Coverstory

Werkvirus

Energiekeling Ab Osterhaus achter de geraniums? Jazeker. Bij zijn 65e verjaardag plaatsten collega’s er drie op zijn bureau om snel een foto te maken van de wereldberoemde viroloog. Maar daar blijft het bij, ook nu hij afdelingshoofd af is.

3 likes
Leestijd 8 min

Hero alt/video title

Ab-Osterhaus-0913-6

Vermaard onderzoeker. Adviseur van overheden. Mediapersoonlijkheid. Directeur bij de Wereldgezondheidsorganisatie. Geestelijk vader en bezieler van de mondiaal hoog aangeschreven afdeling Viroscience van het Erasmus MC. Prof. dr. Ab Osterhaus heeft vele hoedanigheden. Nóg één: voetballiefhebber. Ruim twintig jaar was hij Ajax-fan in Rotterdam. Een mooie reden om aan de hand van kenmerkende termen uit sportinterviews de stand van zaken door te nemen nu de inmiddels 66-jarige afgelopen zomer het stokje van afdelingshoofd heeft doorgegeven aan prof. dr. Marion Koopmans. “Maar pas op hè, dit is geen afscheid, maar een nieuwe start”, zegt hij.

Hoogtepunt

“Misschien toch wel dat we er in 2003 in zijn geslaagd een beginnende pandemie de kop in te drukken: SARS. Er zijn uiteindelijk nog geen duizend mensen aan overleden. Als we niets hadden gedaan, hadden het er honderdduizenden of misschien wel miljoenen kunnen worden en had het SARS-coronavirus jaarlijks kunnen terugkomen en nog meer slachtoffers maken.
Op een gegeven moment werd bekend dat in Azië 600 à 700 mensen waren gestorven aan SARS, het ernstig acute ademhalingssyndroom. In Rotterdam hebben we toen het cruciale apenexperiment gedaan dat bewees dat het SARS-coronavirus de oorzaak was. Dat was het begin van het eind van SARS. Na de identificatie van het virus konden antivirale middelen, geneesmiddelen en vaccins worden ontwikkeld.
Maar eigenlijk is niet te zeggen wat het hoogtepunt is geweest.
Ik denk dat we in Rotterdam zo’n vijftig nieuwe virussen hebben ontdekt bij mensen en dieren. Het is bijvoorbeeld ook bevredigend om het virus te ontdekken waaraan in korte tijd driekwart van een bedreigde diersoort is gestorven.
Wat ik al die jaren in feite heb gedaan in het Erasmus MC, is de hele machinerie opzetten om snel nieuwe virussen te ontdekken. Stel, we krijgen een zieke python binnen, met een longontsteking. Dan hebben we alle expertises en technologieën in huis om snel uitsluitsel te krijgen. Daarom waren we ook de eersten die het H5N1 – het vogelgriepvirus – bij de mens ontdekten en daarom ook waren we dit jaar de eersten die het MERS-coronavirus identificeerden, dat al de dood van tientallen mensen had veroorzaakt in het Midden-Oosten.”

‘Het moet de ambitie van de virologie zijn de volgende pandemie in de kiem te smoren’

Grootste teleurstelling

“Dat er nog steeds geen vaccin bestaat tegen het HIV, het AIDS-virus. Dertig jaar geleden, ik begon net als viroloog, werd het virus ontdekt. Een aantal beleidsmakers spiegelde ons voor dat we binnen tien jaar een vaccin zouden hebben. Maar kijk eens: nog steeds overlijden jaarlijks bijna twee miljoen mensen aan AIDS. En nog steeds wordt gezegd dat we over tien jaar een vaccin tegen aids hebben. Dit is geen persoonlijke teleurstelling, maar meer een teleurstelling voor de hele virologie. Tegelijkertijd zeg ik: ik ben hier nog niet klaar mee, we gooien de handdoek nog niet in de ring. Gelukkig zijn er mede dankzij Rotterdam wel stappen gezet in al die jaren. Zo is er veel bereikt met de ontwikkeling van antivirale middelen. Wie daar toegang tot heeft, overlijdt meestal niet aan AIDS.”

Omgang met de pers

“Op een gegeven moment kwam mijn groep in het Erasmus MC tot de conclusie: de gekkekoeienziekte zou uiteindelijk weleens gevaarlijk kunnen zijn voor de mens. Als voorzitter van het wetenschappelijk veterinair comité van de EU heb ik vervolgens allerlei maatregelen voorgesteld. Bijna iedereen riep toen dat dat het onzin was, ook heel wat journalisten. Ondertussen aten mensen vleesproducten van besmette koeien. En wat denk je dat er gebeurde, toen zeven à acht jaar later de incubatietijd was verstreken en zij de nieuwe variant van de ziekte van Creutzfeldt-Jakob bleken te hebben? Toen kregen we van journalisten te horen dat onze voorstellen destijds niet ver genoeg waren gegaan.

