Coverstory

Kankermedicatie nóg beter maken

Voeding en geneeskunde zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Gezonde voeding houdt de mens fit, goed doorvoede mensen herstellen sneller van ziekte en vaak kan een gezonde leefstijl de medicinale therapie ondersteunen. Wij zijn benieuwd: wat eten de specialisten van het Erasmus MC zelf? Wij nodigden onszelf uit bij enkelen van hen. Vandaag oncoloog-farmacoloog Ron Mathijssen.

23 likes
Leestijd 7 min

Hero alt/video title

jdg_23-07-19_salade_8Z4A4611

“Eh… mag ik een salade maken? Ik ben niet zo’n kok. Koken laat ik meestal over aan mijn echtgenote.” Dus staan we op een snikhete middag in de zomervakantie in de tuin van oncoloog-farmacoloog Ron Mathijssen. Hij snijdt vakkundig avocado’s, tomaten en mozzarella. Zoon Sander knipt voortvarend blaadjes van de basilicumplant. Bezorgde blik: “Laat je mijn plantje wel een beetje heel Sander?”

Zo weinig als hij heeft met het koken, zoveel heeft hij met de kankergeneeskunde en de klinische farmacologie, de wetenschap die inzicht zoekt in de werking van geneesmiddelen in het lichaam. Hij vertelt er geestdriftig over. Voor, tijdens en na het snijden van de groenten.
“Wij bestuderen hoe het lichaam reageert op medicijnen, en hoe medicijnen reageren op het lichaam”, zegt Mathijssen, die in 2002 de doctorsgraad behaalde dankzij onderzoek naar -onder andere- de negatieve wisselwerking tussen St. Janskruid en een antikankermedicijn.

Dodelijk

Hoe het lichaam reageert op medicatie, en vice versa, verschilt van mens tot mens. De lever speelt daarbij een sleutelrol. “De werking van die lever wordt, net als de rest van het lichaam, aangestuurd door onze genen”, doceert hij, terwijl een vlijmscherp mesje door sappige tomaten glijdt. “Veel mensen hebben een eigenschap in hun genen die ervoor zorgt dat de lever medicijnen niet of minder goed afbreekt. Mensen met dit gen reageren vaak heftig op, bijvoorbeeld, chemotherapie. Het is goed dat te weten. Bij sommige mensen kan chemotherapie daardoor namelijk ernstige bijwerkingen geven of zelfs dodelijk zijn.”

Mathijssen rolde bij toeval in dit vak. “Tijdens mijn studie geneeskunde kwam ik voor een stage terecht in het laboratorium Translationele Farmacologie. Dat was toen nog een keet op het terrein van de Daniel den Hoed Kliniek, heel knus. Ik vond het ontzettend leuk om te ontdekken welke mechanismen een rol spelen bij het omzetten van kankermedicatie in de mens. En vooral ook: te onderzoeken waarom er op dat gebied verschillen zijn tussen mensen.”

Avocado

In de ruime, door hoge heggen en sappig gras omzoomde tuin van Mathijssen –hij woont in een fraaie vinex-woning in een buurgemeente van Rotterdam- vorderen intussen de salades. Hij heeft er twee bedacht: één met avocado –‘ik kan er zelf eigenlijk niet zo goed tegen, tegen avocado’-, rucola en rauwe ham, en een Caprese, met tomaat, basilicum en mozzarella. Hij heeft mazzel gehad met dit huis zegt hij. “We wonen hier heerlijk. Er rijdt nauwelijks verkeer in deze straat. Ik kan op de fiets naar het werk en de tram naar de stad stopt om de hoek.”

‘Een frietje mag af en toe best’

Voeding en gezondheid zijn natuurlijk een vanzelfsprekendheid in een gezin met twee dokters, Echtgenote Daniëlle werkt als internist-oncoloog in het Vlietland Ziekenhuis. “We letten inderdaad wel goed op. Smeren de kinderen goed in tegen de zon, en we eten gezond. Maar vanavond eten we gewoon een keer friet hoor. Zolang je zorgt voor een goede balans tussen gezond en slecht mag dat af en toe best.”

