Wereld Obesitas Dag

Vijf dingen die je moet weten over obesitas

Uitgebreid wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat obesitas veel meer is dan alleen ‘te veel eten en te weinig bewegen’. Het is een complexe, chronische ziekte met vele maatschappelijke en individuele oorzaken. Toch houden misverstanden en stigma’s hardnekkig stand: met grote gevolgen voor de mensen die ermee leven. Op Wereld Obesitas Dag legt internist-endocrinoloog en hoogleraar prof. dr. Liesbeth van Rossum daarom vijf dingen uit die je moet weten over obesitas. 

Eline Bakker
Leestijd 6 min
Misys_SP2016041855_1200_800_s_c1

1. Vet is een orgaan en bij obesitas is dit orgaan ziek

Hoewel veel mensen vet zien als iets passiefs, is vetweefsel in werkelijkheid een actief en complex orgaan. ‘Vet maakt tientallen hormonen aan’, legt Van Rossum uit. ‘Deze hormonen communiceren met je hersenen en spelen een belangrijke rol bij je hongergevoel, je verzadiging, je metabolisme, je immuunsysteem en zelfs je vruchtbaarheid.’ Voorbeelden zijn het darmhormoon GLP-1 en het vethormoon leptine, beide stoffen die de eetlust verminderen.  

Bij obesitas ontstaat er een chronische ontsteking van het vet-orgaan, waardoor ook de hormoonproductie wordt verstoord. ‘Ontstekingsstoffen circuleren door het lichaam en tal van darm- en vethormonen zijn verstoord geraakt, waardoor deze n niet goed meer communiceren met het brein en andere organen’, zegt Van Rossum. ‘Zo is de werking van GLP-1 en leptine verstoord, waardoor veel mensen met obesitas de hele dag ‘food noise’ ervaren: een voortdurend aanwezige trek waar ze steeds weerstand tegen moet bieden.’ 

‘De ontstekingsstoffen komen ook in het brein terecht, waar ze kunnen bijdragen aan angst en depressie’

2. Zodra je begint met afvallen, werkt je lichaam je tegen

Bijna iedereen kent het ‘jojo-effect’: je valt kilo’s af, maar die komen er ook net zo snel weer bij. Maar wist je ook dat hier niet alleen gedragsmatige, maar ook biologische verklaringen voor zijn? Zodra iemand met obesitas gewicht verliest, gebeurt er iets in het lichaam wat het afvallen moeilijker maakt. ‘Je lichaam gaat als het ware in de tegenstand’, legt Van Rossum uit. ‘Er worden biologische mechanismen in gang gezet die zorgen dat je meer hongerhormonen aanmaakt, minder verzadigingshormonen hebt en dat je rustverbranding daalt. Het netto-effect is dat je veel meer trek hebt.’  

Wanneer je afvalt, verlies je vetmassa én spiermassa. Van Rossum: ‘Als je 30 kilo kwijt bent, hoef je 30 kilo minder gewicht mee te sjouwen, dus verbrand je ook minder. Daarnaast raak je spiermassa kwijt en spiermassa draagt bij aan de rustverbranding.’ Onderzoek laat bovendien nieuwe aanwijzingen zien dat vetcellen een soort geheugen hebben: ze lijken te ‘weten’ hoe groot ze vroeger waren en willen daar weer naartoe terugkeren.  

Na gewichtsverlies hebben mensen met obesitas meer beweging nodig dan iemand zonder obesitas om op het gezondere gewicht te blijven. Waar de algemene beweegrichtlijn 150 minuten matig intensief bewegen per week is, moeten mensen die flink zijn afgevallen eerder richting de 200 tot 300 minuten, plus twee keer per week spierversterkende training.  

3. Obesitas heeft vele oorzaken en leefstijl is er maar één van

Als het gaat om de oorzaak van obesitas wordt er vaak gedacht aan leefstijl: als je ongezond eet en te weinig beweegt, krijg je obesitas. Maar onderzoek wijst uit dat bij verreweg de meeste mensen met obesitas twee of meer andere oorzaken een rol spelen. ‘Leefstijl is belangrijk, maar het is slechts één onderdeel van een groter geheel’, vertelt Van Rossum. 

