Voeding

Weegschaal maakt plaats voor Nutritional Assessment

Met alleen een weegschaal en een meetlint ben je nergens meer als moderne diëtist. De afdeling Diëtetiek van het Erasmus MC loopt landelijk voorop met haar project Nutritional Assessment, een uitgebreide analyse die de voedingstoestand van de patiënt in kaart brengt.

Deel
12 likes
Leestijd 3 min
Nutritional Assessment
Een Nutritional Assessment brengt de voedingstoestand van de patiënt uitgebreid in kaart.

Het is tijdens een opname van doorslaggevend belang dat een patiënt de juiste voeding krijgt, zodat een onnodig langdurig herstel wordt voorkomen. Op maat gemaakte diëten leiden bij patiënten tot meer vitaliteit, sneller herstel, betere werking van medicatie en betere wondgenezing.

Maar voordat de diëtist weet welke voedingsadviezen juist zijn, is het belangrijk dat de voedingstoestand van de patiënt duidelijk wordt. ‘Er was een tijd dat de patiënt bij opname in het ziekenhuis op de weegschaal werd gezet’, vertelt kinderdiëtist en projectleider dr. Joanne Olieman. ‘De lengte werd gemeten en aan de hand daarvan werd bepaald of iemand voldoende doorvoed was. Maar met alleen de weegschaal en een meetlint ben je er niet.’

Poep

Diëtisten gaan tegenwoordig veel grondiger te werk, zowel bij kinderen als volwassenen. Er zijn verschillende ‘domeinen’ die iets zeggen over de voedingstoestand. Om te beginnen is dat de nutriëntenbalans. Olieman: ‘Simpel gezegd: wat gaat erin? Dat is de hoeveelheid en samenstelling van het eten. Wat gaat eruit? Dat is de hoeveelheid en samenstelling van je poep. En: hoeveel voeding heb je nodig om jouw energieverbruik te compenseren? Het energieverbruik kun je meten met een indirecte calorimetrie.’

‘Bij obese mensen lijkt de spiermassa soms op gatenkaas’

Ook onderzoeken de diëtisten de verhouding tussen spier- en vetmassa in het lichaam. ‘We kijken vooral naar de samenstelling van die spiermassa. We weten: een persoon met obesitas kan net zoveel spiermassa hebben als profwielrenner Tom Dumoulin. De eerste moet immers veel overgewicht meetorsen. Maar bij Dumoulin is de spiermassa solide, bij obese mensen lijkt de spiermassa soms op gatenkaas.’

Foto van Joanne Olieman

Kinderdiëtist en projectleider Nutritional Assessment Joanne Olieman.

Tenslotte wordt bloedonderzoek gedaan in het lab. ‘We kijken dan naar hoeveelheden micronutriënten en vitamines, maar ook naar elektrolyten zoals natrium en kalium. Natrium is bijvoorbeeld belangrijk voor het regelen van de vochtbalans in het lichaam en voor een goede werking van spiercellen. ‘Als er een tekort is aan natrium in het bloed, kun je voeding toedienen, maar zal je bij kinderen niet direct groei bereiken.’

Samenspraak

Het doel van al die metingen is om in samenspraak met de patiënt en de arts of verpleegkundige, een dieetbehandeling op maat voor te schrijven. ‘Een heel uitgebreide Nutritional Assessment is niet voor iedere patiënt nodig,’ zegt Leontien Koene, afdelingshoofd Diëtetiek. ‘Maar voor mensen die wachten op een orgaantransplantatie is het standaard onderdeel van de zorg. Hoe fitter je de operatie in gaat, hoe fitter je eruit komt.’

Olieman vult aan: ‘Mensen met leverfalen hebben bijvoorbeeld vaak vochtophoping in de buik. Het gewicht kan daardoor normaal lijken, maar als er zes liter vocht in je buik zit, is dat beeld vertekend. Ook bij kinderen doen we standaard een uitgebreide Nutritional Assessment. We willen immers dat kinderen groot en sterk worden.’

Verzamelen in database

Olieman en haar collega’s streven tenslotte naar een database waar alle meetgegevens en uitkomsten van studies in worden verzameld. ‘Wij doen in het Erasmus MC veel wetenschappelijk onderzoek naar de effecten van dieetbehandeling op diverse ziektebeelden. Die data worden verzameld door verschillende diëtisten, in verschillende patiëntengroepen met verschillende soorten apparatuur, onder verschillende condities en op verschillende momenten. Hierdoor is vergelijken tussen verschillende patiëntengroepen nu niet altijd mogelijk’, legt Olieman uit.

Daarnaast worden de data in verschillende systemen opgeslagen, waardoor het lastig is om ze te extraheren en te gebruiken op populatieniveau. ‘De onderzoeksgroepen zijn heel divers en bestaan meestal uit een kleine steekproefomvang. Je begrijpt, een uniforme database is dringend gewenst, zodat we uitkomsten ook voor bredere groepen patiënten toepasbaar kunnen maken.’

Lees ook