Coverstory

Bange vrouwen, boze mannen

Lijden vrouwen vaker dan mannen aan geestesziekten? Zijn er typische vrouwelijke of mannelijke psychiatrische aandoeningen? Een gesprek met dr. Henning Tiemeier.

5 likes
Leestijd 6 min

Hero alt/video title

Monitor-4-Tiemeier-Bange-Vrouw

Komen psychiatrische aandoeningen vaker bij vrouwen voor? “Het is een gedachte die bij veel mensen leeft, maar dat is een misvatting. Als je naar het totaal van alle psychiatrische aandoeningen kijkt, zie je tussen mannen en vrouwen geen verschil. Populair gezegd: vrouwen zijn niet vaker ‘gek’ dan mannen.”

 

Geslachtsverschillen bij psychiatrische aandoeningen

 

Maar er zijn wel verschillen tussen mannen en vrouwen?

“Ja, die zijn er zeker. Er zijn psychiatrische ziekten die veel vaker bij vrouwen dan bij mannen voorkomen, en andersom. Het gaat te ver om te spreken van een mannelijke of vrouwelijke ziekte, maar er is tussen de seksen duidelijk een groot verschil in de aanwezigheid van bepaalde ziekten. We maken onderscheid tussen gedragsaandoeningen en emotionele aandoeningen, in vaktaal externaliserende en internaliserende aandoeningen. Gedragsziekten uiten zich in de vorm van agressie, in bepaalde psychotische ziekten (waarbij de relatie met de realiteit ernstig is verstoord, red.), maar ook misbruik van alcohol en drugs horen daarbij. Bij emotionele aandoeningen spelen angst en depressie een belangrijke rol en ook slaapstoornissen vallen in deze categorie. Eetstoornissen vallen buiten deze verdeling. Gedragsziekten komen veel vaker bij mannen voor, emotionele stoornissen veel vaker bij vrouwen. Zwart-wit gesteld: men are bad, women are sad. Maar de vraag is: who is truly mad? Het is belangrijk om te stellen dat de ene groep van aandoeningen niet ernstiger is dan de andere. Je kunt niet zeggen ‘vrouwen zijn beter af’, want elke psychiatrische aandoening kan voor de individuele patiënt bijzonder zwaar wegen.”

 

‘Vrouwen zijn niet vaker ‘gek’ dan mannen’

Beeld: Grand Foulard

 

Gaan mannen en vrouwen anders om met hun psychiatrische klachten?

“Er is nog een belangrijk verschil en dat is de perceptie, de wijze waarop mannen en vrouwen naar hun klachten kijken. Veel meer vrouwen dan mannen klagen over slaaptekort, maar uit onderzoek blijkt dat vrouwen niet slechter slapen dan mannen. Vrouwen klagen weliswaar vaker, maar ze zijn wel veel beter dan mannen in staat om het tekort aan slaap accuraat te schatten. Mannen onderschatten het probleem van hun slaaptekort. Ze zijn geneigd om te zeggen: ‘Het valt allemaal wel mee.’ Dat verschil in houding is waarschijnlijk biologisch verankerd. De veronderstelling dat vrouwen vaker zouden lijden aan psychiatrische aandoeningen, wordt waarschijnlijk veroorzaakt doordat iedereen in zijn familie- of vriendenkring wel een vrouw kent met een angststoornis of depressie. Mannen stappen niet zo snel met klachten over angst en depressie naar de dokter. Schaamte kan daarbij een rol spelen, maar het kan ook zijn dat ze de symptomen zelf niet herkennen. Ondanks die lagere rapportage door mannen blijft het verschil evident: veel meer vrouwen hebben last van angst en depressie.”

Is de manier waarop de maatschappij naar de aandoeningen kijkt nog van belang?

“Ja, absoluut. Hoe een ziekte wordt gedefinieerd, bepaalt ook of die ziekte als ‘vrouwelijk’ of ‘mannelijk’ wordt bestempeld. Symptomen als vermoeidheid, niet goed kunnen slapen, zich waardeloos voelen, niet zo geconcentreerd zijn, worden vaker bij vrouwen gezien. Andere symptomen, zoals verlies van seksuele interesse, wat óók een klassiek kenmerk is van depressie, komen vaker bij mannen voor. Er ontstaat een cirkelredenering als we het accent leggen op de symptomen die vooral bij vrouwen voorkomen. We zeggen dan: ‘Zie je wel, depressies komen bij vrouwen vaker voor!’ Dat geldt voor meerdere aandoeningen. Zo wordt ADHD bij meisjes veel minder goed herkend, omdat de stoornis vooral wordt gedefinieerd op basis van symptomen die bij jongens vaker worden gezien: hyperactiviteit en impulsief gedrag. De symptomen bij meisjes, afwezigheid en dromerigheid, vallen ook minder op.”

‘Zwart-wit gesteld: men are bad, women are sad

Is er een verklaring voor het verschil in aandoeningen tussen mannen en vrouwen?

