerd. Dat betekent dat hij antistoffen in zijn bloed heeft tegen de meeste potentiële nierdonoren. Het is voor deze groep mensen erg moeilijk een passende nier te vinden.

 

Cross-over

In Nederland bestaat al jaren het landelijk cross-over programma. Dat is een soort ruilsysteem waaraan alle niet bij elkaar passende koppels van levende nierdonoren en hun ontvangers deelnemen. Bij deze koppels heeft de ontvanger antistoffen tegen de donor. Door middel van ruilen vinden veel koppels een donor waartegen zij helemaal geen antistoffen hebben.  Hoog geïmmuniseerde patiënten zoals Jeroen vinden slechts zelden een passende donor in het huidige cross-over programma.

 

Desensibilisatie

Nu bestaat sinds enige jaren een speciale behandeling voor hoog geïmmuniseerde patiënten: de desensibilisatie behandeling. Daarbij kunnen de antistoffen die de patiënt tegen de donor heeft, worden weggehaald. Daardoor kan transplantatie mogelijk worden met een donornier waartegen de patiënt antistoffen heeft.

Desensibilisatie leek enige tijd dé oplossing te zijn. Maar de behandeling blijkt lang niet altijd mogelijk omdat het soms niet lukt om de antistoffen voldoende uit het bloed te filteren. Uit onderzoek blijkt bovendien dat hoe minder antistoffen er zijn tegen de nieuwe donor, hoe beter de resultaten zijn op langere termijn. Het is dus zinvol om een donor  te zoeken waartegen de patiënt zo min mogelijk antistoffen heeft.

 

Immunisatie

Zoals Jeroen van Setten zijn er veel meer nierpatiënten, weten nefroloog Joke Roodnat en adviseur patiëntenzorg Marry de Klerk. ‘Mensen die al meerdere niertransplantaties achter de rug hebben, mensen die een bloedtransfusie hebben ondergaan en vrouwen die zwanger zijn geweest, kunnen grote hoeveelheden antistoffen hebben opgebouwd. Ook mensen met bloedgroep O zijn doorgaans lastiger te transplanteren dan mensen met bloedgroep A of B.’

Dat zit zo: het afweersysteem komt in het geweer als lichaamsvreemde cellen of weefsels in het lichaam terecht komen. Dat kunnen ziekteverwekkende bacteriën en virussen zijn, maar ook ‘goedbedoelende’ cellen in donorbloed, een donornier of een foetus. Het afweersysteem maakt daarbij antistoffen aan: cellen die de lichaamsvreemde cellen ‘aanvallen’. Deze antistoffen blijven in het bloedplasma aanwezig.

Mensen met zulke grote hoeveelheden antistoffen worden ‘hoog geïmmuniseerd’ genoemd. ‘Met bloed- en weefselmonsters kan een Immunoloog  bepalen voor hoeveel procent een patiënt geïmmuniseerd is’, zegt Roodnat. En: ‘Van de patiënten uit de regio Zuid-Holland-Zuid die op de wachtlijst staan, is  15% hoog geïmmuniseerd. Velen hebben dan al jaren zonder resultaat op de ‘gewone’ Eurotransplant wachtlijst gestaan, en op de wachtlijst van het speciale Acceptable Mismatch Programma van Eurotransplant. Velen zijn ook al jaren aan het dialyseren. CIAT heeft deze mensen iets te bieden.’

 

 

CIAT biedt perspectief aan ‘kansloze’ nierpatiënten

 

 

‘Jeroen van Setten bracht maar liefst 37 mensen mee die wilden doneren’, herinneren Roodnat en De Klerk zich. ‘Maar hij had antistoffen tegen iedereen. Na lang studeren en in overleg met onze immunoloog, werd één potentiele donor geselecteerd waartegen Van Setten de minste antistoffen had. Zoveel keus heeft lang niet iedereen!’ Er werd daarom hevig verlangd naar een ict-oplossing die de artsen kan helpen zoeken naar een match binnen het bestaande cross-overprogramma.

 

 

CIAT

Ondertussen kwamen bij de stichting tienduizenden euro’s binnen voor Jeroens desensibilisatiebehandeling. De behandeling sloeg aan, en Jeroen kreeg zijn nieuwe nier. Die doet na drie jaar nog uitstekend zijn werk. De benodigde desensibilisatie behandeling kwam echter verrassend snel in het basispakket terecht, net voordat Jeroen zijn behandeling onderging.

