Coverstory

Het zit in z’n bloed

Hematologie-hoogleraar Ruud Delwel geeft regelmatig lezingen voor de Vrienden van het Erasmus MC. “Waar zijn uw dia’s?” vraagt dan de organisatie. Maar Delwel heeft niet altijd dia’s. Soms begint hij gewoon te vertellen. En niet direct over wetenschap. Werken en leven

4 likes
Leestijd 6 min

Hero alt/video title

Ruud Delwel

Ook dit interview begint zo: “Mijn vader is 82. Vijf jaar geleden had hij een gigantisch hoge PSA-waarde in zijn bloed. Prostaatkanker. Dankzij de behandeling daalde de PSA-waarde naar normaal. Een tijdje geleden ging ik met hem mee naar het ziekenhuis voor de uitslag van zijn bloedonderzoek. Mijn vader had een fles wijn bij zich voor de dokter, vanwege zijn ‘lustrum’, de vijf jaar na de diagnose die hij had overleefd. Zijn PSA-waarde was een beetje gestegen, maar zo weinig dat mijn vader grapte: ‘Als het elk jaar zo weinig omhooggaat, word ik 315!’ Mooi, hè?”

Profspeler

De vader van Ruud Delwel groeide op in het Oude Noorden van Rotterdam. “Tijdens de Tweede Wereldoorlog was mijn opa door de Duitsers gedeporteerd. Mijn oma moest het gezin met vier jongens in haar eentje zien op te voeden. Mijn vader moest als oudste hard werken om te overleven. Ze hadden het allesbehalve breed. Na de oorlog wilde mijn vader piloot bij de luchtmacht worden, maar daarvoor was een hbs-diploma vereist. Dat had hij niet, maar toch haalde hij glansrijk de toelatingstesten en werd piloot. In 1956 leerde hij mijn latere moeder kennen. Ze trouwden, kregen kinderen. Mijn vader heeft voor het gezin zijn carrière bij de luchtmacht opgegeven. Hij zou naar Korea uitgezonden worden. Dat wilde hij heel graag, maar hij koos voor zijn gezin. Hij werd behanger. Halverwege de jaren zestig wilde hij terug bij de luchtmacht, maar toen lieten ze hem niet meer toe. Zijn droom viel in duigen. In die tijd had hij het slecht. Of hij dat iemand verweet?” Beslist: “Nee. Het was gewoon zo. Hij plooide zich, altijd gedaan. Hij kon als jongeling goed voetballen, maar het profcontract dat Excelsior hem aanbood moest hij van zijn oma, de matriarch van de familie, afwijzen omdat spelen op zondag vanwege het geloof absoluut niet kon.” Lachend: “Later hoopte hij dat ik het als voetballer ver zou schoppen, maar helaas …”

Inhoud

Hoe belangrijk zijn vader voor hem is? “Ik had het er met John over. Hij is de jongste broer van mijn vader. Hij en ik schelen maar een jaar. Hij is uit 1957, ik uit ‘58. Ik beschouw hem als een neef, niet als oom. Ik zei tegen John: ‘Pa is nu 82. Hij kan 83 worden, of honderd, maar als hij doodgaat, ben ik minstens vier weken niet meer aanspreekbaar.’ Ik schoot vol. John begreep me. Hij had hetzelfde toen zijn vader, mijn opa, overleed.”

Delwel – gehuwd, vader van vier kinderen (drie jongens, een meisje) en een pleegdochter, en opa van negen kleinkinderen – vertelt graag over zijn gezin en zijn familie, ook aan publiek dat is gekomen om geïnformeerd te worden over zijn wetenschappelijke werk. Waarom? “Ik merk dat mensen dat prettig vinden. Door zulke verhalen beseffen ze dat wetenschappers ook maar mensen zijn. Van de buitenkant is het Erasmus MC toch een beetje een ‘arrogante toren’. Daarmee bedoel ik dat het een gebouw is waar voor de gemiddelde Rotterdammer allemaal ‘knappe koppen’ zitten, die dingen doen die ‘ingewikkeld’ zijn. De kunst is om mensen te boeien en iets van de inhoud in begrijpelijke termen over te brengen.”

Roeping

Ruud Delwel (Rotterdam, 1959) studeerde biologie in Leiden, maar kwam tot de conclusie dat het tellen van mieren in de duinen niet zijn roeping was. Het raakvlak tussen biologie en geneeskunde vond hij veel interessanter. Hij specialiseerde zich tot moleculair bioloog en belandde bij prof. dr. Bob Löwenberg, toen wetenschappelijk directeur van de Daniel den Hoed kliniek. Löwenberg was kort daarvoor begonnen met beenmergtransplantaties bij leukemiepatiënten en Delwel stortte zich op het wetenschappelijk onderzoek naar deze ziektebeelden.

