Coverstory

Gezicht achter Generation R: Ronald van den Nieuwenhof

Alweer bijna een decennium werkt Ronald van den Nieuwenhof (38) bij het Erasmus MC. Omdat zijn toenmalige vriendin even buiten Rotterdam woonde, verhuisde Ronald destijds van het zuiden naar het westen. Als afgestudeerd gezondheidswetenschapper vond hij emplooi bij Generation R. Niet als onderzoeker, maar als coördinator en later als manager.

7 likes
Leestijd 4 min

Hero alt/video title

“Ja, het is best opmerkelijk”, zegt Ronald. “Ik was jarenlang onderzoeker, maar heb nu een managementfunctie. Ik regel alles omtrent de logistiek, apparatuur en het personeel. Generation R is begonnen met zo’n 10.000 kinderen, daar komt natuurlijk veel organisatie bij kijken. Het is een afwisselende baan, ik werk veel met mensen. En we maken vaak gebruik van apparatuur, zoals glucosemeters en bloeddrukmeters. Als iets niet goed werkt, probeer ik het eerst zelf op te lossen. Dat zat er al jong in. Met vijf, zes jaar was ik al aan het sleutelen en schroeven en knutselen. Radio’s, tv’s, maar ook de bolderkar. Ik haalde ze rustig uit elkaar.”

 

Ajax en PSV

De foto’s vertellen de waarheid. Ronald had een leuke, normale jeugd. Groeide op in een woonwijk net buiten het centrum van Eindhoven. Vader werkte in de financiële sector, moeder in de zorg. Een zus completeerde het gezin. “We hadden een gezellige straat, buren waren vaak ook vrienden van elkaar. Zoals veel Brabanders waren we katholiek, maar niet actief. Ik had veel vriendjes en vriendinnetjes, was best een sociaal kind. Kon tegen een stootje, was geen huilebalk. Alleen als ik mijn zin niet kreeg, kon ik flink tekeer gaan”, lacht Ronald. “En we kibbelden natuurlijk over het voetbal. Als Ajax-supporter in een PSV-stad kreeg ik het weleens te verduren. Op de foto zie je me in het tenue van Veloc. Daar heb ik van de F’jes tot mijn achttiende gespeeld. Ik was een moderne rechtsback. Kwam mee naar voren en had veel loopvermogen. Ik deed als B-speler al vaak mee in de A, en als A-speler met de senioren. Dat vormt je toch ook wel.”

 

 

 

Bèta-man

Het pad naar de volwassenheid was niet met veel doornen bezaaid. “Ik was een vrij relaxte puber, niet zo rebels. Nou ja, ik vertelde mijn ouders natuurlijk niet alles, haha. Ik had meestal wel een mening, maar deed daar alleen wat mee als de situatie erom vroeg.” Ronald was graag onder de mensen: de voetbalclub, het jaarlijkse carnaval, de culturele uitwisselingsweken met school. Helden of idolen? “Nee, die had ik niet echt. Ik luisterde graag naar Michael Jackson, maar dat durf ik nu bijna niet meer te zeggen”, lacht hij. Het VWO leverde nauwelijks problemen op. Hoewel Frans en Duits niet favoriet waren. “Ik ben toch een bèta-man, meer van het doorgronden dan van het woordjes stampen. Misschien had ik er destijds de rust gewoon niet voor.”

 

Human powered aircraft

“Ik wilde Geneeskunde studeren, maar werd uitgeloot. Toen werd het Gezondheidswetenschappen in Maastricht. Dat beviel goed. Fysiologie, voeding en medische vakken, maar ook psychologie en management.” De sportliefhebber studeerde af in de richting Bewegingswetenschappen, op het bijzondere project Icarus. “De TU Delft had de ambitie om een zogeheten human powered aircraft te bouwen. Dat was een vliegtuig met een propellor van drie meter, aangedreven door twee fietsende piloten. Die zaten ruggelings in de cabine, een plastic cocon zonder natuurlijke luchtcirculatie, en moesten continu 300 watt trappen. Dus je snapt dat dit heel warm wordt. Ik onderzocht de thermoregulatie van de piloten: hoeveel wind moet door de cabine stromen om hun lichamen te koelen? Een superleuk project. Helaas is het vliegtuig uiteindelijk niet gebouwd. We zaten er dichtbij, hebben met sponsoren om de tafel gezeten. Wel zijn mijn onderzoeksresultaten deels in het curriculum van de opleiding opgenomen.”

 

Naar Rotterdam

Ronald ging als researcher aan de slag in het ziekenhuis van Heerlen. “Ik deed onderzoek naar bovenbeen-heupprotheses. Bij oudere mensen zakt de heupkop vaak weg, een complex probleem. Met onder meer CT-scans vormden we ons een gedetailleerd beeld om de prothese voor de patiënt zo passend mogelijk te maken.” Een dankbare taak, maar enkele jaren later voerde de liefde hem naar Rotterdam. “Ik trok naar mijn vriendin, die hier woonde. Ik werd aangenomen als datamanager bij Generation R. De relatie strandde, maar ik werk hier nog steeds met plezier. Inmiddels dus als manager, ook van Generation R Next. Het is grappig als je erover nadenkt. Mijn vader was manager, mijn moeder zat in de zorg. Ik heb dus van beiden iets meegenomen in mijn loopbaan.”

 

Toekomst

Ook met de liefde kwam het goed. Ronald ontmoette zijn vrouw op het Erasmus MC. “Olta was destijds promovendus bij Generation R. Ze studeert over twee jaar af als oogarts. Mijn toekomst zal ook afhankelijk zijn van waar zij dan werk krijgt. Ze komt uit Albanië en studeerde een jaar in Spanje. Nu is het dus mijn beurt om te verhuizen.” Dat doen ze dan met zijn drieën, want veertien maanden geleden werd dochtertje Emma geboren. En Ronald blijft zijn relaxte zelf: “We zien wel wat de toekomst brengt. Misschien blijf ik manager, misschien keer ik nog eens terug in het onderzoek. Maar als Olta in de regio blijft, werk ik graag nog jaren voor Generation R.”