Coverstory

Gezicht achter Generation R: Cees Weeland

Cees Weeland is een van de vele onderzoekers van Generation R, het bevolkingsonderzoek naar de groei, ontwikkeling en gezondheid van duizenden opgroeiende Rotterdamse kinderen. Hoe was hij zelf als kind? Hij vertelt erover aan de hand van oude jeugdfoto’s.

6 likes
Leestijd 4 min

Hero alt/video title

“Ik ben opgegroeid met drie moeders”, grapt Cees Weeland. “Mijn zussen waren drie en vijf jaar ouder en altijd met me bezig. Kijk maar eens naar die foto van mij als baby met zonnebril, of die in het wagentje. Die tekenen trouwens mijn karakter. Ik ben vrij flexibel.”

 

Aalsmeer

Cees groeide op in Aalsmeer, onder de rook van Amsterdam. In die stad woont hij nu, 28 jaar inmiddels, samen met zijn vriendin. Als promovendus bij de VU verdeelt hij zijn tijd over twee werkplekken. “Ik onderzoek obsessieve-compulsieve stoornissen, oftewel dwangstoornissen, bij kinderen. Daartoe maak ik gebruik van de onderzoeksgegevens van Generation R.” Een keuze die Cees van thuis meekreeg? “Nee, bepaald niet”, zegt hij. “Mijn vader exploiteerde een supermarkt, een familiebedrijf dat van generatie op generatie overging. Later switchte hij naar een financiële functie bij de Bloemenveiling. Mijn moeder deed een studie Psychologie en heeft veel met kinderen gewerkt. Dat zit dus meer in mijn richting.”

 

Chimpie Champ

Maar de onderzoeker van nu, zat die er als kind al in? “Toch wel”, denkt Cees. “Ik was rustig en bedachtzaam, puzzelde alles uit voordat ik ergens aan begon. Ik speelde met lego, kon goed op mezelf zijn, maar was toch ook een sociaal kind. Had veel vriendjes, voetbalde. Nog altijd werk ik graag met mensen en zoek ik alles tot in de puntjes uit. Maar ik keek de kat uit de boom, was geen kind dat op allerlei dingen sprong.” Hoewel, als je vraagt naar een mooie jeugdherinnering, vertelt Cees glimlachend over de overdekte speeltuin Chimpie Champ. “Daar werkte mijn moeder een paar jaar. Als jochie kon ik heerlijk los op al die speeltoestellen, klimrekken en trampolines. En het gaf me aanzien bij mijn vriendjes.”

 

Uitdaging nodig

Na de basisschool volgde het gymnasium in Amstelveen, waar Cees een moeizame start beleefde. “Ik moest nogal wennen. Vond het ook niet zo boeiend, en dat merkte je aan de rapportcijfers. Mijn moeder vroeg zich af of het niet te hoog gegrepen was, maar mijn mentor was resoluut: ‘Welnee’, zei die. ‘Cees komt er wel. Hij moet gewoon wat meer uitgedaagd worden.’ En inderdaad, toen de bèta-vakken wat moeilijker werden, behaalde ik betere cijfers. Die uitdaging heb ik eigenlijk nog steeds wel nodig…”

 

 

Skateboarden

Bedachtzaam of niet, pubers doen graag stoer. Cees verfde zijn haar blauw en ruilde de voetbal in voor een skateboard. Zijn helden waren freestyle boarders als Rodney Mullen en Tony Hawk. “Dat waren echt straatartiesten, die allerlei trucs verzonnen. Maar die hele cultuur vond ik machtig interessant, als jochie wilde ik zelfs professioneel skateboarder worden.” En verder? Playstation kwam op en Cees luisterde naar allerlei rockbands zoals Linkin Park en de Foo Fighters. Maar tot opluchting van zijn moeder bleef het bij uiterlijk vertoon. “Mijn zussen hebben stevig gepuberd, dus ze maakte zich wel wat zorgen. Maar ik vond het ‘oud nieuws’ om net als mijn zussen te gaan rebelleren, haha.”

 

Studiekeuze

Toen Cees zestien jaar was, gingen zijn ouders uit elkaar. “Dat was heftig. De zorgeloosheid van mijn leven was plotseling verdwenen. Naar school gaan, onder vrienden zijn, alles leek minder vrijblijvend. Het voelde alsof ik versneld volwassen moest worden. Ik ging me druk maken om de toekomst en begon te twijfelen aan wat ik wilde. Mede daardoor maakte ik de verkeerde studiekeuze.”

Werktuigbouwkunde aan de TU Delft bood niet het ideale perspectief. Na een halfjaar trok Cees de conclusie dat hij het ‘werken met mensen’ miste. Hij stapte over naar Geneeskunde aan de Universiteit van Amsterdam en ging op kamers wonen in de hoofdstad. Ook hier was de start ietwat aarzelend. “Een medische studie begint nu eenmaal met veel feitenkennis. Best interessant, maar ik wist al snel dat ik het onderzoek in zou gaan”, aldus Cees. ”Maar als student kun je zelf je opleiding spannender maken. Zo ben ik in het tweede jaar moleculair onderzoek gaan doen op het lab van Experimentele Cardiologie. Later werd ik lid van het onderwijsbestuur van de opleiding Geneeskunde van het AMC en heb ik een groot studentencongres georganiseerd.”

 

OCD bij kinderen

Obsessieve-compulsieve stoornissen (OCD) komen veel voor bij kinderen van rond de tien jaar. Cees is in zijn promotie-onderzoek geïnteresseerd in het ‘vroege moment’ waarop kinderen deze neurose ontwikkelen. “Bij veel kinderen zijn lichte dwanghandelingen een onderdeel van de normale ontwikkeling”, legt hij uit. “Maar soms stagneert deze en kan de dwang excessieve vormen aannemen. Ik wil in de hele populatie kunnen bepalen: wat zijn nu de factoren die wijzen op vorming van OCD? Ik bestudeer onder meer MRI-scans en foto’s om te ontdekken hoe de ontwikkeling van de hersenen mogelijk samenhangt met symptomen van dwang.”

 

Toekomst

“Mijn ambitie?” Cees denkt even na, zegt dan stellig: “Ik wil me specialiseren in psychiatrie. Ik zou graag het behandelen van patiënten combineren met nieuwe technologie. Om een voorbeeld te noemen: er is al een app ontwikkeld, waarbij met een mobiele telefoon de mentale conditie van patiënten wordt gemeten. Het zou mooi zijn als we met dit soort methoden iemands psyche kunnen karakteriseren. Dat we via algoritmes kunnen voorspellen wanneer de patiënt achteruitgaat en direct een indicatie geven hoe hij of zij kan worden behandeld. Ik zou graag bijdragen aan de mentale gezondheid van de bevolking.”

Zoals de mentor op het gymnasium al zei: ‘Cees komt er wel’. De onderzoeker zat er op jonge leeftijd al in. En het vakgebied mental health? “Zelf heb ik nooit psychische problemen gehad”, zegt Cees. “Maar ik heb in mijn nabije omgeving meegemaakt hoe ingrijpend een depressie kan zijn. Wellicht heeft dat mijn keuze mede bepaald.”

 

Generation R

Het onderzoek wordt mogelijk gemaakt door het Erasmus MC, de Erasmus Universiteit Rotterdam, de Gemeente Rotterdam, het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en honderden zorgverleners voor zwangerschap en kind. Onderzoekers delen de resultaten wereldwijd. Het is inmiddels voor beleidsmakers een belangrijke bron voor het verbeteren van de zorg voor kinderen in Rotterdam.

 

Meer artikelen over Generation R staan hier .