Ik heb veel vrienden maar ook wel vijanden binnen de media. Soms krijg je ervan langs, maar dat is all in the game. Soms moet je weten te relativeren, zoals die keer dat ik voor de tweede maal kritiek kreeg rondom de gekkekoeienziekte. Hoe dan ook, omgaan met media is een van de taken voor een wetenschapper. Zeker als je wordt betaald via publieke middelen, moet je de boodschap duidelijk kunnen vertellen aan beleidsmakers en ook aan journalisten. Wij hebben de verplichting uit onze ivoren toren te komen.”

 

Tegenstanders

Rotzak, eerst vul je je zakken en daarna krijg je nog een miljoen ook. Dat was de teneur van de honderden hate mails die ik ontving in de tijd van de Mexicaanse griep. Journalisten hadden zogenaamd gevonden dat ik met de industrie samenwerkte en daardoor belang had bij de aanschaf van griepvaccins door de overheid. Ik had de betreffende journalisten nota bene zelf gewezen op de websites van ons Erasmus MC spin-out-bedrijf, waar is te lezen dat wij samenwerken met de industrie. Daar ben ik transparant over. Tijdens de overleggen in de Gezondheidsraad en met gezondheidsminister Klink heb ik het ook telkens gezegd. Wij hadden overigens geen enkel financieel belang bij die vaccins.

‘Het is onverkoopbaar om samenwerking met de industrie te weigeren’

Maar op een bepaald moment ging kretologie toeslaan, begon het ophypen. Nee, ik heb er geen minuut minder om geslapen, want de reacties waren belachelijk, niet serieus te nemen. Kijk, waarom werk ik samen met de industrie? Als wij in het lab bijvoorbeeld een vaccin of antiviraal middel bedenken, hebben we nog wel de financiële middelen om het bij proefdieren te testen en misschien ook in een eerste kleinschalige studie bij mensen. Maar grootschalige onderzoeken, bijvoorbeeld naar veiligheid en werkzaamheid van het middel, kunnen wel 200 miljoen euro kosten. Daar heb je de farmaceutische industrie voor nodig. Ik vind het moreel bijna onverkoopbaar om die samenwerking te weigeren. De miljoen euro die wij ten tijde van de Mexicaanse vogelgriep voor het lab kregen dankzij de Valorisatieprijs, wordt juist toegekend voor vindingen in het lab die samen met de industrie naar de patiënt gebracht worden en daardoor de patiënt ten goede komen.”

Ambities

“Het moet de ambitie van de virologie zijn de volgende influenzapandemie of AIDS- achtige pandemie in de kiem te smoren. Ik denk dat we op weg zijn. Het is ons zoals gezegd voor het eerst in de wereldgeschiedenis gelukt een pandemie – SARS – te stoppen. Dat was niet alleen te danken aan technologie, maar ook aan samenwerking. Groepen uit labs over de hele wereld die normaal gesproken competitief zijn tot

op het bot, bundelden de krachten in het belang van de volksgezondheid.
Op dezelfde manier moeten we handelen wanneer nieuwe virussen moeten worden uitgeroeid, in een later stadium de opkomst van hun broertjes of zusjes moet worden tegengegaan en ook wanneer nieuwe virussen uit de dierenwereld op mensen overslaan en moeten worden gestopt. Laten we nooit vergeten dat de Spaanse griep in de vorige eeuw één à twee procent van de wereldbevolking om zeep heeft geholpen.”

 

Extra tijd

“Ik zeg weleens: ik heb honderd procent van mijn tijd aan onderzoek besteed en vijftig procent aan al die andere dingen. Nu ik geen afdelingshoofd meer ben, voelt het als een soort bevrijding om niet meer allerlei organisatorische en formele dingen te doen, zoals formulieren lezen en ondertekenen. Ik ga me puur bezighouden met leuke onderzoeksprojecten.

Mijn belangrijkste inspanning zal liggen op het gebied van one health. Dat is het terrein waar dierengezondheid en mensengezondheid elkaar raken. Al die infecties die van dieren op mensen overspringen, wat speelt daar nou? Twee dagen per week houd ik me hiermee bezig als hoogleraar Virologie aan de Universiteit Utrecht, twee dagen als hoogleraar Virologie aan de veterinaire faculteit van Hannover en een dag per week met projecten in het Erasmus MC. Verder werk ik nog een dag in de week voor het farmaceutische bedrijf Viroclinics-Biosciences BV. Ja inderdaad, dan zit je toch weer aan zes dagen in de week.”