Coverstory

Gezicht achter Generation R: Tonie Doedijns

Onderzoeksmedewerker Tonie Doedijns (63) is een van de medewerkers van Generation R, het bevolkingsonderzoek naar de groei, ontwikkeling en gezondheid van duizenden opgroeiende Rotterdamse kinderen. Hoe was zij zelf als kind? Ze vertelt erover aan de hand van oude jeugdfoto’s.

6 likes
Leestijd 5 min

Hero alt/video title

Tonie werkt al bijna achttien jaar in het onderzoekscentrum van Generation R, dat gevestigd is in het Erasmus MC – Sophia Kinderziekenhuis. Volgens haar naaste collega’s is ze ‘de Koningin’ van het centrum, want met haar enthousiasme en vrolijkheid vult ze de ruimte. Ze glimlacht om die uitspraak. “Als ik binnen kom, staat mijn mond niet stil.”

Bovendien ontfermt ze zich als een zorgzame moeder over ‘haar’ jongens en meisjes. Ze heeft een band met veel ouders en kinderen die vaak vragenlijsten invullen en om de vier, vijf jaar voor lichamelijk en psychologisch onderzoek naar het onderzoekscentrum komen.

 

Brand

Tonie pakt er vier zwartwit foto’s uit haar kindertijd bij. Andere foto’s verloor ze jaren geleden, door een brand op de zolder van haar vorige woning. “Het was gelukkig geen uitslaande brand, maar door de hitte waren alle spullen op zolder zwartgeblakerd. Jammer, veel kwijt.”

 

Peuter

De eerste foto is uit 1957. Tonie is anderhalf. Ze staat naast haar moeder achter de kinderwagen en kijkt vrolijk in de lens. “Echt een klein bolletje was ik, te vroeg geboren. Van mijn ouders moest ik altijd aan tafel blijven zitten, totdat mijn eten op was. Ze hoopten dat ik dan beter zou groeien. Nou, echt niet.”

 

 

 

Dapper

Op twee andere foto’s is ze al iets ouder. Schoolfoto’s. Op de ene zit ze keurig met een rechte rug achter een bureautje, haar pen in de aanslag. Op de andere foto leest ze een boek, voordat ze opkijkt naar de fotograaf. “Ik had een lui oog, dat werd afgeplakt. Die sticker mocht eraf voor zo’n foto. Later kreeg ik een bril. Daarmee werd ik behoorlijk gepest.” Daar laat ze op de foto’s niets van blijken. Ze oogt dapper en kijkt net zo vriendelijk als nu.

 

Jeugd

Op de laatste foto is ze al een jonge dame, een jaar of achttien. Tonie had geen onbezorgde jeugd. Haar moeder had depressieve klachten, net zoals haar broer. Ze zorgde voor hen. Toen Tonie aan haar opleiding begon, besloten haar ouders te scheiden. Daarna verloor ze haar broer. Toch staat ze heel positief in het leven. “Ik denk dat je dat moet doen. Je kunt niet steeds teruggrijpen. Dan maak je het jezelf alleen maar moeilijk.”

 

Toneelschool

“Ik had eigenlijk naar de toneelschool gewild. Als kind was ik altijd al bezig met zang en sketches. Door te zoeken naar dingen die ik leuk vond, leerde ik waarderen in het leven wat er wél is. Mijn vader dacht alleen dat ik daar geen geld mee kon verdienen, dus werd ik verpleegkundige.” Na bijna twintig jaar als verpleegkundige in allerlei functies, startte ze in 2002 bij Generation R. “Ik werk hier vanaf de eerste week, toen de eerste moeders van het Generation R-onderzoek net zwanger waren.”

 

Onderzoeken

“Ik begeleid de deelnemers bij de verschillende onderzoeken en leg hen uit wat we doen en met welk doel.” De gegevens die ze verzamelt, worden op een later moment geanalyseerd door de onderzoekers van Generation R. Centraal staat de vraag waarom het ene kind zich optimaal ontwikkelt en het andere kind niet of minder. Bij iedere leeftijdsfase vinden andere onderzoeken plaats. Tonie prikt de ene keer bloed. De andere keer knipt ze plukjes haar af voor onderzoek naar stress. Bij de longfunctietest moesten de jonge kinderen met een knijper op hun neus een ballon wegblazen. “De pubers moedigde ik aan bij de fietstest waar hun conditie tot het uiterste wordt getest.”

 

Favoriete onderdeel

“Mijn favoriete onderdeel was het gedragsonderzoek, bijvoorbeeld dat met twee handpoppen, Ikky en Zikky.” De kinderen waren toen vijf jaar. Tonie schiet direct weer in haar rol en houdt denkbeeldig een handpop omhoog. Ze zegt met een poppenstemmetje: “Ik hou van chocola.” En met haar andere hand omhoog: “Ik hou niet van chocola. Hoe zit dat bij jou?” Gedragswetenschappers bekeken vervolgens hoe de kinderen reageerden en welk antwoord ze gaven. Of die houten puzzel die de peuters moesten maken. Eén van die puzzelstukken was te groot en konden ze er niet in krijgen. “Je wilt niet weten hoe ze met hun vuistjes sloegen om het stuk er alsnog in te krijgen.” Bij het laatste gedragsonderdeel moesten ze speelgoed opruimen. Ook hier werd bekeken hoe ze dat aanpakten. “Ze waren drie jaar, maar hadden al heftige discussies met hun moeder.”

Grootste wens

Ze vindt het ook leuk om de deelnemers bij aankomst te verwelkomen en op hun gemak te stellen. “Soms hebben ze geen zin. Of vinden ze bloedprikken spannend. Ik zeg altijd: niets moet, alles mag. Want het is natuurlijk belangrijk dat ze terugkomen. Je moet ze in hun waarde laten. Ik hoop de deelnemende jongeren de komende ronde nog een keer te zien. Ze zijn dan zeventien jaar. Mijn grootste wens is dat ik het voor mijn gevoel af kan maken.” Ze wil wel actief blijven als ze niet meer hoeft te werken. “De Cliniclowns, dat lijkt me geweldig.” Hoe is ze zelf zo jong gebleven? Ze is de trotse oma van vijf kleinkinderen. Met een glimlach: “Ik ben zelf ook lang een groot kind geweest, hoor.”

 

Generation R

Het onderzoek wordt mogelijk gemaakt door het Erasmus MC, de Erasmus Universiteit Rotterdam, de Gemeente Rotterdam, het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en honderden zorgverleners voor zwangerschap en kind. Onderzoekers delen de resultaten wereldwijd. Het is inmiddels voor beleidsmakers een belangrijke bron voor het verbeteren van de zorg voor kinderen in Rotterdam.

Meer over Generation R leest u hier .