Coverstory

Wereldwijd voorbereid

Recente virusuitbraken hebben ons geleerd dat nieuwe infectieziekten zich blijven voordoen en verspreiden. Hoe kunnen we ons daartegen wapenen?

7 likes
Leestijd 9 min

Hero alt/video title

lof

Tijdens de dertiende editie van Lof der Geneeskunst (5 oktober 2018), de jaarlijkse publiekslezing van het Erasmus MC, namen topwetenschappers Jeremy Farrar, Marion Koopmans en Ron Fouchier (zie kader: De Sprekers) ons mee in de wereld van nieuwe uitbraken van besmettelijke ziekten en lieten zien hoe we ons hierop kunnen voorbereiden.

Plotselinge virusuitbraken zijn een gevolg van wereldwijde veranderingen, zoals bevolkingsgroei en toename van veeteelt en landbouw om de bevolking te voeden, exponentiële groei van reizen (toerisme en handel), en klimaatverandering.

Infectieziekten laten zich niet tegenhouden door nationale grenzen en kunnen zich wereldwijd verspreiden. Voorbeelden zijn zika, ebola, MERS en vogelgriepvirussen. Deze virusuitbraken hebben gemeen dat ze onverwacht ontstaan en onze gezondheidszorgsystemen op de proef stellen. Op het moment van een uitbraak is ingrijpen vaak lastig, omdat betrouwbare diagnostiek, behandelingen en vaccins niet direct voorhanden zijn.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) roept op tot nieuwe samenwerkingen tussen experts op het gebied van gezondheid van mensen, dieren, en ecosystemen, om beter voorbereid te zijn op toekomstige uitbraken van ‘Ziekte X’.

Prof. dr. Marion Koopmans

Proactief

“In de afgelopen honderd jaar zien we wereldwijd een geleidelijke daling in het aantal sterfgevallen ten gevolge van infectieziekten. Maar sinds de opkomst van het hiv-virus zet die daling niet door. De laatste decennia zien we steeds vaker uitbraken van virusinfecties”, zegt prof. dr. Marion Koopmans, hoofd van de afdeling Viroscience van het Erasmus MC.

Hoe komt dat?

Koopmans. “De wereldbevolking stijgt snel, daarvoor is meer voedsel nodig, oerwouden worden ontgonnen voor landbouw en veeteelt, het klimaat verandert, en we zijn steeds mobieler geworden. Mensen en goederen vliegen de hele wereld over… en nemen ook virussen en insecten met zich mee. Door deze combinatie van ontwikkelingen worden we steeds vaker geconfronteerd met infectieziekten die zich snel verspreiden.”

Wat is daaraan te doen?

“We moeten beter voorbereid zijn op toekomstige virusuitbraken. Dat kan door niet reactief, maar proactief te handelen.”

 

Patronen

Maar hoe doe je dat?

Koopmans: “Uitbraken lijken misschien toevallig, maar zijn dat zeker niet altijd. Als je nauwkeuriger kijkt, zijn patronen te onderscheiden waardoor we gealarmeerd zouden moeten zijn. Als ergens iets snel verandert, bijvoorbeeld snelle verstedelijking, of snel uitbreidende dierhouderij moet je gaan oppassen. Het regelmatig optreden van infecties die uit dieren komen, ook al doven die uit zichzelf of na basale voorzorgsmaatregelen uit, is zo’n alarmsignaal. Een vólgend alarmsignaal dient af te gaan wanneer we zien dat die infecties gezien worden in dichtbevolkte steden, waar ze gemakkelijker tussen mensen kunnen worden overgedragen.”

