Ed van Beeck

‘Studenten die de wijk in gaan worden betere artsen’

Als student geneeskunde besefte hij al: voorkomen dat mensen ziek worden is minstens zo belangrijk als patiënten behandelen. Dus koos Ed van Beeck 40 jaar geleden voor een carrière in de preventie. Als docent leidt hij maatschappelijk betrokken artsen op. ‘Studenten die contact kunnen maken met mensen uit alle lagen van de samenleving worden betere artsen.’

Deel
0 likes
Leestijd 3 min
Ed-van-Beeck
Ed van Beeck

In 1976 stapt Ed van Beeck het Erasmus MC binnen als student. Hoe leuk en inspirerend hij de studie geneeskunde ook vond, ergens bleef er iets knagen. ‘Ik genoot van de coschappen en contacten met patiënten. Maar vroeg me ook af: ‘Kunnen we nou niet voorkomen dat zoveel mensen ziek worden? En dat we die allemaal moeten behandelen? Ik had het idee dat mijn missie daar lag, op het collectieve niveau’, blikt de arts Maatschappij en Gezondheid terug.

Niet vreemd dus dat Van Beeck na zijn studie terecht kwam op de afdeling Maatschappelijke Gezondheidszorg (MGZ) van het Erasmus MC. Bij visionairs als Paul van der Maas en Johan Mackenbach. ‘Zij hielden zich ook bezig met de vraag of en hoe we mensen gezond kunnen houden en hoe we het zorgstelsel zo kunnen organiseren dat we daar meer uithalen met dezelfde middelen. Daarmee waren zij hun tijd ver vooruit.’

Vallende ouderen

Van Beeck promoveerde op onderzoek over preventie van ongevallen, waarin hij in 1998 al aantoonde dat zonder ingrijpen de zorgkosten door vallen bij ouderen explosief zouden stijgen. Twintig jaar vervolgonderzoek en een binnen zijn onderzoeksgroep ontwikkeld rekenmodel deden in Den Haag de alarmbellen rinkelen. Dat leidde tot een landelijk valpreventieprogramma.

Daarnaast deed hij onderzoek naar hoe toegankelijk de zorg was. ‘Dus ook voor onverzekerden en dak- en thuislozen. Op papier lijkt alles goed geregeld maar veel patiënten en zorgverleners weten niet precies hoe het zit. Dat leidt ertoe dat mensen zorg mislopen’. Voor dit onderzoek werkte Van Beeck samen met een van de Rotterdamse straatdokters. ‘Ik bekeek het academisch en hij stond met zijn voeten in de modder. Dat werkte goed samen.’

Gezondheidskloof

Ook als onderzoeker blijft hij de drang voelen om kennis over te dragen. ‘Het is een eer om wat je zelf weet, mee te geven aan nieuwe generaties. En om te zien hoe zij dat oppakken en er verder mee gaan.’ Vijftien jaar geleden introduceerde hij het op de maatschappij gefocuste projectonderwijs. Studenten gaan daarin aan de slag met vraagstukken uit de werkelijke wereld. ‘Vragen die echt leven en waar de studenten een bijdrage aan kunnen leveren. Bijvoorbeeld over de gezondheidskloof tussen arm en rijk.’

Heel blij waren studenten er niet mee. ‘Het was nog niet normaal dat je als student ook breder nadacht over gezondheidsvraagstukken en wilde werken aan maatschappelijke impact. Velen vonden het lastig. Toch was er toen ook een groepje dat het echt leuk vond. Het mooie is dat steeds meer studenten het leuk gaan vinden en er nu zelfs om komen vragen.’

Vluchtelingen

Een van zijn mooiste onderwijservaringen is het helpen oprichten van GIDS (Gezondheidsstudenten In De Samenleving). Het vloeide voort uit een idee van drie studenten Jeanne, Ayça en Thomas. Zij vonden dat studenten meer moesten doen dan in collegebanken zitten en wilden hen koppelen aan maatschappelijke projecten. Om te helpen bij vluchtelingenopvang, dak- en thuislozen, schuldsaneringsinstanties. Samen met prof. dr. Charles Boucher en prof. dr. Walter van den Broek ondersteunde Van Beeck hen bij het opzetten van een organisatie waarmee ze dat zouden kunnen realiseren.’

GIDS-bestuursvoorzitter Daan Stam checkt bij een werkbezoek de gezondheid van de wethouder.

Inmiddels heeft GIDS vele studenten aan maatschappelijke projecten verbonden. Zo verstrekten GIDS-studenten informatie over vaccinaties tijdens de coronacrisis in Rotterdamse wijken of helpen ze vluchtelingen met een medische achtergrond wegwijs in het Nederlandse zorgsysteem.

Versmolten

GIDS en het projectonderwijs raken steeds meer met elkaar versmolten. De GIDS-studenten hebben inmiddels enorme netwerken bij welzijnsorganisaties, gemeenten, afdelingen binnen die gemeenten, of organisaties voor vluchtelingen. Veel organisaties weten nu GIDS te vinden en hebben vragen die studenten oppakken. Denk aan onderzoekvragen van huisartsenpraktijken in achterstandswijken. Tegen welke belemmeringen lopen we op als we eHealth gaan toepassen in Charlois?’

Het projectonderwijs en GIDS zorgen voor betere artsen. ‘Je kunt college geven over gezond eten, maar theorie gaat het ene oor in en andere uit. Als je studenten de wijk instuurt, zien ze waarom mensen niet gezond eten en dat het niet zo simpel op te lossen is. Ze zien mensen met schulden en andere problemen. Onderwijs wordt veel effectiever als studenten leren omgaan met mensen met een heel andere achtergrond. Daar hebben ze ook later als arts profijt van.’

Lees ook