Mogelijke individuele oorzaken worden onderverdeeld in zeven hoofdcategorieën: leefstijl, sociaaleconomisch, psychisch, medicatie, hormonaal, hypothalaam (schade aan de hersenen) en genetisch. Zo kunnen hormonale aandoeningen zoals PCOS, een trage schildklier of de overgang een belangrijke rol spelen. Maar daarnaast gebruiken ook miljoenen Nederlanders medicijnen die het gewicht kunnen laten stijgen. Denk aan corticosteroïden, antidepressiva, antipsychotica en sommige middelen tegen een hoge bloeddruk. ‘Meer dan de helft van de mensen met obesitas gebruikt een medicijn dat mogelijk gewicht verhogend werkt’, legt Van Rossum uit.  

Onze leefomgeving is een belangrijke maatschappelijke oorzaak: een overvloed aan ultrabewerkte voeding, grote porties en overal verleidingen. ‘De voedselomgeving is de afgelopen decennia compleet veranderd’, zegt Van Rossum. ‘Dat maakt het voor iedereen lastig om gezond te eten, maar voor mensen die aanleg hebben voor overgewicht is dit extra schadelijk.’ 

4. 40 tot 70 procent van je gewicht is genetisch bepaald

Waar vaak nog wordt gedacht dat overgewicht vooral een kwestie van gedrag is, toont onderzoek aan dat het slechts een deel van het probleem is. Gewicht is namelijk voor een deel genetisch bepaald. ‘Bij lengte vindt niemand het vreemd’, legt Van Rossum uit. ‘Als twee ouders lang zijn, verwacht iedereen dat hun kind ook lang zal zijn. Maar precies hetzelfde geldt voor gewicht. Genen bepalen voor zo’n 40 tot 70 procent hoe zwaar je bent.’ 

Dit betekent dat de één van nature veel gevoeliger is voor gewichtstoename dan de ander. Van Rossum: ‘Sommige mensen moeten levenslang veel harder werken om op een gezond gewicht te blijven. Terwijl anderen, die soms zelf niet eens zo gezond leven, toch slank blijven dankzij een gunstig genenpakket.’ 

Daarnaast heeft een paar procent van de mensen met obesitas een genetische aandoening die obesitas veroorzaakt. Deze mensen zijn bijvoorbeeld ongevoelig voor het hongerhormoon leptine, waardoor ze nooit een gevoel van verzadiging ervaren. Ze ontwikkelen vaak al obesitas vanaf de zeer jonge kinderleeftijd, terwijl de rest van hun familie geen obesitas heeft. ‘We dachten altijd dat dit heel zeldzaam was, maar het wordt nu veel vaker herkend’, vertelt Van Rossum. 

5. Obesitas veroorzaakt veel andere ziektes, waaronder 13 verschillende vormen van kanker

Obesitas is niet alleen een ziekte op zichzelf. Het werkt ook als een soort ‘poort’ naar andere aandoeningen. Veel mensen kennen de relatie tussen obesitas en diabetes type 2 of hart- en vaatziekten, maar de lijst is veel langer. Het kan ook leiden tot 13 verschillende vormen van kanker, vruchtbaarheidsproblemen, mentale aandoeningen en het verergert bijna alle chronische ziekten.  

Van de 13 vormen van kanker komen vooral darmkanker en borstkanker na de overgang vaker voor bij mensen met obesitas. ‘Dit zijn vormen van kanker die nu steeds vaker bij jongere mensen voorkomen, waarschijnlijk door de toename van obesitas’, vertelt van Rossum. ‘Dus dat maakt het nog zorgelijker dat obesitas steeds vaker voorkomt.’ 

Deze obesitas-gerelateerde ziekten hangen samen met het zieke en verstoorde vetweefsel. Bij obesitas is het vetweefsel chronisch licht ontstoken, waardoor er ontstekingsstoffen door het lichaam circuleren. Deze ontstekingsstoffen beïnvloeden allerlei organen. ‘De ontstekingsstoffen komen ook in het brein terecht, waar ze voor angst en depressie kunnen zorgen’, vertelt Van Rossum. ‘Het is dus niet zo dat mensen met obesitas alleen angstig en depressief kunnen worden door de stigma’s over obesitas in de samenleving, maar er is ook een fysieke relatie.’  

Meer weten over obesitas? Je leest alles in het boek Vet Belangrijk 2.0 van obesitas-arts en onderzoeker Mariëtte Boon en Liesbeth van Rossum, beiden werkzaam in het Erasmus MC.

Lees ook

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van nieuws en verhalen uit het Erasmus MC en schrijf u in voor onze nieuwsbrief.