Geld voor speurtocht naar oorzaak resistentie tegen borstkankermedicijn

 

Het Erasmus MC heeft 360.000 euro subsidie gekregen om onderzoek te doen naar een medicijn voor vrouwen met hormoongevoelige borstkanker.

Het nieuwe – nog premature – medicijn, werktitel SCO-101, moet ervoor zorgen dat de tumorcellen van borstkanker niet langer resistent zijn tegen het geneesmiddel waarmee ze worden bestreden. Die resistentie treedt op bij een aanzienlijk deel van de borstkankerpatiënten die worden behandeld met tamoxifen. Dat is een middel dat wordt voorgeschreven als nabehandeling, om te voorkomen dat eventuele uitzaaiingen uitgroeien tot nieuwe tumoren.

 

 

Sleutelgaten

Bij hormoongevoelige borstkanker groeit de tumor onder invloed van het hormoon oestrogeen. In de tumorcel zijn oestrogeenreceptoren aangelegd, te vergelijken met sleutelgaten waarmee het oestrogeen de cel kan aanzetten om hem te laten groeien en vermeerderen. Tamoxifen zorgt ervoor dat deze sleutelgaten worden dichtgesmeerd, zodat oestrogeen de cel niet meer kan aanzwengelen.

De laatste decennia is gebleken dat de tumorcel echter verschillende trucs heeft om te zorgen dat de sleutelgaten toch weer open gaan staan waardoor de tumorcel als het ware resistent wordt tegen tamoxifen. Het Deense bedrijf Scandion denkt daar iets op gevonden te hebben met het middel SCO-101. In eerste pilotstudies lijkt SCO-101 het resistentiemechanisme van de tumorcel teniet te doen, waardoor tamoxifen gewoon weer zijn werk kan doen: het oestrogeensleutelgat dichtsmeren en daardoor tumorgroei opnieuw blokkeren. Een dergelijk medicijn bestaat nog niet.

 

Mechanisme

Scandion heeft van de EU subsidie gekregen om een Europese studie uit te voeren waarin SCO-101 verder wordt ontwikkeld. En daar gaat moleculair bioloog John Martens, in het Erasmus MC al jaren bezig met onderzoek naar het genoom van borstkankercellen, bij helpen. Voor alle nu bekende genen die ervoor zorgen dat de tumorcel resistent worden tegen tamoxifen, zal hij onderzoeken of  SCO-101 in staat is de resistentie te keren. En zo ja, trachten op te helderen via welk mechanisme SCO-101 dit bewerkstelligt.

‘Wat zich aan processen afspeelt in een tumorcel is misschien nog wel complexer dan wat zich in gezonde cellen ontrolt’, zegt hij. ‘Wij zijn bij deze studie betrokken omdat wij al veel onderzoek hebben gedaan naar genen die betrokken zijn bij het resistent worden van de tumorcel tegen hormonale therapie. We hebben in de vriezer cellijnen liggen waaraan we individuele genen hebben toegevoegd die een rol spelen bij die resistentie.’

 

 

Stap vooruit

Cellijnen zijn in het laboratorium gekweekte klompjes cellen, afkomstig van bestaande borstkankers. Martens gaat in die cellijnen bestuderen wat SCO-101 precies doet in de tumorcel en met name in relatie tot hormonale resistentie.

Zijn onderzoek zal de studie een stap vooruit helpt, maar het zal nog wel even duren voordat het middel aan patiënten kan worden toegediend. ‘Ook omdat we helemaal nog niet weten of het in patiënten hetzelfde werkt. Het veelbelovende effect is tot nu toe alleen gezien in gekweekte tumorcellen. Het is wel zo dat dit medicijn een hergebruikt medicijn is, het is in principe veilig om te gebruiken.’

Het onderzoek gaat de wetenschap in elk geval veel nieuwe informatie geven over het ontstaan van resistentie. ‘Verder hopen we bijvoorbeeld biomarkers, bepaalde stofjes die de cellen afscheiden, te ontdekken die het ontstaan van resistentie kunnen voorspellen. Zodat we ook kunnen voorspellen of toevoeging van SCO-101 aan een behandeling met tamoxifen zin heeft, en voor welke borstkankerpatiënten.’