Coverstory

Brood, dáár zit het in

“Jodiumtekort tijdens de zwangerschap kan schadelijke gevolgen hebben voor het kind”, zegt prof. dr. Robin Peeters. “Voor sommige zwangeren is stoppen met het eten van brood daarom niet zo’n goed idee.”

3 likes
Leestijd 5 min

Hero alt/video title

hoogleraar Robin Peeters

 

Schildklierproblemen bij moeder én kind
hoogleraar Robin Peeters

Prof. dr. Robin Peeters

“Jodiumtekort tijdens de zwangerschap kan schadelijke gevolgen hebben voor het kind”, zegt prof. dr. Robin Peeters. “Voor sommige zwangeren is stoppen met het eten van brood daarom niet zo’n goed idee.”

“Schildklierhormoon is belangrijk voor de hersenontwikkeling van het ongeboren kind. Het is al langer bekend dat kinderen van moeders met een te langzaam werkende schildklier meer risico lopen op een lager IQ. De laatste jaren is, onder andere door Generation R-onderzoek, aangetoond dat dit al geldt bij hele subtiele tekorten, en dat deze kinderen bovendien vaker lijden aan gedragsstoornissen als ADHD en autisme”, vertelt Peeters, die onlangs werd aangesteld als hoogleraar Schildklierziekten.

“Jodium is een essentieel onderdeel van schildklierhormoon. Te weinig jodium leidt tot een tekort aan schildklierhormoon. In Nederland krijgen we jodium vooral binnen via keuken- en bakkerszout, dat verwerkt zit in brood. Omdat sommige mensen steeds minder brood eten, lijkt een verminderde jodiumopname en dus een tekort aan schildklierhormoon een reëel gevaar. En dan vooral tijdens de zwangerschap, want dan is er vanwege de hersenaanleg van het kind een verhoogde behoefte aan schildklierhormoon en dus ook aan jodium. Het ontstaan van schildklierproblemen tijdens de zwangerschap is al heel lang bekend. Van de oude Egyptenaren kennen we afbeeldingen waarop een zwangere wordt afgebeeld met een zwelling in de hals. De ‘krop’ ontstaat omdat de schildklier tijdens schaarste zijn best gaat doen om zoveel mogelijk jodium op te slaan. Dat resulteert in zwelling van de klier.”

 

Waakzaam

Hoe groot het risico exact is, durft Peeters niet te zeggen. “Maar uit recent Brits onderzoek is gebleken dat moeders met een lage jodiuminname kinderen krijgen met een lager IQ. Nou is het keukenzout in Engeland niet gejodeerd, dus mogelijk zijn de problemen daar groter dan in ons eigen land. Neemt niet weg dat

we waakzaam moeten zijn. Voor sommige zwangeren kan een verminderde inname van jodium, bijvoorbeeld door invoering van een broodvrij-dieet, wel degelijk gevolgen hebben voor de hersenontwikkeling van het kind. Een daling van het IQ met een paar punten hoeft voor een individu niet per se te resulteren in een ongelukkig leven, maar de gevolgen voor de maatschappij zijn groot: een daling van één IQ-punt van de bevolking kost miljarden euro’s. Een lager IQ is namelijk gerelateerd aan een hoger risico op ziekten, werkloosheid en arbeidsongeschiktheid, en leidt tot vermindering van de kwaliteit van het economisch proces.”

Milde dosering

Hoe moet je het tekort aan schildklierhormoon bij de moeder aanpakken? Peeters: “Er is internationaal een tendens ontstaan om deze vrouwen tijdens de zwangerschap schildklierhormoon te geven. Baat het niet, dan schaadt het niet, wordt gedacht. Dat is eigenlijk een verrassende redenatie, want we weten uit studies bij proefdieren van zo’n dertig jaar geleden dat te weinig schildklierhormoon weliswaar niet goed is voor de ontwikkeling van de hersenen, maar te veel ook niet. Uit ons recente onderzoek binnen Generation R, (onderzoek naar de groei, ontwikkeling en gezondheid van 10.000 kinderen in Rotterdam, red.) hebben we samen met prof. dr. Henning Tiemeier van het Erasmus MC die bevinding kunnen bevestigen voor mensen: er is een optimale dosis schildklierhormoon. Geef je meer of minder, dan ontstaan nadelige effecten op het IQ van het kind. De effecten op gedragsstoornissen zijn we op dit moment aan het uitzoeken.”