Voor het geld dat de stichting had ingezameld, werd al snel een goede bestemming bedacht: de eerder genoemde ict-oplossing. Dat werd computerapplicatie CIAT waarmee voor moeilijk te transplanteren nierpatiënten middels wiskundige algoritmen een beter geschikte donor kan worden gezocht. CIAT staat voor Computerized Integration of Alternative Transplantation Programs. CIAT maakt het mogelijk om de donor te kiezen waartegen de patiënt de minste antistoffen heeft en die dus de grootste kans op succes biedt. Precies zoals Jeroen de keus had dankzij de vele mensen die aan hem wilden doneren.

 

 

In CIAT worden de gegevens ingevoerd van alle nierpatiënten die een potentiële, maar niet passende donor hebben gevonden. De patiënt heeft antistoffen tegen zijn donor. De applicatie vergelijkt alle weefseltyperingen en antistoffen van de nierpatiënten met die van de levende donoren die zijn ingevoerd in het CIAT programma.

Nieuw aan CIAT ten opzichte van het oude cross-over programma, is dat in CIAT voorrang wordt gegeven aan de hoog geïmmuniseerde patiënten. De kans op een goed passende nier is voor hen daardoor groter dan in het cross-over programma.

Daarnaast zoekt het programma ook naar een nier die niet helemaal past maar toch transplantatie mogelijk maakt. ‘Omdat we goed selecteren, blijkt dat het uitfilteren van antistoffen bijna nooit nodig is. Daarnaast wordt in CIAT voor de laag geïmmuniseerde patiënten de kans op een match groter naarmate zij langer wachten.’

Ook nieuw aan CIAT is dat niet alleen patiënten mét een potentiële donor kans maken. Álle patiënten uit de regio Zuid-West Nederland die op de wachtlijst staan, zitten in CIAT. Dus ook hoog geïmmuniseerden en langwachtenden zonder levende donor hebben een kans. Voor hen hangt die kans wel af van het aantal altruïstische donoren, donoren die uit naastenliefde een nier afstaan.

‘We hebben de resultaten van CIAT vergeleken met die van het oude cross-over programma en daaruit bleek dat het totaal aantal matches in CIAT niet minder is  geworden doordat de hoog geïmmuniseerden voorrang kregen. Het totale aantal matches was zelfs iets hoger in CIAT.’

 

Erasmus Q Intelligence

Zowel de applicatie als het CIAT-programma zijn gebouwd door econometrist Kristiaan Glorie, geschoold aan de faculteit Econometrie van de EUR en inmiddels werkzaam bij het bedrijf Erasmus Q Intelligence. Hij ontwikkelde het nieuwe systeem samen met De Klerk, Roodnat en Judith Kal, datamanager van het Erasmus MC.

Nathalie Popken en haar team van Technology Transfer Office legden de applicatie langs de juridische meetlat en een experiment kon van start gaan. ‘De applicatie heeft nu een poosje proef gedraaid en inmiddels zijn  er in Rotterdam vanaf 2017 12 langwachtenden en 11  hoog geïmmuniseerde patiënten dankzij CIAT getransplanteerd. We hebben niet één keer de HLA-desensibilisatiebehandeling nodig gehad, alle combinaties pasten eigenlijk heel mooi!’

 

Altruïsten

De Klerk en Roodnat willen graag benadrukken dat het succes van CIAT voor een belangrijk deel samenhangt met de aanwezigheid van eerder genoemde altruïstische donoren. Deze donoren geven een nier aan een willekeurige wachtende patiënt op de wachtlijst. In het Erasmus MC doneren zich jaarlijks ongeveer tien altruïstische donoren. ‘Zij zijn van onschatbare waarde voor nierpatiënten en in het bijzonder voor lang wachtende en hoog geïmmuniseerde patiënten. Ze maken namelijk een hele keten van transplantaties mogelijk. Zij hoeven immers geen nier terug.’

Over zo’n keten gesproken: de nieuwe computerapplicatie kijkt in zijn algoritmische zoektocht naar een matchende nier dus of er een keten te maken is. Oftewel: of een altruïstische donor wellicht te koppelen is  aan een langwachtende ontvanger met een potentiële donor, zodat de donor van de langwachtende patiënt op zijn/haar beurt aan iemand anders op de wachtlijst kan doneren.

‘Op dit moment draait de applicatie alleen met mensen uit onze eigen regio. Maar we zijn met de Nederlandse Transplantatie Stichting in gesprek om dit systeem voor alle Nederlandse nierpatiënten beschikbaar te maken.’