Persoonlijk

Op 20 november 2010 sprak Delwel een rede uit ter gelegenheid van het aanvaarden van het ambt van bijzonder hoogleraar met als leeropdracht Moleculaire leukemogenese, de wetenschap die de achterliggende moleculaire mechanismen van leukemie bestudeert. Ook die rede – titel: ‘Het zit ’m in het bloed’ – begon hij met een persoonlijk verhaal: in klas vier van het vwo volgde Delwel met tegenzin de natuurkundelessen. In de vijfde veranderde dat: een nieuwe docent die, in tegenstelling tot zijn voorgangers, zijn enthousiasme voor het vak wel kon overbrengen, en die bovendien oprecht geïnteresseerd was in zijn leerlingen, nam de lessen over. Delwel en de meeste scholieren uit de vijfde haalden een jaar later met gemak het landelijk examen. Toen Delwel de natuurkundeleraar 32 jaar later weer tegenkwam, kende deze hem nog bij naam.

‘Je moet altijd voor kwaliteit gaan’

Motiverend

Delwel vertelde deze anekdote om het belang van goed onderwijs te illustreren: zonder die motiverende docent was hij waarschijnlijk nooit gekomen waar hij nu staat. Zelf zet hij zich ook graag in voor studenten, bijvoorbeeld tijdens een jaarlijkse ‘bootcamp’, een intensieve training voor jonge studenten, tien uit Europa en tien uit Amerika onderzoekers. “Mijn collega Ivo Touw (hoogleraar op dezelfde afdeling als Delwel, red.) heeft het initiatief voor deze training genomen. Dat is een enorm succes geworden. De studenten hebben onderzoeksvoorstellen geschreven en die worden onder begeleiding van ervaren onderzoekers in detail geanalyseerd. Wat is de beste aanpak? Is de doelstelling haalbaar? Welke problemen komen we tegen? Er wordt intensief gewerkt. Heel leerzaam en stimulerend. De belangstelling van studenten om mee te doen is groot, waardoor we streng kunnen selecteren. Alle deelnemers zijn veelbelovende talenten. Hebben zij zo’n sessie nog wel nodig, vraag je? Het antwoord is ‘ja’. Je moet altijd voor kwaliteit gaan, daarin investeren.”

‘Ik denk dat ik wel een mensen-mens ben’

ruud delwel

Eervol

En Delwel ontving wéér een prijs: tijdens het jaarlijks congres van de European Hematology Association (EHA) onlangs in Madrid kreeg hij de EHA José Carreras Award. José Carreras is een Spaanse tenor. Hij leed midden jaren tachtig aan leukemie en onderging een beenmergtransplantatie in Seattle, Verenigde Staten. In 1988 richtte hij een stichting op die leukemieonderzoek financieel ondersteunt. De prijs wordt uitgereikt aan toonaangevende wetenschappers en artsen die werkzaam zijn in de hematologie. Delwel: “Ik ontvang geen geldbedrag, ik zie het als een eervolle prijs. Ik ben er trots op dat ik als medewerker van het Erasmus MC onze Hematologie-afdeling mocht vertegenwoordigen en de award in ontvangst mocht nemen. Want zo voelt het: ik kan direct twee of drie collega’s noemen die daar hadden kunnen staan en de prijs ook dubbel en dwars hadden verdiend. Het is niet alleen eervol om deze prijs te mogen ontvangen, maar ook om deel uit te maken van zo’n sterke afdeling met toponderzoekers.”

 

Keuzes

De onderzoeksgroep van Delwel werkt aan acute myeloïde leukemie, een woekering van onrijpe witte bloedcellen die zich vooral bij volwassenen manifesteert. De Rotterdamse onderzoekers onthulden niet alleen een verklaring voor de woekerende cellen, ze vonden ook dat ze met bepaalde stofjes die wildgroei, in kweekschaaltjes wel te verstaan, konden remmen. “Maar het complete mechanisme en dé behandeling zijn nog niet gevonden”, waarschuwt Delwel. “We moeten nog verder de diepte in. Ik heb jonge talentvolle mensen aangetrokken om die klus te klaren.”

Delwel is 58. Is het al tijd om de wetenschappelijke balans op te maken? “Ik heb niet het gevoel dat ik moet gaan afronden, het stokje moet overdragen. Ik ben een laatbloeier. De Koningin Wilhelmina Onderzoekprijs en de EHA-José Carreras Award (zie kaderteksten) kreeg ik relatief laat. Dat ik nu pas begin te oogsten heeft voor een deel te maken met de keuzes die ik in het leven heb gemaakt. Op mijn 28e had ik al vier kinderen. Ik vond een gezin belangrijker dan mijn carrière. Het valt niet mee om te kiezen, om mijn tijd te verdelen. Ik wil alles. Privé en op mijn werk, overal staat de omgang met mensen centraal. Ja, ik denk dat ik wel een mensen-mens ben.”