Bloedingen voorkomen

Beter gepersonaliseerde dosis stollingsfactor bij operatie hemofiliepatiënt

Om bloedingen te voorkomen krijgen patiënten met de bloedstollingsziekte hemofilie A rondom een operatie een infuus met extra stollingsfactorconcentraat. Uit onderzoek blijkt dat een gepersonaliseerde dosering daarvan beter werkt dan de traditionele dosering gebaseerd op lichaamsgewicht.

Deel
0 likes
Leestijd 2 min
Iris-van-Moort-Marjon-Cnossen
Iris van Moort (r) en Marjon Cnossen (l) | Foto: Esther Morren

Als patiënten met de aangeboren stollingsziekte hemofilie A geopereerd worden, bijvoorbeeld voor een nieuwe knie of heup, is het opletten geblazen. Door hun ziekte hebben ze een tekort aan het stollingseiwit factor VIII en dus een grotere kans op bloedingen. Tijdens, voor en na de operatie wordt via een infuus extra factor VIII-concentraat toegediend om bloedingen te voorkomen.

Maar hoeveel stollingseiwit moet worden toegediend? Dat werd altijd berekend aan de hand van het lichaamsgewicht van de patiënt. Uit een nieuwe studie, gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift The Lancet Haematology, blijkt nu dat er een betere methode is. ‘We wisten dat dosering gebaseerd op lichaamsgewicht niet optimaal was. Vaak kregen patiënten te weinig of te veel toegediend, met het risico op bloedingen of bloedstolsels tot gevolg. Bovendien is factor VIII een van de duurste geneesmiddelen die er zijn, dus je wilt er efficiënt mee omgaan’, legt onderzoeker dr. Iris van Moort (op de foto rechts) van het Erasmus MC uit.

Farmacokinetische dosering

In de gerandomiseerde studie werd dosering op basis van lichaamsgewicht vergeleken met een zogeheten farmacokinetische dosering. Daarbij wordt de dosis gebaseerd op hoe snel het lichaam van een individuele patiënt de stollingsfactor verwerkt. Daarvoor krijgen patiënten voor de operatie eenmalig een proefdosis factor VIII, op basis waarvan een zogeheten farmacokinetisch profiel wordt opgesteld. ‘Dat profiel is voor iedereen verschillend, dus de bijbehorende dosis ook’, aldus Van Moort.

De farmacokinetisch-gestuurde dosering bleek een goede zet: met deze methode lukte het beter om de waarden van het stollingseiwit binnen de gewenste boven- en ondergrens te houden. Inmiddels is het opstellen van een farmacokinetisch profiel in het Erasmus MC onderdeel van de standaardzorg voor hemofilie A-patiënten. Ook wordt in de internationale richtlijnen de aanbeveling opgenomen om dit profiel te gebruiken voor dosering van factor VIII rondom een operatie.

Behandelcentra

Aan de studie, onder leiding van kinderarts-hematoloog dr. Marjon Cnossen van het Erasmus MC (op de foto links) in nauwe samenwerking met prof. dr. Ron Mathôt van het Amsterdam UMC, namen 66 patiënten deel uit alle Nederlandse hemofiliebehandelcentra: Rotterdam, Groningen, Utrecht, Nijmegen, Den Haag, Leiden, Amsterdam, Eindhoven en Maastricht. Dit is de eerste gerandomiseerde, gecontroleerde studie naar farmacokinetische dosering van factor VIII-concentraat rondom operatie bij patiënten met hemofilie A. Momenteel worden er door de OPTI-CLOT onderzoeksgroep, tegenwoordig deel van het SYMPHONY-consortium (NWO-NWA grant), ook studies uitgevoerd om deze doseringstechniek toe te passen bij andere bloedingsziekten.

Hemofilie A

  • Hemofilie A is een zeldzame erfelijke bloedstollingsziekte
  • De ziekte ontstaat door een mutatie in het gen dat zorgt voor de aanmaak van het stollingseiwit factor VIII
  • Hemofilie A (85%) komt vaker voor dan hemofilie B (15%). Nederland telt ongeveer 1.700 hemofiliepatiënten
  • Hemofilie wordt ingedeeld in drie groepen: ernstig, matig-ernstig en mild
  • Het Hemofiliebehandelcentrum van het Erasmus MC is een erkend expertisecentrum gespecialiseerd in het behandelen en begeleiden van kinderen en volwassenen met hemofilie en andere zeldzame stollingsstoornissen.

 

Lees ook