 

Ebola

Koopmans geeft een voorbeeld: “Tientallen jaren zagen we uitbraken van het ebolavirus in afgelegen dorpen in westelijk Afrika. Die bleven redelijk beperkt. Pas toen de uitbraken plaatvonden in dichtbevolkte gebieden, bleek het een stuk lastiger om de verspreiding de kop in te drukken. Zoals in eind 2014, begin 2015. In Sierra Leone, Guinee en Liberia traden toen hevige uitbraken van het ebolavirus op. De afdeling Viroscience trainde Nederlandse hulpverleners en richtte ter plekke drie mobiele laboratoria op. Mensen werden getest op ebola en bij overleden personen werd vastgesteld of het ebolavirus de oorzaak was. Die aanpak bleek effectief, de uitbraak werd gestopt, een grote ramp werd voorkomen. We proberen nu onze kennis over virussen te gebruiken om collega’s elders ter wereld te trainen. Op verzoek van de WHO blijven wij als referentiecentrum nauw betrokken.

We moeten lering trekken uit die ervaring, want de patronen die we bij ebola hebben gezien, zijn niet uniek. Ze treden ook op bij andere virusinfecties. Denk aan vogelgriep, Q-koorts, SARS en MERS. Er gaat geen jaar voorbij zonder dat er ergens in de wereld een virusepidemie uitbreekt.”

 

Voorspellen

Snel handelen, daar komt het op aan. Koopmans: “Vroeger had je als wetenschapper veel meer tijd om uit te zoeken waar een ziekte vandaan kwam en wat je eraan kon doen. Nu er steeds vaker uitspraken zijn wordt het steeds belangrijker om te zorgen voor snelle identificatie van de boosdoener, wat nodig is om een grote uitbraak te voorkomen.”

Identificatie van ziekteverwekkende virussen en de productie van vaccins blijft volgens Koopmans van groot belang, maar ze verwacht dat het voorspellenvan infecties een steeds grotere bijdrage gaat leveren aan het voorkomen van massale virusuitbraken. “Als je weet waar het probleem vandaan gaat komen, kun je hierop inspelen met gerichte surveillance, productie van vaccins en een goede behandeling.”

 

Van dier op mens

Dat ‘voorspellen’ is gebaseerd op kennis die de virologen nauwgezet verzamelen, bijvoorbeeld door uit te pluizen hoe infecties overspringen van dier op mens. Is direct contact daarvoor noodzakelijk, of kan besmetting ook via de lucht of het drinkwater plaatsvinden? Maar ook: waarom wordt de ene mens wel ziek en de ander niet? En waarom verspreidt de ene ziekte zich traag en de andere razendsnel?

Koopmans: “Veel van de ‘nieuwe’ infectieziekten zijn zoönotisch, dat wil zeggen: ze zijn afkomstig van dieren of dierlijke producten. Dat kunnen zowel wilde dieren, huisdieren, als dieren uit de veeteelt zijn.”

De interactie tussen mens en dier werpt allerlei vraagstukken op. Koopmans: “Verloopt de infectie via de mest, de eieren, het vlees? Of zijn er andere wegen die tot besmetting leiden? Kunnen we infecties misschien voorkomen door de dieren anders te huisvesten of te vervoeren? Meer kennis over de ziekteverwekkende bacteriën, schimmels en virussen die dieren bij zich dragen en hoe de mens daarmee in aanraking kan komen, helpt bij de preventie en het in de hand houden van infectie-uitbraken.”

 

Samen

Koopmans benadrukt het belang van samenwerking. “Door gemeenschappelijke onderzoeksprogramma’s zijn we in staat om infectieziekten efficiënt aan te pakken. Het gaat daarbij niet alleen om samenwerkende medici en virologen. Ook de interactie met experts op het gebied van diergeneeskunde, veeteelt, landbouw en ecosystemen is cruciaal. En dat niet alleen in Nederland of binnen Europa, maar op mondiaal niveau.”

Voor een voorbeeld van een samenwerkingsverband binnen Europees verband, zie hier .

ErasmusMC is mede-oprichter van Netherlands centre for One Health

 

De Sprekers

 

Prof. dr. Marion Koopmans

Prof. dr. Marion Koopmans, hoofd van de afdeling Viroscience van het Erasmus MC, is gespecialiseerd in voedselvirussen, de verspreiding van virussen tussen dieren en de overdracht ervan van dieren op mensen. Ze is als adviseur verbonden aan vele nationale en internationale gezondheidsorganisaties, zoals de Nederlandse Gezondheidsraad en de WHO.