Peeters zou vrouwen, zeker wanneer zij door een bepaald dieet weinig jodium binnenkrijgen, willen aanraden nog voor de zwangerschap te beginnen met een milde dosering jodium (100-150 microgram), net zoals dat voor foliumzuur wordt geadviseerd . Peeters: “Dan zorg je ervoor dat tijdens het eerste stadium van de zwangerschap, wanneer de vroege aanleg van de hersenen van het kind plaatsvindt, er voldoende jodium aanwezig is voor de productie van schildklierhormoon. De jodiumtabletten kunnen ook na de zwangerschap worden geslikt, zodat de baby via de borstvoeding voldoende jodium binnenkrijgt. Als de baby vast voedsel gaat eten, kan de moeder stoppen met de jodiumtabletten.”

Ondergrens

Peeters is internist, maar ziet het versterken van de brug tussen kliniek en onderzoek als zijn belangrijkste taak. “Zowel epidemiologisch onderzoek (bestudeert het voorkomen en de verspreiding van ziekten onder de bevolking,red.) als laboratoriumonderzoek helpt de klinische zorg vooruit. Het is belangrijk dat artsen actief betrokken zijn bij wetenschappelijk onderzoek. Daardoor ben je als dokter in staat om studies uit de vakbladen op waarde te schatten. Opvallende onderzoeksresultaten worden vaak uitgelicht en lang onthouden, ook al zijn ze verkregen uit niet deugdelijk onderzoek. Dankzij ervaring met wetenschappelijk onderzoek kunnen artsen het kaf van het koren scheiden.” Onlangs heeft hij, samen met onderzoeksinstituten uit 29 Europese landen, een Horizon 2020 subsidie ontvangen. “In al die landen gaan we de uitscheiding van jodium via de urine in kaart brengen. Hoe hoger de uitscheiding in de urine, hoe hoger de hoeveelheid van jodium in het lichaam en hoe kleiner de kans op een schildklierhormoontekort. Door die metingen wordt duidelijk hoe de jodiumstatus in Europa verdeeld is. Binnen Generation R gaan wij onderzoeken bij welke jodiumuitscheiding het risico op een lager IQ of gedragsproblemen is verhoogd. Dat doen we samen met vergelijkbare studies in Engeland en Spanje, waar de jodiumuitscheiding lager is dan in Nederland. De informatie die we uit deze studie verkrijgen is belangrijk: we weten dan waar de kritische ondergrens ligt en kunnen gerichter aangeven wanneer je jodium móet gaan toedienen.”

Schildkliercentrum

Prof. dr. Robin Peeters is een van de initiatiefnemers van het onlangs opgerichte Schildklier Netwerk, een samenwerkingsverband tussen het Erasmus MC en de regionale ziekenhuizen, dat is opgezet vanuit de stichting BeterKeten. Deze stichting, van onder meer het Erasmus MC, richt zich op het bevorderen van samenwerking tussen ziekenhuizen om de kwaliteit en doelmatigheid van de zorg in de Rotterdamse regio verder te verbeteren.

Peeters: “Door de intensieve samenwerking kunnen we de zorg voor schildklierpatiënten optimaliseren en het wetenschappelijk onderzoek naar een nog hoger plan tillen. Verbetering van de kwaliteit van leven van patiënten is een van de hoofddoelen van het centrum. Voorbeelden? Voor mensen met schildklierkanker wordt het behandelingstraject zo ingericht, dat wachttijden tot een minimum worden beperkt. Patiënten willen snel behandeld worden. Door de bundeling van krachten en de afstemming van procedures verloopt de zorg gestroomlijnder. Een ander accent ligt op een groep patiënten die vooral door de huisarts worden gezien omdat het ziekenhuis niet veel meer voor hen kan betekenen. In Nederland zijn ongeveer 600.000 mensen met schildklieraandoeningen. Tien tot vijftien procent van hen heeft restklachten na behandeling met schildklierhormoon: een chronisch gebrek aan energie, last van spierpijn en gewichtstoename. Eigenlijk weten we niet goed hoe dat komt, dus daar ligt een belangrijke onderzoeksvraag.”