Terug naar zijn onderzoek. Hij startte in 1998 als jongste bediende bij vijf mensen in de eerder genoemde keet. Inmiddels is hij professor en leidt hij de onderzoeksgroep die uitdijde tot ruim 25 man. Een deel van de onderzoeksgroep richt zich op de wisselwerking tussen kankergeneesmiddelen en voedingssupplementen.

Fotografie: Jan de Groen

Boom

Toen bleek dat St. Janskruid een sterke negatieve invloed heeft op een bepaald kankergeneesmiddel, rees immers de vraag: hoe zit dat met andere zelfzorgmiddelen? “Het bestuderen van de farmacologie is als een boom: uit elke tak komen weer nieuwe zijtakken, waar ook weer nieuwe zijtakken aan groeien. The sky is the limit.”

Rode draad in zijn werk: de projecten zijn altijd bedoeld om de werking van bestaande kankergeneesmiddelen te optimaliseren. “De studies naar de invloed van st. Janskruid en kurkuma op antikankertherapie maken deel uit van dat doel. Net als de cola-studie. Daarin toonden we aan dat bij een bepaald kankermedicijn voor longkankerpatiënten hogere spiegels van het middel in het bloed ontstaan als je het inneemt met cola in plaats van water.’’

Rotte vis

De resultaten van de Mathijssen-studies doen soms veel stof opwaaien. De reacties kunnen dan heftig zijn. Toen eerder dit jaar de resultaten van de kurkuma-studie bekend werden (kurkuma blijkt de werking van borstkankermedicijn tamoxifen negatief te beïnvloeden), was het huis te klein. Tienduizenden reacties regende het op het nieuws, dat overal ter wereld werd gedeeld.

Via allerhande nieuwssites, particuliere blogs, vlogs, Facebook en andere sociale media, werden de onderzoekers de hemel in geprezen. ‘Wat fijn dat hier onderzoek naar is gedaan.’ ‘Belangrijke informatie voor patiënten.’ Maar tegelijkertijd werden ze ook uitgemaakt voor rotte vis: het onderzoek zou prutswerk zijn.

Het doet de schijnbaar immer opgeruimde en goed gehumeurde Ron Mathijssen weinig, en hij drukt ook zijn mede-onderzoekers op het hart om negativiteit naast zich neer te leggen. “Het hoort er een beetje bij. Kurkuma en St. Janskruid zijn populaire middelen, die iedereen kent. Iedereen heeft er ook een mening over. Nogmaals: ik zeg niet dat die middelen niet werken, ik zeg alleen dat uit ons onderzoek is gebleken dat ze de werking van bepaalde therapieën beïnvloeden. Dat verschil ziet niet iedereen.”

Cola

Bovendien: de voldoening is te allen tijde groter dan de verbolgenheid over negatieve reacties. “Over de hele wereld adviseren longartsen hun patiënten nu om het kankergeneesmiddel erlotinib met cola in te nemen. Dat een relatief eenvoudig opgezet onderzoek zo’n impact heeft, is toch hartstikke leuk!”

De cola-studie, de St. Janskruid-studie, de kurkuma-studie: het zijn allemaal projecten die veel publiciteit veroorzaakten. “Maar ze geven misschien wel een eenzijdig beeld van wat wij doen”, mijmert Mathijssen. “Wij onderzoeken namelijk ook of bestaande kankergeneesmiddelen in een andere formulering wellicht beter werken. Zo onderzoeken we bijvoorbeeld al jaren of het goed is om een bepaald kankergeneesmiddel in een vetbolletje te gieten. Dat vetbolletje, is de gedachte, blijft beter zitten in de tumor: de plaats waar het kankergeneesmiddel zijn werk moet doen.”

