Actueel

Overal mondneusmaskers (nog) niet nodig voor veilige zorg

Anderhalve meter afstand houden én goed opletten op symptomen en klachten. Dat zijn de maatregelen die nu nog voldoende zijn om in het Erasmus MC het coronavirus effectief onder controle te houden.

24 likes
Leestijd 4 min

Hero alt/video title

 

Beeld: Shutterstock

 

“Iedereen een masker laten dragen kan een negatief effect hebben op de ontwikkeling van de epidemie. Want gaan mensen met een mondneusmasker meer of juist minder afstand houden? Bovendien zou je momenteel heel veel maskers nodig hebben om bij één persoon een besmetting te voorkomen. Er is een alternatief.” Dat vertelt professor Greet Vos, arts-microbioloog. Ze is hoogleraar Infectiepreventie, en voorzitter van de infectiecommissie die het infectiepreventiebeleid maakt voor het Erasmus MC.

Huidige beleid

Het Erasmus MC heeft vanaf de eerste dag van de uitbraak maatregelen ingesteld om de overdracht tussen patiënten en medewerkers te voorkomen. De basis hiervan is de anderhalve meter afstandsregel en de zogeheten ‘triage’, waarbij patiënten tevoren vragen krijgen over hun gezondheid.

Van deze beide maatregelen is in studies aangetoond dat ze werkzaam zijn. Daarom is dit nu nog steeds het gehanteerde beleid. In ons ziekenhuis is een beperkt aantal gevallen bekend waarbij patiënten of bezoekers door medewerkers zijn besmet of omgekeerd, en deze cijfers zijn van vóór het instellen van de anderhalve meter maatregel. Dit geeft aan dat de genomen maatregelen tot nu toe goed werken, aldus Vos.

Afstand houden

Om aan de twee basismaatregelen te kunnen voldoen is al veel aangepast. Zo is het ziekenhuis anders ingericht, er zijn eenrichting looproutes gekomen, meubilair is verplaatst, er is meer ruimte gecreëerd, vrijwilligers zorgen voor een veilig liftgebruik, fysieke afspraken zijn deels vervangen door telefonische afspraken en videobellen, en de poliklinieken zijn meer verspreid over de dag opengesteld. Speciale bezoekregels houden het aantal mensen in het ziekenhuis beperkt, en als het kan werkt het personeel thuis.

Symptomen checken

Patiënten en bezoekers krijgen altijd de vraag voorgelegd of zij klachten hebben. In de urgente coronafase kregen patiënten tevoren een telefoontje. Zij konden aangeven of ze klachten hadden of niet (actieve triage). Nu ontvangen zij een SMS met coronatestvragen.

“Maar zodra het nodig is gaan we over naar een actievere triage”, vult Vos aan. Dat kan bijvoorbeeld door het bellen naar patiënten die een afspraak hebben uit te breiden. Het uitgangspunt is dat patiënten en bezoekers thuis blijven bij klachten, of dat patiënten met isolatiemaatregelen worden ontvangen. “We houden constant een vinger aan de pols. Ook krijgen we van de GGD namen door van opgenomen patiënten of medewerkers die in (nauw) contact zijn geweest met een besmettelijk persoon. Patiënten verplegen we dan in isolatie en de medewerker is door de GGD al gevraagd thuis te blijven.”

Geen mondneusmaskers

Het toevoegen van een extra maatregel zoals algemeen gebruik van mondneusmaskers, kan een negatief effect hebben op het naleven van de anderhalve meter afstand. Het is namelijk onduidelijk wat het neveneffect is van het dragen van mondneusmaskers. Gaan mensen met een mondneusmasker meer of juist minder afstand houden?

Vos: “Ik ken nog geen studie die duidelijk het effect onderzoekt op het gedrag wanneer iedereen een mondneusmasker draagt. Ik denk dat het voorstelbaar is dat dan het ‘respect’ voor de maskerdragende persoon verdwijnt, óf dat de angst verdwijnt om dichtbij de persoon te komen die mogelijk besmettelijk is. Daarmee valt de bescherming voor jezelf en voor anderen weg.”

Belemmeringen

Op dit moment is het aantal besmettingen in ons land laag. “Als de besmettingen toenemen en als dat zou betekenen dat iedereen nu een mondneusmasker zou moeten gaan gebruiken, dan zou dat mogelijk ook betekenen dat we dat de komende maanden of misschien wel jaren zouden moeten volhouden. Dat is een enorme belasting voor iedereen.”

Patiënten en bezoekers beschikken niet over medische mondneusmaskers, die zijn immers voor de zorg. “Zij zijn aangewezen op (zelfgemaakte) maskers van diverse fabrikanten. Wat de werking daarvan is, is onbekend en onvoorspelbaar. Bij hergebruik van het masker over langere tijd, het eraan zitten met de handen en dan het gezicht aanraken, neemt het risico op besmetting (weer) toe. En, niet minder belangrijk, mondneusmaskers vormen een drempel voor doven en slechthorenden en zijn onprettig voor onze sociale contacten.”

Buiten verhouding

In veel landen is het dragen van mondneusmaskers al ingevoerd. Meestal was dat een besluit op politieke- of andere gronden, of als onderdeel van een gewoonte of traditie. Maar niet vanuit een verhoogde kans op overdracht van het virus binnen de zorg. Het positieve effect wanneer iedereen een masker zou gaan dragen, wordt zeer laag ingeschat.

Vos geeft een voorbeeld: “Het Noorse Instituut voor Publieke Gezondheid heeft uitgerekend dat naar schatting 30.000 tot ruim een miljoen mensen één week lang een chirurgisch mondneusmasker moeten gebruiken om bij één persoon een besmetting met COVID-19 te voorkómen. En als je het dan hebt over de gangbare niet-medische mondneusmaskers (die minder goed werken) ligt dit aantal nog ongunstiger. Dan zouden er nog veel meer mensen een masker moeten dragen om één besmetting te voorkomen. Ik vind dat niet in verhouding en zonder duidelijk bewezen effect ook niet wenselijk.”

Dagelijks alert

Vos hecht eraan te zeggen dat dit de stand van nu is. “Elke dag kijken we naar de cijfers en bepalen we of ons infectiepreventiebeleid nog goed is of dat het bijgesteld moet worden. Dat doen we door naar het Nederlandse dashboard te kijken. We letten daarbij speciaal op de provincie Zuid-Holland, want er zijn grote regionale verschillen. Ook binnen het Erasmus MC houden we de getallen nauwlettend in de gaten. Op dat alles baseren we ons beleid.”

Als de corona-aantallen weer veranderen, kunnen de overwegingen anders worden. Vos: “Dan besluiten we opnieuw over het beleid van het Erasmus MC. Het aantal ziekenhuis- en intensive care-opnames toont nu nog geen duidelijk stijgende trend. Maar niemand weet waar we naar toe gaan. Het beleid van vandaag kan niet het beleid van morgen zijn, maar misschien ook wel.”