“Nee, niet een enkele verklaring, maar er zijn wel verschillende theorieën. Eén theorie gaat uit van de evolutionaire ontwikkeling. Voor mannen was het nuttig dat zij zich agressief, uitdagend konden opstellen omdat ze moesten jagen. De neiging dat ze zichzelf kunnen overschatten, sluit daar bij aan. Ben je daarentegen verantwoordelijk voor het verzamelen en het beheer van de graanvoorraad en de bessen, dan zijn heel andere eigenschappen van belang. Een afwachtende, meer sceptische houding is dan op zijn plaats. Ik zeg niet dat de evolutionaire achtergrond een verklaring zou moeten zijn, maar ik geef ermee aan dat we de oorzaak voor het verschil tussen mannen en vrouwen niet per se moeten zoeken in onze huidige tijd. Er kunnen oorzaken liggen in onze ontwikkeling, ook in een ver verleden.”

Beeld: Grand Foulard

Zijn maatschappelijke rolverdelingen van invloed?

“Dat wordt door bepaalde onderzoekers zeker verondersteld. De maatschappelijke organisatie geeft vrouwen minder macht, minder invloed op bepaalde processen buiten het gezin. En als je afhankelijker bent, is het risico op angstaandoeningen en depressies groter. Vrouwen die bijvoorbeeld financieel onafhankelijk zijn van de man, zijn minder kwetsbaar. Goede sociale banden, vrienden en een huwelijk kunnen bescherming bieden. Aan de andere kant zijn armoede en werkeloosheid juist factoren die het risico op depressie en angst vergroten. Ook mishandeling, seksueel, fysiek, maar bijvoorbeeld ook in de vorm van verwaarlozing tijdens de kindertijd, heeft grote invloed op het krijgen van een angststoornis en depressie op latere leeftijd. Het is aannemelijk dat meisjes en vrouwen meer blootgesteld worden aan dergelijke risicofactoren, maar een volledige verklaring voor het verschil tussen mannen en vrouwen moet daarin niet worden gezocht.”

Zijn er ook biologische verklaringen?

“Zonder twijfel. Hormonen en stemming, maar ook hormonen en psychische ziekten zijn nauw met elkaar verbonden. Zo gaat de menstruatiecyclus bij sommige vrouwen gepaard met symptomen van psychisch onwelzijn. En de periode na de bevalling is een tijd waarin vrouwen een verhoogd risico lopen op het krijgen van ernstige psychische ziekten. Depressie en angststoornissen zijn ziekten die relatief vaak voorkomen in het kraambed. Ook toediening van hormonen, zoals schildklierhormoon of cortison (bijnierschorshormoon, red.), kan bij sommige patiënten leiden tot angst of depressie.”

Kun je hormonen gebruiken om angst juist weg te nemen?

“Het is bekend dat de concentratie van testosteron in het bloed bij zowel mannen als vrouwen hoog is als succes wordt geboekt en laag wanneer men faalt. Het is niet duidelijk of die stijging of daling van testosteron de oorzaak is van het slagen of falen, of dat het een gevolg daarvan is. Toediening van testosteron leidt in ieder geval niet tot minder angst en depressie. Het geven van hormonen heeft alleen zin als de patiënt een tekort aan een hormoon heeft waardoor de ziekte wordt veroorzaakt, maar in andere gevallen heeft het nauwelijks of geen effect. Het probleem is dat de hormonen niet zo eenvoudig in de hersenen terechtkomen waar ze hun werking moeten verrichten.”

Spelen genetische factoren een rol?

“Tot op heden zijn er geen harde bewijzen gevonden dat bepaalde variaties in het DNA tot meer angst of depressie leiden. Voor schizofrenie zijn er inmiddels wél DNA variaties aangetoond, maar er zijn nog geen verklaringen voor de verschillen tussen mannen en vrouwen. Ik verwacht dat we daar over twee, drie jaar veel meer over zullen weten. Mannen en vrouwen hebben 23 paar chromosomen, waarvan er 22 identiek zijn. Slechts één paar is anders: het bestaat bij de vrouw uit twee X chromosomen en bij de man uit een X en een Y chromosoom. Het verschil in psychiatrische ziekten tussen mannen en vrouwen moet dus worden gezocht in dat ene paar chromosomen (of in de regulatie die ervan uitgaat). Het werk van mijn collega prof. dr. Steven Kushner (hoogleraar Psychiatrie in het Erasmus MC, red.) laat zien dat er op het Y chromosoom een gen ligt dat als schakelaar kan dienen voor allerlei andere genen. Het kan zijn dat dit schakelaar-gen betrokken is bij geslachtsafhankelijke psychiatrische aandoeningen. Wij hebben net een gezamenlijk onderzoeksvoorstel ingediend om dit uit te zoeken.”

Dr. Henning Tiemeier studeerde geneeskunde en sociologie aan de universiteit van Bonn, waar hij ook zijn artsenopleiding voltooide met onderzoek naar de effecten van slaapgebrek. Vervolgens werkte hij als wetenschappelijk onderzoeker bij het Trimbos Instituut voor geestelijke gezondheid en verslaving in Utrecht. Hij promoveerde in de Epidemiologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en werkt sinds 2002 bij de afdelingen Psychiatrische Epidemiologie en Epidemiologie en Kinder- en Adolescenten Psychiatrie van het Erasmus MC. In 2011 werd hij benoemd tot hoogleraar Psychiatrische Epidemiologie. Zijn onderzoek richt zich vooral op risicofactoren voor veelvoorkomende psychische aandoeningen bij ouderen, in het bijzonder depressie op latere leeftijd.