Coverstory

Donornier opgepept

Bram van den Brink (65) heeft in het Erasmus MC als eerste Nederlander een donornier gekregen die met behulp van ‘warme perfusie’ van kwaliteit is verbeterd.

3 likes
Leestijd 4 min

Hero alt/video title

Bram-van-den-Brink-0518-012-sel

Bram van den Brink kampte al sinds 2009 met nierfalen, waarschijnlijk veroorzaakt door hoge bloeddruk. “In de loop van 2017 was mijn nierfunctie zo verslechterd dat ik te horen kreeg dat een transplantatie onvermijdelijk was”, vertelt hij. “Ik kwam op de wachtlijst en startte met buikspoelingen. Men vertelde dat het drieënhalf tot vier jaar kon gaan duren tot ik aan de beurt was.”

‘Voor ik het wist, zat er een nieuwe nier in’

 

Meteen komen

Groot was dan ook zijn verrassing toen recent de telefoon ging. Omwille van geheimhoudingsplicht ten opzichte van de donor mag de datum van de transplantatie niet worden onthuld, maar: “Het was midden in de nacht”, herinnert hij zich, “ik moest meteen komen. Voor ik het wist, zat er een nieuwe nier in. Ik had niet eens tijd om me zenuwachtig te maken. Hartstikke jofel!”

Voordat de transplantatie een feit was, had Van den Brink een brief gekregen waarin hij werd uitgenodigd om mee te doen aan een studie. Tot op heden werd de warme perfusietechniek in Nederland nog niet toegepast bij mensen. Het Erasmus MC is onlangs echter begonnen met een veiligheidsstudie bij tien patiënten. Bij warme perfusie wordt de nier van een overleden donor, voorafgaand aan de transplantatie, aangesloten op een pomp en doorgespoeld met een verwarmd mengsel van bloed, medicijnen en voedingsstoffen. De perfusie zorgt ervoor dat afvalstoffen uit de nier worden verwijderd en dat de energievoorraad van de cellen in de nier wordt aangevuld.

 

Experiment

Van den Brink was als eerste aan de beurt. “Er werd gerept van een experiment met de ‘Engelse methode’. Ik was net 65 jaar geworden en kwam daarom in aanmerking om eraan mee te doen. Nou, daar voelde ik wel voor.” Normaal gesproken moeten oudere nierpatiënten na hun transplantatie vaak nog een poos dialyseren, omdat de oude donornier die zij krijgen dikwijls niet zo goed werkt als de donornier van een jonge overleden donor. Maar Van den Brink kon zonder dialyse het ziekenhuis verlaten. Dolblij is hij ermee. “Dat ik weer een goede nier had, merkte ik vooral met plassen. Dat was heerlijk. Ik voelde me weer helemaal het mannetje. Ik heb in het ziekenhuis wel een koutje opgelopen, maar dat gaat inmiddels weer een stuk beter. Ook de medicatie zijn we al aan het afbouwen, net als de controlebezoeken aan het ziekenhuis.”

‘Ik voelde me weer helemaal het mannetje’

Steeds vaker

Volgens transplantatiechirurg Robert Minnee komt niertransplantatie bij senioren door de vergrijzing steeds vaker voor. In 1999 heeft Eurotransplant – het Europese ‘verdeelstation’ van organen – een speciaal seniorenprogramma opgezet. Daarbij worden nieren van overleden patiënten van boven de 65 jaar zoveel mogelijk toegekend aan transplantatiekandidaten van 65 jaar en ouder. “Nieren van oudere overleden donoren zijn geschikt voor een transplantatie”, zegt transplantatiechirurg Robert Minnee, die de transplantatie uitvoerde. “Maar wat we zien is dat deze nieren aanzienlijk meer tijd nodig hebben om na de transplantatie goed te gaan werken. De ontvanger moet na de transplantatie vaak nog een paar weken dialyseren. De patiënt die de ‘warm’ behandelde nier heeft ontvangen, hoefde na de transplantatie niet te dialyseren.”

Robert Minnee

 

Succes

De perfusie was zo succesvol dat de nier op de pomp al begon te ‘plassen’ voordat die was geïmplanteerd bij de patiënt. “We verwachten dat patiënten die in deze groep met de nieuwe techniek worden geholpen, ook na een jaar nog een beduidend betere nierfunctie hebben dan patiënten die een ‘koud behandelde’ nier hebben ontvangen.”

 

Martijn van den Hoogen

Volgende stap

“We behandelen oudere donornieren al met koude perfusie”, zegt Martijn van den Hoogen, nefroloog. “Zo verminderen we schade door zuurstofgebrek aan de nier. Met dit onderzoek naar warme perfusie zetten we een volgende stap om verdere schade te voorkomen. We proberen niet alleen de kwaliteit van het donororgaan te behouden, maar ook te verbeteren. Dat levert een langere en betere functie van het transplantaat op. Een ander voordeel is van logistieke aard. Stel dat een nier 24 uur aan een pomp kan blijven zonder schade. Je hebt dan niet meer de haast die je nu hebt bij een postmortale transplantatie. Dat komt een transplantatie ten goede. Tot slot zou je met deze techniek ook nieren die op papier te slecht zijn voor transplantatie een betere beoordeling kunnen geven, om zo te voorkomen dat ze onterecht worden afgewezen. Hierdoor maken we meer transplantaties mogelijk.”

 

‘We proberen ook de kwaliteit van het donororgaan te verbeteren’

 

Minder afstotingsverschijnselen

“Naast dit onderzoek test ons laboratorium Transplantatie of we endotheelcellen kunnen toevoegen aan de vloeistof, die de ‘binnenbekleding’ van de nier kunnen herstellen. Idealiter zijn dat endotheelcellen van de patiënt. Je kunt je voorstellen dat lichaamseigen cellen minder afstotingsverschijnselen geven. Kortom, warme perfusie biedt een groot scala aan mogelijkheden om de transplantatiegeneeskunde vooruit te helpen. En niet alleen de transplantatie van nieren, maar ook die van longen, harten en levers.”