Koopmans wordt wereldwijd voor haar werk geprezen. Zo ontving zij op 28 april 2017 een eredoctoraat van de technische universiteit van Denemarken (DTU). Tijdens de uitreikingsplechtigheid werd zij een visionair en rolmodel genoemd omdat zij zich voortdurend inzet voor internationale samenwerking. Meer over het eredoctoraat leest u hier .

Recent ontving Koopmans de hoogste wetenschappelijke onderscheiding in Nederland: de Stevinpremie .

Prof. dr. Ron Fouchier

 

Ron Fouchier is hoogleraar Moleculaire Virologie aan het Erasmus MC. Hij geniet grote bekendheid op het gebied van luchtwegvirussen: met zijn team ontdekte hij het MERS-coronavirus en het metapneumovirus en hij leverde een belangrijke bijdrage aan het onderzoek naar het vogelgriepvirus. In 2006 ontving hij de Heine-Medin award van the European Society for Clinical Virologyen in 2013 de Huibregtsen-prijs voor top innovatieve wetenschap met groot maatschappelijk belang.

Bekijk hier  een video waarin Ron Fouchier zijn onderzoek toelicht.

 

Prof. dr. Jeremy Farrar

 

Jeremy Farrar is directeur van de Wellcome Trust, een Britse fondsorganisatie die een betere gezondheid wereldwijd nastreeft door het ondersteunen van wetenschappers, ideeën en initiatieven die hier een bijdrage aan leveren. Tot voor kort was hij als hoogleraar Tropische Geneeskunde en Global Health verbonden aan de University of Oxford. Meer over zijn werk leest u hier .

 

 

 

De lezingen van Ron Fouchier, Jeremy Farrar en Marion Koopmans zijn hier terug te zien.

 

Wereldtop

De onderzoekers van de afdeling Viroscience van het Erasmus MC behoren tot de absolute wereldtop. Een paar prestaties op een rijtje:

 

  • 1997: Onderzoekers van de afdeling Viroscience van het Erasmus MC toonden als eersten ter wereld aan dat het H5N1-influenzavirus – het vogelgriepvirus – in staat is om over te slaan van vogels op de mens.
  • 2003: Samen met andere organisaties werd een pandemie (een wereldwijde uitbraak) met het SARS-corona-virus voorkomen. Het aantal doden bleef beperkt tot minder dan duizend.
  • 2012: Onderzoekers van de afdeling Viroscience identificeerden het MERS-coronavirus dat in het Midden-Oosten al tientallen mensenlevens had gekost. Door die identificatie kon een werkzaam vaccin worden ontwikkeld. Ook ontdekten onderzoekers van de afdeling dat de bron van MERS bij dromedarissen lag waardoor duidelijk werd waar maatregelen nodig waren.
  • 2015: Onderzoekers van de afdeling Viroscience ontdekten dat vaccinatie tegen mazelen niet alleen voorkomt dat mensen aan mazelen overlijden. Het uitblijven van de ziekte heeft als bijkomend effect dat het immuunsysteem van de besmette persoon niet wordt verzwakt, waardoor het risico op het overlijden aan een andere infectieziekte niet wordt verhoogd.
  • In de afgelopen twintig jaar ontdekten de Rotterdamse virologen zo’n vijftig nieuwe virussen bij mensen, huisdieren en wilde dieren, waaronder het humane metapneumovirus, het humane coronavirus NL63, het SARS-coronavirus, het MERS-coronavirus, en een nieuwe variant van het influenza A virus (H16).
  • Onderzoekers van Viroscience adviseren internationale organisaties om de kennis te vertalen naar praktische maatregelen, als partner van de Wereldgezondheidsorganisatie. Meer info (Engelstalig) vindt u hier .