Lans

Mag hij dan ook nog even een lans breken voor de farmacologie als vakgebied? “Als je dokter bent en veel medicatie voorschrijft aan patiënten, is goede kennis van de farmacologie een vereiste”, meent hij. “Ik vind het daarom gek dat in sommige Nederlandse ziekenhuizen de chirurg die een borst heeft afgezet vanwege borstkanker, ook verantwoordelijk is voor nabehandeling met hormonale therapie.

“Daarom ben ik ook zo blij met de initiatieven in het Erasmus MC: hier werken behandelend artsen, onderzoekers, klinisch farmacologen en ziekenhuisapothekers nauw met elkaar samen. We hebben bijvoorbeeld de ‘farmacofoon’, een speciaal telefoonnummer dat artsen kunnen bellen als ze willen dat er met hen wordt meegedacht als er een patiënt voor ze zit met complexe medicamenteuze behandelingen.”

‘Als je een kerngezond stressloos leven wilt, moet je lekker op een Grieks eiland gaan zitten’

Bewonderenswaardig

Die patiënt, daar doet Mathijssen het uiteindelijk allemaal voor. Hij of zij moet de beste behandeling kunnen krijgen, zo optimaal mogelijk afgestemd op zíjn of haar persoonlijke situatie, conditie en leefstijl. “Dat is het doel. En daar hebben we de hulp van diezelfde patiënt ook heel hard voor nodig. Zonder patiënten zouden we onze onderzoeken niet kunnen doen. Ik vind het bewonderenswaardig waar een patiënt toe bereid is om de wetenschap verder te helpen.”

Alle projecten die moeten worden geleid, de spreekuren die moeten worden gedraaid –‘mijn poli zit de komende twee maanden bomvol’-, een gezin met twee jonge zonen… Wordt dat soms niet een beetje veel? “Het is pittig, maar ik zou niet anders willen. Ik zie mijn werk als mijn hobby.”

Knipoogt: “En ik kan goed delegeren. Ik word vaak uitgenodigd om lezingen te geven, maar ik heb een club fantastische mensen om mij heen die dat ook prima kunnen. Als je een kerngezond stressloos leven wilt leiden, moet je lekker op een Grieks eiland gaan zitten.”

 

Paspoort

Naam: Ron Mathijssen

Geboren: 9 augustus 1974 in Breda

Opleiding: VWO in Breda, Geneeskunde in Rotterdam

Getrouwd met: Daniëlle

Twee kinderen: Tim (10) en Sander (8)

Hobby’s: Wielrennen (actief en passief), Formule 1 kijken, films en series kijken, afspreken met vrienden

U kent Ron Mathijssen mogelijk van:

2012: De geneesmiddel-interactie-studie. Samen met promovendus en ziekenhuisapotheker Roelof van Leeuwen toonde hij aan dat maar liefst 46 procent van de kankerpatiënten naast kankermedicatie andere medicijnen slikt die de werking van de kankermedicatie negatief kan beïnvloeden.

2013: Oratie, beëdigd als hoogleraar Geïndividualiseerde Oncologische Farmacotherapie. Pleit voor een verbod op de aanwezigheid van grapefruits op plekken waar kankerpatiënten worden behandeld. Door eten van grapefruit kan chemo bij sommige patiënten dodelijk worden.

2015: Cola-studie. Stelt, opnieuw samen met Roelof van Leeuwen, vast dat het anti-longkanker middel erlotinib beter in het lichaam wordt opgenomen wanneer het met een glas cola wordt ingenomen.

2016: Vingerafdrukken-studie. Toont in een studie met Politie Den Haag en verpleegkundig specialist Leni van Doorn aan dat het antikankermiddel capecitabine bij een groot deel van de patiënten hun vingerafdruk grotendeels laat verdwijnen.

2019: Kurkuma studie. Bewijst samen met promovendus Koen Hussaarts aan dat inname van kurkuma-capsules de opname van anti-borstkankermiddel tamoxifen negatief beïnvloedt.