Glioblastoom is een agressieve vorm van hersenkanker. De tumor ontstaat wanneer gliacellen, steuncellen in het hersenweefsel, ongecontroleerd gaan delen. Het is de meest voorkomende kwaadaardige hersentumor bij volwassenen. Jaarlijks krijgen zo’n 1.000 Nederlanders de diagnose. De gemiddelde levensverwachting na diagnose is slechts anderhalf jaar.
Risicovolle operatie
In de afgelopen drie decennia is er veel veranderd in de behandeling van kanker. Zo zijn er effectievere medicijnen en verbeterde operatietechnieken, en combinaties daarvan. Die zorgen ervoor dat mensen met kanker vaak weer beter kunnen worden, of in elk geval langer kunnen leven. Bij glioblastoom is dat niet het geval. Dat komt doordat de tumor in de hersenen ligt en is verweven met het hersenweefsel. Opereren is daarom risicovol.
Hoe meer tumor de neurochirurg kan verwijderen, hoe groter de kans op levensverlenging. Maar hoe uitgebreider de ingreep, hoe groter het risico op blijvende schade aan belangrijke hersenfuncties zoals spraak of motoriek. ‘Bij een hersenoperatie voor glioblastoom kun je nooit al het tumorweefsel wegnemen’, zegt Jasper Gerritsen, neurochirurg in opleiding bij het Erasmus MC. ‘Er zijn altijd kleine cellen in de hersenen die kunnen uitgroeien. Het is een kwestie van tijd voordat de tumor terugkomt.’
Balans
Hoe gaat een neurochirurg dan te werk bij zo’n ingewikkelde operatie? ‘Hij moet genoeg tumorweefsel wegnemen, maar er tegelijkertijd voor zorgen dat er zo min mogelijk functieverlies optreedt’, zegt Gerritsen. Hoe die balans uitslaat, is ook nog eens afhankelijk van de tumorkarakteristieken: hoe agressiever de tumor, hoe meer weefsel je moet verwijderen. ‘Je wilt zo min mogelijk schade toebrengen aan de hersenen, maar je wil ook niet dat de tumor snel terugkomt.’
Bij zo’n operatie staat dus veel op het spel. En toch werkt een neurochirurg heel vaak op basis van ervaring, lokale gebruiken en gemiddelde uitkomsten op basis van grotere groepen patiënten, zegt Gerritsen. ‘We weten veel over groepen patiënten, maar wetenschappelijk bewijs dat voorspelt of een specifieke operatie voor de individuele patiënt de beste is, is er vrijwel niet. Dat maakt het gesprek over de operatie vaak onzeker.’
Internationale database
Om daar verandering in te brengen, zetten Gerritsen en collega’s uit het Erasmus MC, samen met internationale collega’s, een samenwerkingsverband op. Dit PIONEER-consortium moet het structurele tekort aan hoogwaardig wetenschappelijk bewijs in de neuro-oncologische chirurgie aanpakken. PIONEER wordt geleid door het Erasmus MC met de University of California San Francisco en bestaat uit meer dan twintig toonaangevende academische centra over de hele wereld.
Door de gegevens van deze centra te bundelen, ontstond de grootste internationale database van glioblastoomoperaties ter wereld. Hiermee konden de onderzoekers systematisch kijken naar de beste methodes om mensen met glioblastoom te opereren. Ze voegden de informatie samen van ruim 7.000 operaties en uitkomsten, en maakten daar een voorspellend model van.
Voorspellend model
Dat was geen sinecure, zegt Gerritsen. ‘Glioblastomen zijn relatief zeldzaam en elk behandelcentrum hanteert andere richtlijnen. We hebben één dataset gemaakt, waarmee we behandeluitkomsten van verschillende soorten operaties kunnen simuleren voor een individuele patiënt. Zo kunnen we samen met de patiënt de voors en tegens afwegen, en samen een weloverwogen behandelbeslissing maken.’
Daarnaast blijven de onderzoekers patiënten de komende jaren volgen om hun model aan te passen en verder te verfijnen, zodat ze er steeds betere voorspellingen mee kunnen maken. ‘Zo kunnen we een betere inschatting geven over de overleving, neurologische uitkomsten, en kwaliteit van leven voor de patiënt na de operatie. Daarmee bepalen we wat de beste behandeling is voor de individuele patiënt.’
Vergelijkbare operaties
Het doel voor Gerritsen en zijn collega’s is dat er op basis van die samengevoegde data betere internationale richtlijnen komen. Twee van die richtlijnen publiceerde het consortium in het wetenschappelijke tijdschrift The Lancet Oncology (eerste en tweede artikel). Daarin staat beschreven hoe behandelaars over de hele wereld het beste hersentumoroperaties kunnen standaardiseren.
‘Alleen als neurochirurgen op een vergelijkbare wijze opereren en uitkomsten meten, kunnen we behandelingen goed vergelijken en verbeteren’, zegt Gerritsen. ‘Met deze richtlijnen weet iedere neurochirurg ter wereld hoe die een glioblastoom het best kan behandelen, en welke overwegingen een rol spelen.’ Dat moet leiden tot wereldwijd vergelijkbare hersentumoroperaties die te verbeteren zijn.

Jasper Gerritsen
Gepersonaliseerde behandeling
Misschien wel het belangrijkste voordeel is dat de besluitvorming daarmee ook voor de patiënt inzichtelijker wordt, zegt Gerritsen. Want die standaardisatie is een voorwaarde voor de stap naar gepersonaliseerde behandeling. ‘Je kan niet personaliseren wat je niet kan meten. Hiermee geven we patiënten concrete informatie over wat een operatie voor henzelf kan betekenen. Zo baseren ze hun keuze niet op basis van algemene statistieken, maar op voorspellingen die aansluiten bij de persoonlijke situatie van de patiënt. Zo kunnen ze zo’n complexe beslissing samen met hun arts het beste maken.’
Passende zorg
Het Erasmus MC biedt de zorg die aansluit bij de behoefte van de patiënt: zorg die de patiënt samen met de behandelaar kiest. En zorg die plaatsvindt op de juiste plek: in ons universitair medisch centrum, een ander ziekenhuis, thuis of waar dan ook. Zoals beschreven in Koers28, de strategie van het Erasmus MC.